nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

07.02.2012 Is 'vergroenen' een optie voor Vlaamse boeren?

De landbouwadministratie heeft uitgerekend of de vergroening van het GLB een haalbare kaart is voor Vlaamse boeren. Het behoud van blijvend grasland mag in Vlaanderen geen probleem zijn zolang dit geldt op bedrijfs- en niet op perceelsniveau. Minimaal drie gewassen telen, is daarentegen een voorwaarde waar in 2011 maar zes op de tien boeren aan voldeden. Het ecologisch focusgebied baart het meeste zorgen.

De Europese Commissie streeft bij de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) na 2013 naar een 'vergroening' van de inkomenssteun aan landbouwers. Het wetgevend voorstel van de Commissie stelt dat 30 procent van de rechtstreekse betalingen aan boeren moet gaan naar "betalingen voor klimaat- en milieuvriendelijke landbouwpraktijken". Dat zou gerealiseerd worden door middel van drie vergroeningsmaatregelen: blijvend grasland, gewasdiversiteit en ecologisch focusgebied.

De Afdeling Monitoring en Studie (AMS) van het Departement Landbouw en Visserij schat dat 23.708 Vlaamse landbouwers aan één of meerdere vergroeningsmaatregelen zullen moeten voldoen. De verplichting om blijvend grasland te behouden, zal hen allicht niet voor problemen plaatsen. "Er bestaat in Vlaanderen al een verplichting tot het behoud van blijvend grasland op bedrijfsniveau", luidt de verklaring, "en enkel wanneer de Commissie dat op perceelsniveau zou instellen, bemoeilijkt dat de bedrijfsvoering."

Wat de maatregel gewasdiversiteit betreft, schrijft het wetgevend voorstel voor dat elk bedrijf groter dan drie hectare dat niet volledig voor grasproductie gebruikt wordt, minimaal drie gewassen dient te telen. Geen van deze drie gewassen mag minder dan vijf procent van de bewerkte oppervlakte bestrijken terwijl het hoofdgewas niet meer dan 70 procent uitmaakt.

Wanneer dat toegepast wordt op de verzamelaanvraag van 2011, dan voldoet zes op de tien boeren reeds aan die voorwaarde. "Bij de andere landbouwers is de voorwaarde niet ingevuld omdat ze ofwel te weinig teelten op hun bedrijf hebben ofwel de gevraagde percentages niet respecteren", verklaren de onderzoekers van AMS. Voor grote bedrijven is er zelden een probleem. Drie kwart van de bedrijven kleiner dan vijf hectare voldoet niet aan de voorwaarde van gewasdiversiteit. Hoe groter het aandeel blijvend grasland, hoe minder landbouwers voldoen.

Het rapport stelt dat het optrekken van de ondergrens voor de maatregel van drie naar vijf hectare deels soelaas kan brengen voor de Vlaamse boeren. "De definiëring van het begrip 'gewas' zal cruciaal zijn", menen de onderzoekers. "Vlaanderen moet er over waken dat de gewassen niet te sterk gegroepeerd worden en dat belangrijke hoofdteelten als aparte teelten behouden kunnen worden."

De derde maatregel die de Commissie voorstelt, is de invoering van zeven procent ecologisch focusgebied op het areaal bouwland en blijvende teelten van elke landbouwer. "Voor Vlaanderen zou dit betekenen dat 22.850 boeren samen 32.769 hectare focusgebied moeten aanleggen", becijferden de onderzoekers.

Een kwart van de boeren zou geen extra inspanningen moeten doen na 2013. Zij geven nu al voorrang aan natuurdoelstellingen op minstens zeven procent van hun areaal. Het gaat onder meer om bemestingsvrije stroken rond waterlopen, oppervlaktes natuurgerichte agromilieumaatregelen, niet aangegeven kleine landschapselementen terwijl ook 49.058 hectare bouwland en blijvende teelten in Natura 2000-gebied meetellen als focusgebied.

"Het percentage boeren dat er in slaagt zeven procent van zijn areaal in te richten als ecologisch focusgebied zal echter sterk afhankelijk zijn van wat Europa daaronder verstaat", waarschuwt AMS. Het is met andere woorden van groot belang voor Vlaanderen dat zo veel mogelijk bestaande elementen hiertoe gerekend kunnen worden.

Sowieso zal een groot deel van de landbouwers landbouwgrond braak moeten leggen of van landschapselementen moeten voorzien om aan zeven procent ecologisch focusgebied te geraken. Experts schatten dat het focusgebied een heel grote bijdrage kan leveren aan de milieu- en klimaatdoelstellingen vooral op vlak van bodemstructuur en -erosie, waterkwaliteit, fauna en flora en landschap. Zeker is ook dat de maatregel een kostenverhogend effect heeft voor de landbouwer.

Meer info: AMS-studie 'Vergroening van directe steun in de Vlaamse context'

Beeld: VLM

Volg VILT ook via