Kleine gemeenten vragen oprichting Plattelandsfonds

Verstuur naar een vriend(in) Afdrukken

Vlaams minister-president Kris Peeters die eveneens bevoegd is voor Plattelandsbeleid heeft vrijdag een werkbezoek gebracht aan Alveringem in West-Vlaanderen. Hij had er een gesprek met de burgemeester en schepenen over de bestuurskracht van een kleine landelijke gemeente. Burgemeester Gerard Liefooghe maakte van de gelegenheid gebruik om te pleiten voor de snelle oprichting van een Plattelandsfonds.


Minister Peeters wilde met dit bezoek zijn plattelandsbeleid toetsen aan de praktijk van een kleine plattelandsgemeente. Dit bezoek bood hem ook de gelegenheid om een gesprek te voeren rond het op te richten Plattelandsfonds. “Het Plattelandsbeleid is uitdrukkelijk in het Vlaams regeerakkoord opgenomen, maar we moeten dat nu verder uitwerken, onder meer met een Plattelandsfonds”, zei Peeters.

Kleine landelijke gemeenten zoals Alveringem worden geconfronteerd met een aantal belangrijke uitdagingen. Zo zien ze het aantal voorzieningen in hun dorpen slinken en jonge mensen trekken weg uit de gemeente. Door de verouderende bevolking, de lage waarde van het onroerend goed, het kleine inwonersaantal en de vele kernen liggen de inkomsten van deze gemeenten laag.

De uitgaven daarentegen zijn er niet minder om. Daardoor hebben zij het moeilijk om bijvoorbeeld de vele landbouwwegen op hun vaak grote grondgebied te onderhouden. Anderzijds liggen deze gemeenten vaak in een mooie landelijke omgeving, wat voor hen kansen creëert om hun streek toeristisch en recreatief uit te bouwen. “Het zoeken van een evenwicht tussen het versterken van deze troeven en ze tegelijkertijd verder toekomstgericht te ontwikkelen is geen makkelijke oefening”, weet Peeters.

Dat beseft burgemeester Gerard Liefooghe (Gemeentebelangen) maar al te goed. “Zonder financiële steun kunnen wij niets realiseren”, stelt hij. “Onze dorpskernen moeten vernieuwd worden, want anders trekken jonge gezinnen weg omdat hier niets is. Nu moeten wij projecten laten liggen bij gebrek aan geld”. Liefooghe pleitte dan ook voor de snelle oprichting van een Plattelandsfonds. Hij vroeg ook om het geld uit het fonds selectief toe te kennen. “Gemeenten die helemaal onderaan het peloton bengelen, moeten eerst aan bod komen”, aldus de Alveringemse burgemeester.

Peeters antwoordde dat Vlaanderen de plattelandsgemeenten al via diverse intstrumenten, fondsen en subsidieprogramma’s ondersteunt. Hij beloofde de bekommernissen van de Alveringemse burgervader mee te nemen bij de uitwerking van het Plattelandsfonds. “Dat mag geen kopie zijn van het Stedenfonds. Maar als heel het platteland daarin aan bod moet komen, dan zullen we wel heel selectief moeten zijn in de projecten”, besloot de minister-president.

 

bron Eigen verslaggeving/Het Nieuwsblad

07/03/2010