nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

"De hervorming van het Europees landbouwbeleid moet gedurfder"
11.06.2012  Jeroen Buysse (UGent)

Medio oktober vorig jaar heeft de Europese Commissie haar voorstellen voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) na 2013 op tafel gelegd. Sindsdien spuien de landbouworganisaties kritiek, ijveren natuurorganisaties en ngo’s voor een groener en socialer beleid en hamert de minister van Landbouw op de moeilijke context waarbinnen Vlaamse boeren moeten functioneren. Voor de nuchtere analyse van een landbouweconoom klopte VILT aan bij Jeroen Buysse, professor aan de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen van de UGent. Nuchter betekent daarom niet minder raak: “Vervang de inkomenssteun en vergoed landbouwers voor elke eenheid ecosysteem- of maatschappijdienst die ze creëren.” Ook de voorgestelde vergroening van het landbouwbeleid staat volgens Buysse bol van inefficiënties, om te beginnen het handeltje dat zal worden opgezet in perceeltjes ecologisch focusgebied.

Wat is uw algemene indruk van de voorstellen van de Europese Commissie tot hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid?
Jeroen Buysse: In plaats van te streven naar een zo efficiënt mogelijk beleid, ijvert de Europese Commissie voor een politieke consensus, wat natuurlijk niet onlogisch is. Als minst politiek gestuurde Europese instelling had ik van de Commissie wel een gedurfder voorstel verwacht. De hervorming die nu voorgesteld wordt, is aanbod- in plaats van vraaggedreven. Vanuit het huidige beleids- en financiële kader en rekening houdend met de heersende opinies zocht de Commissie naar een haalbare hervorming. Beter was geweest om te vertrekken vanuit de uitdagingen en problemen om dan na te denken over een zo efficiënt mogelijk Europees landbouwbeleid. Nu vrees ik dat er redelijk wat overheidsmiddelen verspild worden, waarmee ik niet wil zeggen dat het GLB-budget te groot is.

Het voorstel dat nu op tafel ligt, getuigt dus van weinig moed?
Start je met een schone lei en vertrek je vanuit de huidige voedseluitdaging met de moderne milieu- en klimaatvoorwaarden, dan zou het Europees landbouwbeleid er alleszins anders uitzien dan waar we nu op afstevenen. De Commissie had meer ‘out of the box’ kunnen nadenken over het landbouwbeleid in plaats van meteen binnen de huidige kaders naar een politieke consensus op zoek te gaan. Daarvoor moet je het systeem van de directe betalingen aan landbouwers van tafel durven vegen. In de plaats daarvan is de Commissie enkel beginnen sleutelen aan het bedrag van de inkomenssteun in het besef dat de huidige referentie voor die bedragen onvoldoende draagvlak heeft. De historische grondslag zorgt immers voor ongelijkheid tussen lidstaten en landbouwers.

"Teleurgesteld over de manier waarop Europa het landbouwbeleid wil vergroenen"

De vergroening van het landbouwbeleid doet het meeste stof opwaaien. Laat de Commissie daar dan niet haar tanden zien?
De impact van de vergroening is voorlopig moeilijk in te schatten omdat de Commissie heel wat begrippen nog moet afbakenen. Als wetenschapper zal je me sowieso niet horen zeggen dat de vergroening te ver of niet ver genoeg gaat. Dat is een maatschappelijke keuze waarbij mijn mening maar één van de zo vele is. Als landbouweconoom ben ik wel teleurgesteld over de manier waarop Europa het landbouwbeleid wil vergroenen. Eén van de maatregelen bestaat erin dat landbouwers zeven procent van hun areaal inrichten als ecologisch focusgebied. Subsidies zijn er voor wie die zeven procent haalt, maar wie beter doet, krijgt niet meer. De Europese Commissie vergeet dat daardoor een ‘handel in vergroening’ zal ontstaan. Wie een hectare ‘groen’ op overschot heeft en daar geen extra premie voor krijgt, zal die maar wat graag tegen betaling verpatsen aan een landbouwer die de zeven procent ecologisch focusgebied niet haalt. Hoeveel er precies gejongleerd zal worden met de verzamelaanvragen is moeilijk te zeggen, maar er is een duidelijk risico dat zo’n handeltje ontstaat.

Gemiddeld genomen bezit elke landbouwer dan toch zeven procent ecologisch focusgebied?
Klopt, maar in plaats van vergroening of landbouwproductie te stimuleren, veroorzaakt zulk beleid enkel transactiekosten. Daar is niemand mee gebaat. Uit cijfers van de landbouwadministratie blijkt dat een kwart van de Vlaamse boeren reeds meer dan zeven procent ‘groen’ in zijn areaal heeft, terwijl 75 procent nog niet aan de voorwaarde voldoet. Het nieuwe landbouwbeleid zou dus een markt doen ontstaan zonder die te organiseren. Het verleden heeft aangetoond dat heel wat systemen van verhandelbare rechten hun doel zijn voorbij geschoten. Zo waren de kosten van nutriëntenemissierechten voor de Vlaamse veestapel hoog en werkte die markt niet efficiënt.

Wat vindt u van de twee andere vergroeningsmaatregelen?
Gewasdiversiteit opleggen op bedrijfsniveau is evenmin zinvol want drie bedrijven gespecialiseerd in één teelt kunnen samen dezelfde diversiteit realiseren als één bedrijf dat drie teelten aanhoudt. Er is immers sprake van gewasdiversiteit, niet van teeltrotatie. Ook hier kan er weer een handeltje ontstaan omdat bedrijven percelen zullen omruilen in hun verzamelaanvraag. Bij de derde verplichting, het behoud van permanent grasland, doemt zelfs een averechts effect op. Voorlopig ziet het er naar uit dat 2014 het referentietijdstip wordt voor het areaal permanent grasland. Dat kan landbouwers er toe aanzetten om grasland tegen die datum om te ploegen. Al verneem ik van de Vlaamse landbouwadministratie dat door een overgangsregeling het behoud van het areaal permanent grasland tot 2015 deel blijft uitmaken van de randvoorwaarden voor inkomenssteun. Zo zou dan toch vermeden worden dat boeren de ploeg zetten in hun blijvend grasland.

"Hanteer de wortel, niet de stok"

Kan het landbouwbeleid ongewenste effecten in alle omstandigheden uitsluiten?
In plaats van een premie te geven als aan een aantal voorwaarden voldaan is, keer je het om. Voor elke ‘eenheid maatschappelijke dienst’ die een landbouwer creëert, krijgt hij een vergoeding. Een boer met veel permanent grasland wordt niet langer gestraft, maar beloond. Hanteer niet de stok die de voorwaarden moet bewaken, maar gebruik de wortel die de juiste stimulans geeft. Netto hoeft er voor de portemonnee van de landbouwer en de beleidsmaker geen verschil te zijn.

Kan u dat verduidelijken?
De zoogkoeienpremie in Vlaanderen is een goed voorbeeld. De overheid wil die gekoppeld houden omdat zoogkoeien vaak op extensief grasland grazen. Is het dan niet eenvoudiger om de premie rechtstreeks aan de ecosysteemdienst ‘extensief grasland’ te koppelen? Europa verlangt gewasdiversiteit? Wel, ken dan een bescheiden premie toe aan diverse gewassen binnen een afgebakende regio. Vergelijk het met beheerovereenkomsten, maar dan op grotere schaal toegepast met het geld uit de eerste pijler van het GLB (inkomenssteun), een eenvoudiger set aan voorwaarden en minder administratieve controles. Aangezien het om een ‘light versie’ van de beheerovereenkomsten gaat, zullen er veel deelnemers zijn. Een sequentieel betalingsmechanisme verzekert dan dat iedereen een evenredig deel krijgt en vermijdt dat er meer premies worden toegewezen dan er budget is. Wie daar meer over wil weten, mag mij altijd contacteren.

"Prijzen van inputs zullen nog stijgen"

Kunnen we met het huidige Europese landbouwmodel nog een tijdje voort of dringt een radicale ommezwaai zich op?
Het beleidsmodel kan je radicaal omgooien, maar het landbouwmodel – de som van de beslissingen van individuele landbouwers – verander je niet van de ene op de andere dag. Daar moet je realistisch in zijn. Die groep van landbouwers verandert natuurlijk doorheen de tijd en individuele beslissingen worden afgestemd op de stimulansen vanuit beleid en marktprijzen. Inputprijzen zullen naar verwachting stijgen en als de kostprijs van biodiversiteitsverlies verrekend wordt, dan evolueren we naar een landbouwmodel dat met al die zaken efficiënter omspringt. We zien nu reeds dat landbouwers middelen zuiniger inzetten. Beschouw dat als een natuurlijke evolutie die economisch gedreven is. Het beleid kan die evolutie stimuleren door bijvoorbeeld fossiele grondstoffen duurder te maken, duurzame energie te subsidiëren en investeringssubsidies te verstrekken zoals dat vandaag reeds gebeurt.

De meeste Vlaamse boeren zullen hun inkomenssteun na 2013 zien verminderen. Krijgen ze er een betere bescherming tegen prijsvolatiliteit van grondstoffen en landbouwproducten voor in de plaats?
De mechanismen om prijsvolatiliteit te beperken, zijn in het GLB-voorstel niet goed uitgewerkt. Adequate mechanismen om marktschokken op te vangen, waren er in het verleden maar zie ik in het nieuwe GLB niet. Importtarieven, exportsubsidies en productiequota zijn verdwenen. Met minder marktverstorende beleidsinstrumenten blijft de prijsvolatiliteit van de wereldmarkt voelbaar. Landbouwers moeten het probleem dus zelf aanpakken door liquiditeitsmanagement, eventueel gecombineerd met handelen op de termijnmarkt. Een financiële buffer aanleggen dus, maar niet te groot want dat kost nodeloos geld. Met betere prijsinfo via termijnmarkten, contractteelt of andere mechanismen kan je die buffer kleiner houden en meer kapitaal in het bedrijf investeren.

De overheid hoeft dus helemaal niet wakker te liggen van prijsvolatiliteit in de landbouw?
Op het vlak van risicobeheer is er een moeilijk evenwicht tussen de verantwoordelijkheid van de landbouwer en die van het beleid. De overheid dient nog tussen te komen, maar enkel in onvoorspelbare situaties die geen deel uitmaken van het normaal management van een bedrijf. Een EHEC-crisis is onvoorspelbaar, prijsvolatiliteit of droogte die de akkers om de zoveel jaar teistert, niet. De landbouwsector kan dit beter zelf opvangen, eventueel met de steun van de overheid. Die steun kan bestaan uit het opzetten van een prijsinformatiesysteem, informatie omtrent de werking van termijnmarkten, een subsidie voor een weersverzekering of investeringssteun voor hagelnetten, enz.

"Productiequota zijn inefficiënt"

Zijn productiequota een zinvol instrument om het aanbod te beheersen en een betere prijs te realiseren?
Met productiequota kan je alleen in een afgeschermde markt een hogere prijs bewerkstelligen. Voor melkquota was dat in het verleden het geval. Vandaag rest de productiebeperking zonder dat daar het voordeel van een hogere prijs tegenover staat. Hetzelfde geldt voor de nutriëntenemissierechten (NER’s). De Europese suikermarkt is momenteel nog beter afgeschermd zodat landbouwers (voorlopig) baat hebben bij de suikerquota. Tweede kritiek op productiequota is dat de handel erin geld kost en inefficiënt is. Als oplossing voor het mestprobleem deugen NER’s evenmin want aan de concentratie van mestproductie in bepaalde regio’s van ons land veranderen ze niks. Door de mestafzet goed te controleren, maak je NER’s overbodig. Als het een veehouder erg veel geld gaat kosten om zijn mest kwijt te geraken, dan zet dat indirect immers een rem op het aantal dieren.

De Europese Unie is overtuigd dat boeren, melkveehouders op kop, meer moeten samenwerken. Is dat realistisch? Welke vormen van samenwerking dicht u slaagkansen toe?
Samenwerking ligt in de landbouwsector veel minder moeilijk dan algemeen aangenomen. Overlevingslandbouw is wars van samenwerking, maar een hedendaags bedrijf werkt samen met een veevoederleverancier, een loonwerker, een afnemer, enz. Dat klinkt misschien niet zo romantisch omdat voor die samenwerking de marktprijs wordt betaald, maar alle partijen doen er evengoed hun voordeel mee. De specialisering van onze landbouw is het beste bewijs dat die vormen van samenwerking lonen. Nieuw is dat de Europese Commissie landbouwers samen wil laten onderhandelen over prijzen. Persoonlijk heb ik daar goede ervaringen mee, want ik begeleidde de prijsonderhandelingen van de nieuw gevormde producentenorganisatie die levert aan zuivelfirma Danone. Met een optimalisatiemodel berekende ik een premie bovenop de basismelkprijs waarmee elke melkveehouder zich verbetert maar die toch zo laag mogelijk is voor Danone. Ondanks de duidelijk conflicterende belangen leek iedereen tevreden.

Dringen diensten aan de maatschappij zich meer dan ooit op?
Indien landbouw maatschappijdiensten zoals biodiversiteit en onderhoud van de open ruimte goedkoper kan aanbieden dan andere actoren, is het economisch gezien logisch dat de landbouwsector dit doet en ervoor vergoed wordt.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via