nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

Landbouw in en rond de stad: samentuinen en stadslandbouw
07.01.2013  Jan Vannoppen (Velt), Noël Ghesquière & Marieke De Boe (vzw Volkstuin)

Tuinieren is hip. Samentuinen, community supported agriculture, guerilla gardening, vensterbanktuinieren, groententorens, tuinieren op een vierkante meter, daktuinieren, enz. Het is meer dan een hobby: alle instanties moeten nadenken over de toekomst van stadslandbouw. Ook de landbouw kan een rol spelen in de uitwisseling van kennis en grond. We spraken met Jan Vannoppen, directeur van vzw Velt, met Noël Ghesquière en Marieke De Boe, secretaris en medewerkster van vzw De Vlaamse Volkstuin.

Klopt het dat steeds meer mensen groene vingers krijgen? En hoe merken jullie dat?
Jan Vannoppen: Sinds 2008 hebben we 2.000 nieuwe leden. De leden worden steeds jonger en steeds vrouwelijker. Het aantal lokale groepen stijgt en er komt ook ongezien veel volk naar onze infoavonden. Onlangs hielden we in Gent een infoavond over tuinieren in potten en bakken en het zaaltje zat barstensvol. We merken dat mensen een grote honger naar kennis hebben. De voorbije vijf jaar stijgt de interesse voor tuinieren vooral bij twee groepen: de jong gepensioneerden, die plots veel tijd hebben om te tuinieren, en jonge ouders die zelf aan de slag gaan, soms in heel kleine tuintjes.
tuinieren_vzwDeVlaamseVolkstuin.1.bmpNoël Ghesquière: Vzw De Volkstuin organiseert voordrachten en workshops over de moestuin, de siertuin en de fruittuin. De jongste twee jaar stellen we vast dat de voordrachten over de moestuin veel mensen aantrekken. Daarom hebben we ons informatieaanbod aangepast aan de vraag. Tot een jaar of drie geleden was de siertuin nog populairder dan de moestuin, nu is die verhouding helemaal gekeerd. Mensen kweken niet alleen groenten, ze willen ook weten hoe ze die groenten kunnen verwerken en invriezen. Steeds meer jongere leden komen naar onze voordrachten omdat ze zelf aan de slag willen in de tuin.

"Niet zozeer de crisis, maar wel de zoektocht naar authenticiteit ligt aan de basis."

Hoe verklaren jullie die groeiende populariteit?
Marieke De Boe: Door de crisis willen steeds meer mensen zelf van alles kunnen. Denk maar aan de naai- en brei-hype. En het hoogtepunt is nog niet bereikt: mensen zijn vaak op zoek naar een zinvolle vrijetijdsbesteding. Zo komen ze bij tuinieren terecht. Wellicht speelt ook de overtuiging mee dat zelf gekweekte groenten gezonder zijn.
Jan Vannoppen: Niet zozeer de crisis, maar wel de zoektocht naar authenticiteit ligt aan de basis van de huidige tendens. De meeste tuiniers vullen hun eigen oogst toch aan met groenten uit de winkel. Mensen willen dingen beleven, willen zelf dingen maken, willen andere mensen ontmoeten. En als dat dan iets opbrengt, is dat mooi meegenomen. Al die aspecten kruisen elkaar in het tuinieren.

Tuinieren gaat dus om veel meer dan groenten kweken.
Jan Vannoppen: Precies. Naast de economische dimensie is bijvoorbeeld ook het sociale van belang. Mensen tuinieren graag samen, dat is het succesrecept van volkstuinen en samentuinen. In de samentuinen die Velt helpt opstarten, is er een gezamenlijk reglement en zijn er ook afspraken rond het onderhoud van de randbeplanting. Soms planten alle tuiniers op één groot perceel, in andere tuinen heeft iedereen zijn lapje grond.
volkstuin_vzwDeVlaamseVolkstuin.1.bmpNoël Ghesquière: Het sociale gebeuren is inderdaad cruciaal. In sommige volkstuinen is er een ledenchalet, zeg maar een cafetaria, en soms ligt er in de tuinen zelfs een baan voor jeu de boules. Bij de voordrachten en de activiteiten van de plaatselijke afdelingen ontmoeten mensen elkaar. Ze spreken over hun hobby, ze helpen elkaar en leren van elkaar. Het is een sociale, gezonde en duurzame vrijetijdsbesteding.
Jan Vannoppen: Ook het ecologische aspect is belangrijk. Zelf tuinieren is vaak een opstapje naar ecologisch leven: bioproducten kopen, meer seizoensgroenten kopen, minder vlees eten. Mensen gaan op een duurzame manier om met eten, maar ook met energie, met mobiliteit, met materialen. Daarnaast doen we aan gezondheidsopvoeding, door schooltuinen op te zetten.

Wat is stadslandbouw precies en welke initiatieven bestaan er?
Marieke De Boe: In steden is er weinig of geen ruimte voor volkstuinparken. Wie in de stad wil tuinieren, moet zich richten op nieuwe vormen van tuinieren: stadslandbouw. Het is de productie van groenten en fruit in en rond de stad: in moestuinen, parken, achtertuintjes, zelfs op daken, vensterbanken en balkons. Het brengt mensen dichter bij elkaar. Er zijn voorbeelden in overvloed: parktuinen, schooltuinen, gevelgroen, daktuinen, ...
Jan Vannoppen: De term stadslandbouw is nieuw, maar ligt eigenlijk in het verlengde van de particuliere en gemeenschappelijke moestuinen. Begin oktober was ik op studiereis in New York. Daar wordt 'urban agriculture' heel breed geïnterpreteerd. De stad denkt na over de verschillende manieren waarop tuinieren nuttig kan zijn voor de mensen. Er zijn vier soorten initiatieven. Eerst zijn er de community gardens, de volkstuintjes en de community farms. Die laatste zijn te vergelijken met Vlaamse sociaal-economische initiatieven zoals de Loods in Aalst of de Wroeter in Kortessem. Tuinieren is er een soort therapie, en jongeren kunnen er een opleiding krijgen om daarna gemakkelijker een job te vinden. Er zijn ook 'commercial urban farms', daktuinen op industriële gebouwen die produceren voor hippe restaurants. Scholen of gevangenissen kunnen een 'institutional farm' opzetten om groenten te kweken. En er bestaat ook iets als stadsnabije landbouw, dat zijn boeren die specifiek voor de stad produceren. Vergelijk het gerust met de zelfplukboerderijen in Vlaanderen, of met boerderijen met thuisverkoop.

"Vzw De Vlaamse Volkstuin bestaat al 116 jaar."

Hoe ver staat Vlaanderen in vergelijking met het buitenland?
tuinieren_vzwDeVlaamseVolkstuin.2.bmpJan Vannoppen: We staan al redelijk ver. Vlamingen zijn een tuiniersvolk. In Nederland en New York waren veel mensen alle kennis over tuinieren kwijt. Hier zit tuinieren al eeuwenlang in de cultuur. De kennis is nooit helemaal verdwenen.
Noël Ghesquière: Onze vereniging bestaat niet toevallig al 116 jaar. Al die tijd hebben we constante ledencijfers. Onze vzw is een vat vol expertise.

Wat kan Vlaanderen leren van New York?
Jan Vannoppen: Steden moeten dringend nadenken over de rol van landbouw in en rond de stad. Stadslandbouw kan de sociale cohesie en de gezondheid bevorderen en de stad mooier maken. Als je dan toch groen voorziet, kun je er beter iets mee doen, niet? Vlaanderen verstedelijkt steeds meer, de metropool Brussel gaat van Aalst tot Mechelen en Leuven. Als we de boer en de consument dichter bij elkaar willen brengen, moeten we nadenken over het beleid. Van de eigen moestuin over bioproducten en groentenpakketten naar stadslandbouw.

Welke gronden zijn beschikbaar voor stadslandbouw?
Jan Vannoppen: Daar knelt het schoentje vaak. Zoveel privé-tuinen liggen braak terwijl zoveel mensen op zoek zijn naar grond. In Limburg konden we samenwerken met de provincie en de afvalintercommunale Limburg.net. Samen stapten we naar gemeenten met de vraag om grond ter beschikking te stellen. Soms gaat het over bouwgrond die nog niet gebruikt wordt, oude sportterreinen, of over grond van het OCMW. De provincie stelt dan tuiniersmateriaal ter beschikking en Velt begeleidt de tuiniers. Het eerste jaar gaan we intensief samen aan de slag, het tweede jaar doen we eerder aan nazorg. Het is de bedoeling dat de groep na een tijdje zelfstandig kan functioneren, zonder hulp van Velt. Hopelijk zien de nieuwe gemeentebesturen in dat tuinieren geen hobby is van een minderheid, maar dat het een ruime maatschappelijke dynamiek heeft.
volkstuin_vzwDeVlaamseVolkstuin.2.bmpNoël Ghesquière: We worden regelmatig aangesproken of aangeschreven door mensen die een lapje grond ter beschikking willen stellen voor het amateurtuinieren. Dat is meestal niet in grote steden maar eerder in kleinere steden en gemeenten. Er bestaat geen inventaris van deze beschikbare gronden, maar we proberen het aanbod van restgronden in kaart te brengen. Anderzijds hebben we elke gemeente een stappenplan gestuurd hoe ze concreet met een volkstuinpark kunnen beginnen. Vlaams minister van Landbouw Kris Peeters heeft ook 300.000 euro uitgetrokken voor de aanleg van nieuwe volkstuinen en de inrichting van bestaande tuinen. Daar zijn we natuurlijk erg blij mee.

Brengt de stadslandbouw landbouwers dichter bij de doorsnee Vlaming?
Jan Vannoppen: Ik hoop dat van harte. Tuiniers hebben alleszins meer voeling voor wat landbouwers presteren. Maar boeren en tuiniers moeten ook meer met elkaar in dialoog gaan. En dat gaat veel verder dan een jaarlijks bezoek aan een opendeurdag of een tochtje langs een landbouwleerpad. De samenwerking tussen landbouwers en tuiniers is voorlopig nog een grote uitdaging, omdat beide partijen soms een compleet andere visie hebben op het voedselsysteem. Dat moet zeker kunnen, maar we hopen dat iedereen voor zich de denkoefening over agro-ecologie en onderlinge samenwerking maakt.
Marieke De Boe: Er zijn al types stadslandbouw die naast voedsel ook diensten leveren. Denk maar aan boerderijen die aan hoevetoerisme doen, de zorgboerderijen en de zelfplukboerderijen. Dat zijn allemaal typische voorbeelden van nieuwe trends die de drempel verlagen tussen landbouwers en de gewone Vlaming.

"Boeren zouden 10 à 20 are tegen betaling kunnen uitlenen aan een tuiniersgroep."

Ziet u economische kansen voor de landbouwers in dit verhaal?
Jan Vannoppen: Landbouwers hebben veel kennis en expertise. Ze ontvangen soms kinderen en jongeren op de boerderij, en consumenten mogen er soms gaan oogsten. Andere landbouwers staan daar niet voor open, omdat ze daar geen tijd voor hebben. Ik begrijp dat ook, hun productiemodel laat dat niet toe. We willen met Velt graag meewerken aan de uitwisseling van kennis en grond. Boeren zouden 10 à 20 are tegen betaling kunnen uitlenen aan een tuiniersgroep. Grond is natuurlijk een groot probleem, want ook voor de landbouwers is dat een primaire bron van inkomsten. Maar hier zit volgens mij wel toekomst in, vooral als de tuiniers dan ook aardappelen of andere producten kunnen kopen bij de boer.

Bron: |

Beeld: vzw De Vlaamse Volkstuin

In samenwerking met: Jansen&Janssen

Volg VILT ook via