nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

31.05.2010 "Inkomenszekerheid voor melkveehouders nog ver weg"

"De voorstellen van de EU-High Level Expert Group on Milk (HLGM) bieden geen enkele inkomenszekerheid aan melkveehouders voor het produceren van hoogkwalitatieve melk in Europa", deelde de European Milk Board (EMB) mee tijdens een persconferentie in Brussel. De EMB ziet geen heil in directe contracten tussen melkveehouders en de zuivelindustrie, noch in oude interventie-instrumenten of een termijnmarkt voor melk.

"Drie hoorzittingen en één melkconferentie waar geen open debat over alternatieve mogelijkheden heeft plaatsgevonden, zo ziet de constructieve samenwerking van de EU-Commissie met de spelers op de melkmarkt er in werkelijkheid uit", klaagt Romuald Schaber, voorzitter van de EMB.

Onder de discussiepunten die de HLGM op de melkconferentie eind maart samenstelde, zitten oude maatregelen als interventie en het uitbetalen van bedrijfstoeslagen. Het pakket voorstellen van de expertengroep bevat ook het vergroten van de transparantie, termijnmarkten voor melk, directe contracten tussen melkveehouders en de zuivelindustrie en het vinden van een uitzonderingspositie voor melkveehouders in de kartelwetgeving. Schaber zegt daarover: "Voor de Europese melkveehouder wordt niet duidelijk hoe deze losse instrumenten concreet kunnen leiden tot een versterking van de positie van de melkproducenten en een melkproductie in alle Europese regio’s".

Contracten tussen melkveehouders en melkfabrieken bieden volgens EMB geen enkele inkomenszekerheid. Contracten op fabrieksniveau bewerkstellingen geen regulering van de totale melkplas omdat ze slechts op grond van de marktbelangen van de individuele melkfabriek worden afgesloten. Dit betekent dat de melkveehouder in een zeer slechte onderhandelingspositie zit wanneer er een overschotsituatie op de markt is. In de contracten zal slechts een minimumprijs worden vastgelegd die er toe zal leiden dat de melkprijs op een dramatisch laag niveau blijft.

De EMB steunt de aanpassing in de kartelwetgeving om afspraken over volumes en prijzen door melkveehouders mogelijk te maken. Landbouw moet als een uitzonderlijke sector in de economie worden behandeld die een groepsvrijstelling krijgt. Dit moet het mogelijk maken de melkveehouders te bundelen in een Europese en een nationale of regionale producentenvereniging die over een eventuele stijging of daling van de productie kan beslissen.

De EMB is van mening dat bestaande systemen om gegevens te verzamelen, op grotere schaal kunnen worden gebruikt. Een Europees prijsmonitoringsagentschap moet in het onderzoek naar melkprijzen op regelmatige basis cijfers verzamelen over productiekosten en marktveranderingen  en die snel openbaar maken.

Termijnmarkten zijn in de ogen van de EMB geen vervanging van een noodzakelijke marktregulering en daarom niet geschikt om een kostendekkende melkprijs te garanderen. Ook het gevaar voor speculatie kan niet worden uitgesloten op een termijnmarkt.

Het oude instrument van interventie schrijft EMB af als een inefficiënt en voor de belastingbetaler duur instrument om de melkplas te regelen. Europese melkveehouders organiseren beter zelf een systeem om het melkvolume af te stemmen op de vraag. Exportsubsidies zijn eveneens een marktinstrument met ongewenste gevolgen. Dergelijke subsidies verplaatsen het overschotprobleem van de Europese markt naar de wereldmarkt. Daar zullen zij vooral melkveehouders in ontwikkelingslanden benadelen omdat zij niet kunnen produceren tegen de prijs van gesubsidieerde Europese melkpoeder.

Vice-voorzitter van de EMB, Sieta van Keimpema, vat de gewenste hervorming van de EU-melkmarkt als volgt samen: "Onze ledenorganisaties uit 14 verschillende Europese landen willen een zuivelbeleid dat de melkproductie regelt en de positie van de melkveehouders versterkt door hun krachten te bundelen. Het doel moet de productie van melk zijn, die kwalitatief hoogwaardig is en voornamelijk in Europa aan een kostendekkende prijs kan verkocht worden. Dat is in het voordeel van zowel de melkproducent, de zuivelindustrie, als de consument".

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via