nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

"Wie met de marges gaat lopen, is ons nog niet duidelijk"
23.09.2013  Johan Vande Lanotte - minister van Economie en Consumentenzaken

Toen de FOD Economie vorig jaar constateerde dat de voedingsprijzen in ons land tien procent hoger liggen dan in de ons omringende landen, stelde minister van Economie en Consumentenzaken Johan Vande Lanotte een aantal maatregelen voor. Hij kaartte het probleem ook aan op Europees niveau. “De eengemaakte markt is immers een realiteit voor de producenten, niet voor de consumenten. Zo blijft de prijs in kleinere landen als België kunstmatig hoog”, klonk het toen. Heel de voedingsindustrie stond op zijn achterste poten bij het horen van de voorstellen van de minister en ook de landbouwsector vreesde als eerste schakel in de keten nog meer de dupe te worden van de race naar de laagste prijzen. Zover is het nog niet gekomen, maar VILT nodigde minister Vande Lanotte alvast uit op het leghennenbedrijf van Schoonste Boerin Ellen Vaneynde zodat hij zelf kon ondervinden met welke problemen de land- en tuinbouw in Vlaanderen wordt geconfronteerd. Het werd een gesprek over marges, prijstransparantie, oneerlijke concurrentie en subsidies voor de land- en tuinbouw.

In januari maakte u kennis met het ketenoverleg in de agrovoedingssector. Wat denkt u van dit initiatief?
Vande Lanotte: Ik geloof in dit overleg. Hoewel we er niet de hemel op aarde mogen van verwachten, toont de praktijk toch aan dat er door met elkaar in gesprek te treden al enkele disputen zijn vermeden. Het is bovendien vrij uniek in Europa. In heel wat landen staan de verschillende schakels in de keten met getrokken messen tegenover elkaar. Hier spreekt men tenminste. Het akkoord over de rundvleesprijsindex is bijvoorbeeld een mooie verwezenlijking. Dat akkoord heeft inhoud, het zorgt voor een zelfregulerend effect. Vandaar ook dat mijn diensten het ketenoverleg ondersteunen. Zo is het de FOD Economie die sinds juli maandelijks de vleesprijsindex publiceert.

“De overheid kan alleen optreden als één van de spelers in de keten zijn marktmacht manifest misbruikt.”

Zou u kunnen zorgen voor een stok achter de deur wanneer de gedragscode niet werkt?
Dat ligt niet zo simpel. Wij kunnen vanuit de overheid alleen optreden als duidelijk is dat één van de partners in de keten haar machtspositie manifest misbruikt. Het is dan aan de Mededingingsautoriteit die op 1 september werd hervormd, om stappen te ondernemen. Dat kan bijvoorbeeld ook wanneer we vaststellen dat de marges van een bepaalde partij abnormaal hoog liggen.

Over marges gesproken, is de marge in de voedselketen slecht verdeeld of gewoon laag van boer tot bord in vergelijking met andere sectoren?
vande lanotte en schoonste boerin22.jpgHet grote probleem is dat we dat op vandaag niet zeker weten. De studies die we al hebben uitgevoerd, geven hierover nog geen duidelijkheid. De FOD Economie komt tot een heel andere conclusie dan een Europese studie die stelt dat de grote retailers hun machtspositie misbruiken. Er zijn enkele grootwarenhuizen die het in België heel goed doen. Die halen mooie winsten van zeven tot acht procent, maar er zijn er evenveel die maar heel kleine, bijna negatieve marges hebben. Opvallend is dat de supermarkten die uitpakken met lage prijzen vaak de beste marges hebben. Dat heeft dan vooral te maken met efficiëntie: goede investeringen in immobiliën, sobere winkelinrichting, enz.

Ligt het probleem dan bij de tussenschakels?
Ik weet dat vandaag gewoon echt niet. De onderzoeken lopen nog. Wat we wel hebben vastgesteld, is dat de prijzen in ons land sneller stijgen en minder snel dalen dan in de ons omringende landen. Ook hebben we gezien dat wanneer de prijzen in de winkelrekken stijgen, de boer dit niet altijd merkt. De kans is dus groot dat het ergens blijft hangen, maar waar dat juist is, daarop moet ik het antwoord schuldig blijven.

Misschien is ons voedsel gewoon te goedkoop?
Nee, dat vind ik niet. Het is een feit dat ons voedsel beduidend duurder is dan in de ons omringende landen. We hebben de vaststelling gedaan dat de prijzen bij ons al een jaar of vier, vijf meer stijgen dan in Frankrijk, Nederland of Duitsland. Minder relevant voor de landbouw, maar toch duidelijk gebleken uit onze studie, is dat het vooral verkopers van merkproducten zoals Unilever, AB Inbev of Nestlé, zijn die in België betere marges realiseren dan in onze buurlanden. Wellicht is dit voor een deel te verklaren door de structuur van de retailmarkt. In België heeft er geen enkele supermarktketen een groter marktaandeel dan 25 procent. In Nederland heeft Albert Heijn de helft van de markt in handen. Daardoor zijn ze er bijvoorbeeld al in geslaagd om een geplande prijsstijging van een grote multinational zoals Coca-Cola de kop in te drukken. In Duitsland heeft supermarktketen Aldi een sterke positie, dus daar is de druk op de prijzen ook veel sterker. Het Prijzenobservatorium is verder op zoek naar verklaringen voor het verschil in voedselprijzen, maar eenvoudig is het niet. Het is echt een wirwar, er zijn zo veel tussenschakels.

“Ik vind het een fundamenteel probleem dat er binnen de WTO-akkoorden geen ecologische of sociale normen gelden.”

U hebt het al gehad over de rundvleesprijsindex. Kan het Prijzenobservatorium ook voor andere deelsectoren in de land- en tuinbouw de prijstransparantie verhogen?
Dat kan, maar wij zijn afhankelijk van de sectoren zelf natuurlijk. De rundvleesprijsindex is er gekomen na een drietal maanden intensief samenwerken tussen de FOD Economie en de schakels in de vleessector. We hebben heel concrete gegevens nodig van heel concrete bedrijven dus er moet bereidheid zijn tot samenwerking. Meestal werken wij vraaggestuurd: een sector ervaart een bepaald probleem en kaart dit bij ons aan. Maar soms gebeurt zoiets ook eerder toevallig. Je ontmoet mensen, zij praten over een probleem en zo gaat de bal aan het rollen. Momenteel lopen er een paar onderzoeken. Zo zijn we bezig prijsinformatie te verzamelen over voedingsmultinationals die hun merkproducten te duur verkopen. Ook rond geldtransporten loopt er een onderzoek, want daar zou blijkbaar één partij een quasi-monopolie hebben.

Een vaak gehoorde klacht in landbouwkringen is dat Europa strenge normen oplegt aan de eigen productie, maar intussen wel producten invoert die niet aan die normen voldoet. Denk maar aan eieren uit legbatterijen of vlees van dieren die gevoed zijn met ggo-voeders. Dat zorgt toch voor oneerlijke concurrentie?
vande lanotte en schoonste boerin2.jpgDat is een heel moeilijk verhaal. Volgens de afspraken binnen de Wereldhandelsorganisatie kunnen we producten die gesubsidieerd worden aan de EU-grenzen tegenhouden of er extra taksen op heffen. Voor producten die sanitair niet in orde zijn, kunnen we ook een invoerverbod uitvaardigen. Maar dat geldt niet voor producten die niet voldoen aan de Europese milieu- of sociale standaarden. Zo kan je bijvoorbeeld geen Oekraïense eieren van kippen uit legbatterijen tegenhouden omdat ze niet aan onze normen voor dierenwelzijn voldoen. Ik ervaar dat zelf als een fundamenteel probleem. Binnen de WTO-akkoorden worden economische normen aangehouden, maar sociale of ecologische niet. Vaak zijn het juist de arme landen die daarvoor pleiten omdat zij door lage lonen, kinderarbeid of het niet respecteren van milieunormen juist kunnen concurreren met de westerse landen. Ik denk dat Europa op een bepaald moment toch zal moeten beslissen dat er geen producten worden aanvaard die niet aan een minimum aan ecologische of sociale normen voldoen. Maar je moet daarin ook redelijk zijn. Je kan van een land in volle ontwikkeling niet hetzelfde vragen als van westerse landen. Maar nu is het onredelijk in de andere richting.

“Door actief mee te werken aan het ketenoverleg is ons duidelijk geworden dat de mededingingswet te strikt was voor de landbouw.”

Soms is er binnen de Europese Unie ook sprake van oneerlijke concurrentie. Zo klaagde u onlangs, samen met minister van Werk Monica De Coninck, nog het gebrek aan minimumlonen in de Duitse vleesindustrie aan. En dat is niet het enige voorbeeld. In bepaalde Europese lidstaten zijn heel wat oude legbatterijen nog steeds in gebruik…
Daar kan ik kort over zijn: binnen de Europese Unie moeten de regels gerespecteerd worden. Wij kunnen als land een klacht indienen bij Europa. Ik begrijp dat dit voor een individuele boer onbegonnen werk is, maar misschien kunnen de landbouworganisaties hier een rol spelen?

Dat brengt ons bij het probleem van de mededinging. De strenge mededingingswet maakt het voor land- en tuinbouwers heel moeilijk om zich te verenigen om op die manier meer marktmacht af te dwingen.
Door met de FOD Economie actief mee te werken aan het ketenoverleg, is het ons duidelijk geworden dat deze wetgeving de landbouwers voor problemen stelt. De nieuwe mededingingswet erkent dat men zich mag verenigen als het doel is om betere marktvoorwaarden af te dwingen. Als de prijzen voor de consument hierdoor systematisch hoger komen te liggen, dan zal de Mededingingsautoriteit optreden. Landbouwers die zich organiseren om betere marktvoorwaarden te krijgen die nodig zijn om het bedrijf op een rendabele manier te laten draaien, dat is voor ons geen probleem. De uitkomst is dus belangrijk.

“Subsidies geven met als doel eigen voedselproductie in Europa te behouden, vind ik niet nodig.”

Een aantal deelsectoren in de landbouw krijgen inkomenssteun omdat de vergoeding die ze uit de markt kunnen halen onvoldoende is, terwijl almaar meer eisen worden gesteld aan product en productieproces. Vindt u permanente inkomenssteun als compensatie voor een scheve marktsituatie verdedigbaar?
Die subsidies zijn er gekomen na de Tweede Wereldoorlog toen de voedselbevoorrading onder druk stond. Vandaag hebben we een heel andere situatie, de tijd van voedseltekorten is voorbij. Maar ik vind het wel verdedigbaar als je die subsidies geeft vanuit een sociaal of ecologisch oogpunt, bijvoorbeeld dat je ervoor opteert om eigen productie te behouden om lange transporten te vermijden. Maar het kan niet zijn dat je een sector gaat ondersteunen die gaat uitvoeren naar China.

U vindt het vanuit politiek oogpunt dus niet nodig om de sector te ondersteunen opdat we onze eigen voedselproductie kunnen behouden?
Ik denk dat dit op vandaag niet nodig is, maar dat kan natuurlijk veranderen. We moeten opletten dat we niets behouden uit gewoonte. Schaarste is er vandaag niet. Dus puur uit die overweging de eigen landbouw ondersteunen, vind ik overbodig. Mar als je dit doet om het milieu te beschermen of om het dierenwelzijn te verbeteren, dan valt er wat mij betreft wel iets te zeggen voor inkomenssteun voor de land- en tuinbouw.

Meer informatie:
'Gezocht: gezonde marges' - Landgenoten in gesprek met minister Vande Lanotte en Schoonste Boerin Ellen Vaneynde
'Landbouwinkomen en prijsvorming met Johan Vande Lanotte - BoerenstebuitenTV

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Filip Claessens

Volg VILT ook via