"Investeer voorlopig nog niet in aquacultuur"

Verstuur naar een vriend(in) Afdrukken

"Ik twijfel er niet aan dat aquacultuur op termijn heel wat potentieel heeft, maar op dit ogenblik is het voor boeren en tuinders nog te vroeg om naar viskweek om te schakelen. Er is nog meer onderzoek nodig om na te gaan welke vissoorten bij ons rendabel kunnen zijn". Dat zegt de Gentse professor Patrick Sorgeloos in een interview met geVILT.


Aan het Labo voor Aquacultuur van de Gentse universiteit maakt men zich sterk dat de mondiale productie van de aquacultuur de komende twintig jaar fors moet stijgen als we de wereld willen blijven voeden. Het huidige volume van zestig à zeventig miljoen ton zou moeten opgedreven worden naar ongeveer honderd miljoen ton.

"Die cijfers worden nog belangrijker naarmate er steeds meer wetenschappelijk bewijs opduikt dat vis eten gezond is. Studies wijzen uit dat allerlei mentale aandoeningen gerelateerd zijn aan een te lage visconsumptie. De zeevisserij zal de visconsumptie in zijn eentje niet doen stijgen, want als gevolg van de overbevissing zal het al een huzarenstukje zijn indien de vissers erin slagen om hun vangstcapaciteit te stabiliseren op het huidige peil", zegt onderzoekster Marijke Van Speybroeck.

"De jongste decennia vertoont de aquacultuur op wereldvlak jaarlijkse groeicijfers van ongeveer negen procent, terwijl de vleesproductie en de visserij slechts een jaarlijkse groei van respectievelijk 2,8 en 1,4 procent laten optekenen", voegt ze eraan toe. Ook Vlaanderen kan inspelen op deze trend, maar makkelijk is dat niet. "Consumenten betalen geen drie euro extra voor een tilapia omdat hij uit Moeskroen en niet uit Oekraïne komt", zegt Sorgeloos, daarbij verwijzend naar de problemen die zich voorgedaan hebben bij VitaFish.

Het komt er volgens de professor op aan om de goede niche te vinden. In Vlaanderen zijn meerdere proefprojecten aan de gang om een en ander uit te vissen. Zo probeert men in het provinciaal proefcentrum van Kruishoutem de kweek van vis en tomaten te combineren en in Beitem zijn onderzoekers een recirculatiesysteem aan het opstarten om er proeven te doen met snoekbaars. Aan de Gentse universiteit en de Katholieke Hogeschool Sint-Lieven uit Sint-Niklaas wil men de zoetwaterkabeljauw testen.

"Binnen drie jaar gaan we alle proefprojecten evalueren, waarna we met betrouwbare cijfergegevens naar de boeren kunnen stappen. Tot dan moeten bereidwillige investeerders zeker nog geduld oefenen", besluit Van Speybroeck.

Lees ook: Kunnen boeren straks beter visjes kweken?

 

bron eigen verslaggeving

09/11/2009