nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

"Met zuivelmarkt is structureel niks mis"
05.10.2009  Isabelle Magnus en Herman Hooyberghs

Grote boosdoener voor de melkcrisis is de internationale zuivelmarkt, die het al ettelijke maanden laat afweten. Maar ondernemende melkveehouders weten tegelijkertijd dat een oplossing voor de malaise alleen maar uit diezelfde markt kan komen. Bij de zuivelexperts Herman Hooyberghs en Isabelle Magnus van het Departement Landbouw en Visserij peilden we naar de diepere achtergronden van de zuivelmarkt.

Welke nationale en internationale factoren beïnvloeden de vorming van de melkprijs die de Vlaamse boeren vandaag ontvangen?
Herman Hooyberghs: In 1968 heeft de zuivelsector één van de zwaarste marktordeningen van het hele Europese landbouwbeleid gekregen. Van een vrije markt was meer dan dertig jaar nauwelijks sprake, tot de zuivelmarkt stapsgewijs geliberaliseerd werd in de nasleep van de grote landbouwhervorming in 2003. Daardoor drukken vraag en aanbod op de wereldmarkt vandaag een veel grotere stempel op de melkprijs dan vroeger het geval was.
Isabelle Magnus: Vaak wordt de prijs van melk in de supermarkten vergeleken met de melkprijs die boeren ontvangen. Dat is een gevaarlijke vergelijking omdat vorig jaar in ons land slechts 23,2 procent van de opgehaalde melk omgezet werd in consumptiemelk. Belangrijk om weten is dat de prijzen voor boter en melkpoeder op zowel de Europese als de wereldmarkt de prijs bepalen van het vet en eiwit in de melk. Wanneer de prijzen voor boter en mager melkpoeder stijgen, zal meer melk verwerkt worden tot deze producten en zal de beschikbaarheid van melk voor andere zuivelproducten afnemen. In dat geval stijgen de prijzen van deze producten, terwijl bij een prijsdaling net het tegenovergestelde geldt.

De productfolio van onze zuivelbedrijven speelt een belangrijke rol bij de prijsvorming?
Isabelle Magnus: De zuivelindustrie kan de conjunctuurgevoeligheid doen dalen door te verbreden en nog meer te investeren in verwerkte producten. En dan komt Milcobel als grootste zuivelonderneming in ons land natuurlijk het eerst in beeld. Deze coöperatie verwerkt dertig procent van de geleverde melk en is hiermee ook de prijszetter voor andere bedrijven.
Herman Hooyberghs: Bij de verkoop van consumptiemelk is de grootdistributie de tegenspeler, en daar kan onze zuivelindustrie moeilijk tegen optornen. Maar dat geldt nog meer voor de melkerijen in Duitsland, die de helft van hun melk moeten proberen te verkopen aan discounters, genre Aldi en Lidl.

Waarom is de melkprijs op dit ogenblik zo laag?
Herman Hooyberghs: In 2004 en 2005 steeg de mondiale consumptie ongeveer even snel als de productie, maar daarna is de consumptie sneller gaan toenemen waardoor de melkprijs een nooit eerder geziene piek bereikte in 2007. Dan haken niet alleen eindconsumenten af, maar ook grote afnemers van melk in de voedingsindustrie, denk aan chocolade- en koekjesfabrikanten. Bij hoge prijzen proberen ze de zuivelingrediënten zoveel mogelijk door goedkopere plantaardige alternatieven te vervangen en het duurt altijd een hele poos vooraleer ze daarna weer terugschakelen.
Isabelle Magnus: Een ander effect van die hoge prijzen is dat de melkproductie in heel wat regio’s over de hele wereld gestimuleerd werd. En vergeet ook niet het melamineschandaal in China, waardoor het vertrouwen in melk op die immense groeimarkt verbrokkelde. De Chinezen produceren zelf maar dertig miljard liter melk, nauwelijks tien keer meer dan de melkproductie in ons land. Ondanks de inspanningen om hun zelfvoorziening op te drijven, moeten ze dus nog altijd een grote melkplas invoeren. Als die vraag plots krimpt, zorgt dat voor een schokeffect op de wereldmarkt.

En dan is er ook nog de economische crisis?
Herman Hooyberghs: Er is de sterke euro die ook de zuivelexport bemoeilijkt en door de lage olieprijzen is de vraag naar vol melkpoeder in het Midden-Oosten fors gedaald. Maar dat zijn allemaal tijdelijke factoren. Dat is een groot verschil met de jaren zeventig, toen Europa sukkelde met structurele overschotten waardoor het zuivelbudget op een bepaald ogenblik dertig procent uitmaakte van de totale Europese landbouwsubsidies.

De voorbije jaren heeft Europa zijn zuivelmarkt al flink geliberaliseerd. Wat is de impact van de uitgevoerde ingrepen?
Herman Hooyberghs: In verschillende stappen daalde de interventieprijs voor boter met 25 procent, en die van mager melkpoeder met 15 procent. De Europese Commissie heeft becijferd dat de steunprijs voor melk hierdoor teruggevallen is tot ongeveer 21,3 eurocent per kilogram melk, een daling van 22 procent ten opzichte van de periode vóór de hervormingen. Tegelijk worden de exportsubsidies steeds verder afgebouwd, ook al zijn ze op dit ogenblik weer geactiveerd om de crisis te verzachten. De afbouw van de marktbescherming zet de melkprijs uiteraard onder druk.
Isabelle Magnus: De verlaging van de steunprijs werd wel voor zestig procent gecompenseerd door de invoering van een melkpremie, die verrekend wordt bij de rechtstreekse inkomenssteun die melkveehouders ontvangen. Omgerekend gaat het ongeveer om 3,5 eurocent per liter. Dat wordt wel eens vergeten in discussies over de melkprijs.
Herman Hooyberghs: Ik herinner me nog het Europese debat van 25 jaar geleden over de manier waarop men de melkplassen en boterbergen zou doen smelten. Eén van de opties was een prijsdaling van de melk met een kwart, maar dat bleek politiek niet haalbaar. Daarom heeft men uiteindelijk beslist om de melkquota in het leven te roepen. Bij de onderhandelingen over de landbouwhervorming in 2003 wist men heel goed dat de basisprijs van melk als gevolg van de liberalisering kon dalen tot 21 eurocent. In die zin ben ik dan ook helemaal niet verbaasd over het huidige prijsniveau, ook al heeft de prijs zich alleen maar op dat niveau kunnen stabiliseren dankzij de uitbreiding van de interventieregeling. Vroeger was de interventie een echte hangmat, vandaag kunnen we die gelukkig nog gebruiken als vangnet.

Van dit verhaal worden onze melkveehouders niet vrolijk. Moeten zij wennen aan basisprijzen rond twintig eurocent per liter?
Herman Hooyberghs: Dat hoor je me niet zeggen. De meeste lidstaten begrijpen nu dat de melkveehouder niet zomaar kan overgeleverd worden aan de vrije markt, en dus kan de discussie over een alternatieve marktregulering na de afschaffing van de melkquota in 2015 van start gaan. De landbouw is wel degelijk een economische sector, maar niet zoals een andere. Melk blijven leveren onder de kostprijs is een tijdje vol te houden, maar deze prijscrisis mag niet te lang meer duren.

Lijden de melkveehouders overal ter wereld schrijnende verliezen op dit ogenblik?
Isabelle Magnus: Er is overal crisis, maar in het ene land al wat meer dan in het andere. In Italië ligt de melkprijs een pak hoger dan bij ons omdat de plaatselijke zuivelindustrie veel melk moet invoeren en focust op de productie van hoogwaardige kazen. In de nieuwe lidstaten liggen de melkprijzen dan weer lager omdat de kostenstructuur van de zuivelfabrieken er nog niet op punt staat. Logischerwijze blijft er dan minder geld over om uit te betalen aan de melkveehouders.

Hoe is de toestand buiten Europa?
Isabelle Magnus: In de Verenigde Staten worden prijzen uitbetaald tot 12 dollar per honderd kilogram, wat dus nog een pak lager is dan bij ons. Ook daar is sprake van een tijdelijk overaanbod. De slachtpremie voor melkkoeien kan niet verhinderen dat de productie toch nog stijgt. Daardoor zijn de stockvoorraden fors gestegen, en dus keert ook de Amerikaanse overheid exportsubsidies uit. In de programma’s voor voedselhulp worden momenteel meer zuivelproducten opgenomen en de opkoopprijzen werden verhoogd met vijftien procent. Op de termijnmarkt van Chicago liggen de verwachtingen voor de komende maanden rond 15 à 16 dollar.
Herman Hooyberghs: In belangrijke productielanden als Australië en Nieuw-Zeeland ligt de melkprijs nog lager omdat de zuivelsector er door een gebrek aan overheidssteun haast volledig aangewezen is op de wereldmarkt. De melkveehouders kunnen er echter overleven omdat hun kosten veel lager zijn. In Nieuw-Zeeland moeten de boeren niet investeren in stallen: een afdak met een carrousel eronder volstaat om duizend dieren te melken.

Hoe liggen de verhoudingen tussen de grote zuivelblokken op de wereldmarkt?
Isabelle Magnus: In de eerste zeven maanden van dit jaar was Nieuw-Zeeland met een volume van 163.000 ton met grote voorsprong de belangrijkste exporteur van boter. De Europese uitvoer ging lichtjes achteruit tot 65.000 ton. Ook voor vol melkpoeder is Nieuw-Zeeland de marktleider met een exportvolume van 472.000 ton. Europa voerde 284.000 ton uit en handhaaft zich daarmee op de tweede plaats. Wat de export van mager melkpoeder betreft, heeft Nieuw-Zeeland dit jaar heel wat marktaandeel ingepikt van de Verenigde Staten, waar de uitvoer met 50 procent gekrompen is. Op deze markt kon Europa haar exportvolume bijna handhaven, hetgeen een derde plaats oplevert. Op de mondiale kaasmarkt is Europa zelfs het nummer één, met een marktaandeel van ruim veertig procent.
Herman Hooyberghs: De belangrijkste invoerders van zuivelproducten zijn Rusland, Algerije, Venezuela en Japan, maar ook die landen hebben natuurlijk te maken met de crisis.

De jongste jaren lijkt Europa het niet makkelijk te hebben om stand te houden op de wereldmarkt.
Herman Hooyberghs: Daar wil ik een aantal kanttekeningen bij maken. Ten eerste is Europa er vorig jaar ondanks de afbouw van exportsubsidies, de hogere kostenstructuur op onze melkveebedrijven en de strengere normen op het vlak van kwaliteit, voedselveiligheid en dierenwelzijn toch in geslaagd om de leiderspositie weer over te nemen van Nieuw-Zeeland. In 2008 exporteerde de EU in totaal 12,5 miljoen ton zuivel, terwijl Nieuw-Zeeland bleef steken op 11,8 miljoen ton. Vergeet ook niet dat de Nieuw-Zeelanders tachtig procent van hun melkplas uitvoeren, in Europa blijft dat percentage beperkt tot zeven procent. Met een thuismarkt van 500 miljoen consumenten moeten we het belang van de wereldmarkt voor onze afzet zeker niet overschatten.

Welke zuivelproducten domineren de prijszetting op de zuivelmarkten?
Isabelle Magnus: De zuivelmarkt kan eigenlijk opgesplitst worden in drie belangrijke delen: de eiwittenmarkt met voorop het mager melkpoeder, de vettenmarkt met boter en boterolie, en tot slot een groep zuivelproducten zoals vol melkpoeder en kaas die zowel vetten als eiwitten bevatten. De voorbije jaren was de vettenmarkt het grote zorgenkind voor Europa, en dus heeft men de boeren aangezet om het aandeel van eiwitten in de melk wat op te drijven. Nu lijkt de situatie te keren omdat de botervetten hun slechte imago aan het afschudden zijn en de vraag naar room opnieuw toegenomen is. De Europese Commissie beseft steeds meer dat we straks moeten rekening houden met een overschot aan eiwitten, terwijl de vettenmarkt zich uit de slag lijkt te trekken. De stockvoorraden van boter zijn veel kleiner dan die van mager melkpoeder.

Toch ogen de perspectieven op lange termijn beloftevol omdat de vraag naar zuivel sneller zou stijgen dan de productie. Kunnen jullie daar cijfers op plakken?
Isabelle Magnus: Peilingen van de Europese Commissie wijzen erop dat de vraag naar melkvet tot 2015 jaarlijks zou stijgen met 0,1 procent en voor eiwit gaat het om 0,5 procent. In de rest van de wereld zou de vraag naar import gemiddeld met 2 à 3 procent stijgen. Volgens prognoses van de OESO en de FAO zal de wereldwijde melkproductie daarentegen slechts met 1,8 procent toenemen.
Herman Hooyberghs: Die voorspellingen tonen aan dat de zuivelmarkt op termijn goede vooruitzichten blijft bieden, maar de boeren zullen dus wel rekening moeten houden met grotere prijsschommelingen dan zij in het verleden gewend waren. Varkenskwekers zijn het gewoon om in goede jaren wat geld opzij te zetten als buffer voor periodes met een zwakke prijsvorming. In de melkveehouderij heerste twee jaar geleden grote euforie als gevolg van de hoge prijzen, ook al omdat experts beweerden dat de prijzen wel een terugval zouden kennen, maar zeker niet meer tot het niveau van enkele jaren voordien. Maar de economische crisis konden ze natuurlijk niet voorspellen. Melkveehouders die recent zwaar investeerden, hebben het vandaag dubbel moeilijk. Laat ons hopen dat de boeren uit deze vervelende crisis ook de juiste lessen trekken.

Melkveehouders moeten in goede jaren meer oog hebben voor hun spaarvarken. Zijn er nog andere lessen?
Herman Hooyberghs: Los van de marktregulering die Europa voor de periode na de afschaffing van de melkquota gaat uitdokteren, moeten melkveehouders hun kosten maximaal drukken. Het heeft me tijdens mijn hele carrière gefrappeerd hoe groot de verschillen in kostprijs zijn op vergelijkbare melkveebedrijven. Dat moet beter.

Zal de zuivelmarkt gezond blijven indien landen als China en India drie versnellingen hoger schakelen met hun melkproductie?
Herman Hooyberghs: Die landen zijn daar nu al mee bezig, hé. India is van plan om haar voedselproductie de komende vijftien jaar te verdubbelen. Tegelijkertijd probeert de overheid om zuivelproducten toegankelijk te maken voor een veel groter deel van de bevolking. Maar wees gerust: de impact van dergelijke tendensen is wel degelijk verrekend in de prognoses van de OESO en de FAO.

Volgens de Europese Commissie zijn de eerste tekenen van herstel zichtbaar op de zuivelmarkt. Waarover gaat het precies?
Isabelle Magnus: Er zijn de voorbije maand bij Europa geen aanvragen meer binnengekomen om boter op te kopen, en ook voor mager melkpoeder lopen de aanvragen sterk terug. Op de termijnmarkt van het Nieuw-Zeelandse zuivelbedrijf Fonterra zijn de prijzen voor melkpoeder trouwens met 25 procent gestegen. Speculatie kan daarbij een rol spelen, maar het ziet er toch naar uit dat de vraag weer toeneemt bij de verwerkers van melkpoeder. En dan is er ook nog de prijs van weidpoeder die met dertig procent de hoogte is ingegaan. Dat is goed nieuws, want traditioneel wordt die prijs beschouwd als richtinggevend voor de rest van de zuivelmarkt. Nu is het een kwestie om de interventievoorraden niet zomaar terug op de markt te gooien. Persoonlijk ben ik voorstander van een systeem met aanbestedingen, waarbij de Commissie de stocks terug in de markt zet aan variabele prijzen, die overeenstemmen met de prijzen die op dat ogenblik geboden worden voor dergelijke zuivelproducten.

Wanneer stijgt de melkprijs voor de boeren?
Isabelle Magnus: Het duurt altijd enkele maanden vooraleer de wereldmarktprijzen voor zuivelproducenten doorsijpelen tot bij de individuele melkveehouders. We merken dat de spotmarkt weer aantrekt, want de prijs voor de melk die van Duitsland naar Italië gaat, ligt momenteel tussen 25 en 30 eurocent. Anderzijds weet eigenlijk niemand hoe de markt zal evolueren. Ik ga dan ook niet pronostikeren over de melkprijs.

Onze melkerijen focussen sterk op bulkproducten. Zijn ze in staat om de omschakeling te maken naar producten met meer toegevoegde waarde?
Herman Hooyberghs: Je mag de huidige toestand niet dramatiseren. In de jaren zeventig hadden we nog veel te veel melkerijen die zich toespitsten op de productie van boter en melkpoeder om die producten vervolgens te laten opkopen door Europa. Maar die tijden zijn definitief voorbij, net zoals de boterbergen en melkplassen weggesmolten zijn. De stockvoorraad van boter bedraagt momenteel 90.000 ton, terwijl dat dertig jaar geleden een miljoen ton was. En toen telde de Europese Unie nog maar een twaalftal lidstaten.
Isabelle Magnus: We moeten er ons in de toekomst voor hoeden om volumes die we niet kwijtraken op de Europese markt simpelweg tot extra bulkproducten te verwerken. We moeten doen waar we goed in zijn: meerwaarde creëren. De zelfvoorzieningsgraad voor kaas ligt in ons land rond dertig procent. Onze melkproductie is niet groot genoeg om Gouda te maken, maar er zijn zeker mogelijkheden voor de afzet van kwaliteitskazen.
Herman Hooyberghs: En daar maken onze zuivelfabrieken ook werk van. Nu focussen ze meer en meer op merkkazen en daar ligt de toekomst. We moeten vooral niet hetzelfde willen doen als de zuivelreuzen in onze buurlanden.

Hoe ziet u de melkveehouderij in Vlaanderen de komende jaren evolueren?
Herman Hooyberghs: De daling van het aantal melkveehouders zal zich doorzetten, tot we een optimum bereiken van wellicht 2.500 à 3.000 bedrijven. De overblijvers zullen zeker groeien en gaan een prioriteit moeten maken van kostprijsbeheersing, kwaliteit en een bedrijfsstrategie die rekening houdt met schommelende marktprijzen.
Isabelle Magnus: Er wordt vaak gesuggereerd dat het huidige overaanbod moet aangepakt worden met een structurele afbouw van de productiecapaciteit, maar dat is helemaal niet aan de orde. Vlaanderen heeft een uitstekend klimaat voor de melkproductie en we kunnen de productiekost zelfs op heel korte termijn doen dalen door de ontwaarding van de melkquota zo snel mogelijk te voltrekken. Ten overstaan van boeren die hun investeringen gepland hebben, zou het niet fair zijn om nu plots het uitgestippelde beleid om te gooien. Maar daar is dus niet iedereen het mee eens.
 

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via