nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

23.01.2013 Insectendiversiteit komt gewasbestuiving ten goede

Een Zwitserse studie toont aan dat een hoge insectendiversiteit aan bestuivers voor meer vruchten per bloem zorgt en voor meer zaden per vrucht. De onderzoekers vermoeden dat de betere cijfers bij een grotere diversiteit toe te schrijven zijn aan de complementariteit van de verschillende insectengroepen. In dat kader benadrukt de studie de noodzaak van brede behoud- en herstelprogramma’s.

Voor de studie observeerden de onderzoekers het bestuivingsproces van radijsplanten in 12 mini-serres. In deze serres werden telkens 18 insecten losgelaten in steeds wisselende samenstellingen: soms behoorden al deze 18 bestuivende insecten tot dezelfde soort, in andere serres was de samenstelling veel diverser. De belangrijkste insecten waren in groep levende bijen, solitaire bijen, zweefvliegen en hommels.

Uit de resultaten blijkt dat planten die bestoven werden door drie verschillende insectensoorten meer vruchten per bloem produceren en meer zaden per vrucht. De onderzoekers vermoeden dat het sterke diversiteitseffect te maken heeft met de complementariteit die bestaat tussen de geobserveerde insecten.

Zo zouden solitaire bijen op andere momenten van de dag de bloemen bestuiven dan de andere soorten en zo voor een meer permanente en dus efficiëntere bestuiving zorgen. Hommels zouden de meest productieve soort zijn. In hun conclusie schrijven de wetenschappers dat het aantal individuele insecten niet de enige decisieve factor is in het bestuivingsproces, maar dat ook de diversiteit een grote rol speelt.

Ze benadrukken dan ook de noodzaak van een brede insectenbescherming met oog voor de verschillende insecten die een rol spelen in de gewasbestuiving, eerder dan een te eenzijdige aanpak gericht op één enkele insectensoort.

Bron: Science for Environment Policy

Beeld: Teun Spaans

Volg VILT ook via