nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

"Crisis is een trigger voor innovatie"
20.02.2012  Koen Symons (Innovatiesteunpunt)

Voor de jaarwisseling vond een wissel van de wacht plaats aan het hoofd van het Innovatiesteunpunt voor land- en tuinbouw. Op initiatief van Boerenbond en Cera stampte Lieven Vandeputte in 2000 het Innovatiesteunpunt uit de grond. In zijn nieuwe functie bij Cera blijft Vandeputte zich bekommeren om de maatschappelijke functie van de Vlaamse land- en tuinbouw. Koen Symons zal voortaan het Innovatiesteunpunt in goede banen leiden. “We moeten koploper blijven in innovatie”, kondigt Symons aan, “en mee evolueren met de noden van de landbouwers, de verwachtingen van de burger/consument en nieuwe technologieën.” Durf ondernemen en neem ondanks het vele werk de tijd om je af te vragen waar je naar toe wil, luidt zijn advies. Wetgeving en crisistijden zijn volgens Symons geen obstakel maar integendeel een stimulans voor innovatie.

Hebben jullie de landbouwsector fel zien veranderen sinds de oprichting van het Innovatiesteunpunt in 2000?
Koen Symons: De sector evolueert razendsnel. Van een gesloten wereld met veeleer traditionele en productiegerichte bedrijven krijgen we nu te maken met land- en tuinbouwers die zich openstellen voor hun omgeving en wat die van hen verwacht. Zij houden rekening met de markt en de groeipijnen die ze ervaren, maar vooral, ze denken na waar ze naar toe willen met hun bedrijf. Kortom, ze zijn bewuster bezig met ondernemen.

Werden er doorheen de jaren andere klemtonen gelegd in jullie werking?
Ten tijde van de oprichting door Boerenbond en Cera leverde de vorige coördinator, Lieven Vandeputte, op zijn eentje pionierswerk. Iemand die koos voor bio of verbreding werd toen nog raar bekeken en had nood aan een klankbord. Daarvoor kwamen ze bij het Innovatiesteunpunt terecht. Vandaag maken veel meer land- en tuinbouwbedrijven zulke bewuste, strategische keuzes. Tegelijk doen ook grootschalige, traditionele bedrijven en coöperaties beroep op ons. De doelgroep (alle land- en tuinbouwers) verbreedde dus en hetzelfde gebeurde met de werking. Het Innovatiesteunpunt is nu op meer terreinen actief. Dat kan vermits we groeiden van één naar 12 medewerkers. We zijn ook met andere zaken bezig want technologie staat niet stil. De daken van stallen en loodsen liggen intussen vol met zonnepanelen. Dus is het voor ons zinvoller om landbouwers te adviseren over bijvoorbeeld de toepassingen van warmterecuperatie in de veehouderij. 

Wat wil het nieuwe diensthoofd van het Innovatiesteunpunt verwezenlijken?
KoenSymons.Innovatiesteunpunt.1.jpgLieven ontwikkelde graag nieuwe, innovatieve diensten voor land- en tuinbouwbedrijven. Hij wees steeds op de maatschappelijke functie van de sector. Als boer of tuinder werk je niet op een eiland, maar ga je de dialoog aan met de andere geledingen in de samenleving en trek je lessen uit andere sectoren. In zijn nieuwe functie bij Cera zal Lieven dat ongetwijfeld blijven benadrukken. Ook voor het Innovatiesteunpunt blijft dit belangrijk. Persoonlijk wil ik er over waken dat we koploper blijven in innovatie. Als Innovatiesteunpunt moeten we onze naam waarmaken en met de nieuwste, innovatieve technieken bezig zijn. Door te lang met dezelfde zaken bezig te blijven, bestaat het gevaar dat je nieuwe innovaties uit het oog verliest. Het Innovatiesteunpunt moet met andere woorden interessant blijven voor de pioniers maar tegelijk een breed diensten- en vormingspakket aanbieden om de vertaalslag te maken naar de grote groep ‘volgers’. Daar slagen we vandaag best wel goed in, getuige de 600 adviesvragen per jaar en het succes van onze vormingsactiviteiten.

Vul aan: Een landbouwer wapent zich voor de toekomst door…
Door een brede, open en kritische kijk op het eigen bedrijf en op de omgeving waarin hij onderneemt. Daarnaast is het een kwestie van ‘out of the box’ durven en kunnen denken en vooral durven ondernemen: bewust keuzes maken die de toekomst van het bedrijf richting geven en vervolgens het bedrijf aanpassen aan die keuzes. Een ondernemer droomt dikwijls van een zo groot mogelijk bedrijf, maar groot is niet altijd rendabel. Bovendien telt niet alleen de schaalgrootte, maar bijvoorbeeld ook het plezier in het werk. Wil je bijvoorbeeld als tuinder de serre voor je bureau ruilen en 50 personeelsleden aansturen? Een sterk bedrijf is een bedrijf met een duidelijke strategie die afgestemd is op de sterke en zwakke punten van het bedrijf en de bedrijfsleiding. Vaak heeft een boer het zo druk dat hij zich vergeet af te vragen waar hij naar toe wil. Wij overlopen met de ondernemer alle opties en randvoorwaarden, maar zijn strategie voor de toekomst bepaalt hij uiteindelijk wel zelf.

De innovatiecampagne is in 2012 aan zijn achtste editie toe. Blijven jullie goede inzendingen krijgen of is innoveren vandaag moeilijker dan tien jaar geleden?

Lees ook:
Innovatiecampagne 2012
De eerste editie in 2000 kon rekenen op een 30-tal inzendingen, twee jaar geleden waren het er 106 en dit keer kunnen het er nog meer zijn. De sector loopt over van goede ideeën en zowel marktinnovaties, (milieu)technische innovaties als sociale innovaties komen in aanmerking. Ideeën insturen, is erg eenvoudig: gewoon een korte omschrijving achterlaten op onze website. Het dossier wordt opgemaakt na een bezoek van de innovatie-consulent. Met tien laureaten hebben inzenders een mooie kans om beloond te worden. We bekronen liever tien bedrijven dan er één uit te kiezen. De campagne wil immers sensibiliseren rond innovatie. Op deze manier ontdekken we tien goede voorbeelden van innovatie die onszelf en de sector kunnen inspireren.

Is er een innovatie van het eerste uur die de boeren nu niet meer zouden kunnen wegdenken uit hun bedrijfsvoering?
Dat is een lastige vraag want innoveren is geen momentopname, maar een constante opgave voor bedrijfsleiders en sectoren. Innoveren blijf je doen, het is inherent aan de economie dat je steeds op zoek gaat naar vernieuwing om je toegevoegde waarde te laten groeien. Dat aspect van groei of toegevoegde waarde is overigens erg belangrijk. Investeer je in een ontwikkeling zonder extra toegevoegde waarde te beogen, dan gaat het om onderzoek en niet om innovatie. Als sector moeten we dus blijvend op zoek gaan naar vernieuwing om het beter te doen.

Waar kunnen boeren de inspiratie halen om te innoveren? Waar halen jullie die zelf vandaan?
innovatiesteunpunt1.bmpDat ligt voor de hand: boeren moeten stelen met hun ogen. Op dezelfde manier zoeken wij inspiratie voor onze werking. De land- en tuinbouw loopt vol van geïnspireerde, innovatieve ondernemers. Soms zonder dat zij het zelf beseffen. Wij hebben het geluk dat wij op al die bedrijven welkom zijn en van hen mogen leren. Dat vertalen wij naar vormingsactiviteiten zoals de studiedagen over ‘Innovatieve tuinbouw’ en ‘Inzicht in de consument’ en demodagen. Onderschat ook niet wat je als boer of tuinder kan opsteken van bedrijven uit andere sectoren of uit het buitenland. Daarom kijkt het Innovatiesteunpunt regelmatig met een groep boeren ‘Achter de schermen’ van een niet-landbouwbedrijf. En gaan we in maart op bezoek bij de agrarisch ondernemer van het jaar in Nederland.

Vormt wetgeving nog vaak een knelpunt voor het doorbreken van innovaties in de sector?
Wetgeving verplicht soms tot veranderen en is bijgevolg een stimulans en geen belemmering voor innovatie. Technologieën zoals zonnepanelen, warmtekrachtkoppelingen (WKK) en emissiearme stallen zijn dankzij wetgeving en de stimulansen in het beleid op korte tijd doorgedrongen in de land- en tuinbouw. We merken wel dat voorlopers dikwijls uit de boot vallen voor steunmaatregelen en dat is natuurlijk jammer. Wie als eerste op de proppen komt met een goede technologie ontvangt bijvoorbeeld geen steun van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) omdat de techniek nog niet gedefinieerd is in de VLIF-regelgeving. We zouden samen met de overheid moeten nadenken over het sneller capteren en ondersteunen van innovaties. Een systeem van innovatiecheques kan een oplossing zijn. De regels van het VLIF sneller aanpassen, evenzeer. Belangrijk is dat de ondersteuning van pioniers zo goed mogelijk wordt ingebed in het bestaande procedé.

Is de dynamiek om te innoveren conjunctuurgevoelig? Kunnen boeren met andere woorden ook in tijden van crisis creatief zijn?
varkenscrisis_mail.gifIk geloof sterk in de capaciteit van een sector om zich aan te passen aan de omstandigheden. Een crisissituatie dwingt mogelijk net tot een snellere aanpassing. Bedrijven gaan op zoek naar manieren om kosten te besparen of extra inkomsten te genereren. Een crisis doet bedrijven beseffen dat ze misschien niet kunnen voortdoen zoals ze al jaren bezig zijn. Ik beschouw crisis dus als een ‘trigger’ voor innovatie, tenzij het te laat is en het bedrijf in acute problemen verkeert. Innovatie vergt immers ook (financiële) middelen.

Klopt het dat boeren elkaar teveel als concurrent zien om samen te werken en te leren van elkaar?
Samenwerken blijft een moeilijk iets. Veel land- en tuinbouwers beginnen te beseffen dat ze door samen te werken de nodige schaal kunnen krijgen om een aantal zaken te realiseren. Er zit potentieel in, beseffen ze, maar effectief de stap zetten is een andere zaak. Het typeert veel ondernemers, niet alleen landbouwers, dat zij de touwtjes zelf in handen willen hebben. Samenwerken betekent immers een deel autonomie opgeven en verantwoordelijkheid delen. Zowel het Innovatiesteunpunt als Cera gaan dit jaar sterk inzetten op samenwerkingsverbanden , 2012 is dan ook het Internationaal Jaar van de Coöperaties.

Waar wil het Innovatiesteunpunt de komende jaren vooral aan werken?
We doen ons best om de noden van de sector te blijven aanvoelen. In het zeer dichtbevolkte Vlaanderen zal de land- en tuinbouw zich nog meer moeten aanpassen aan de maatschappelijke verwachtingen. Om nog te mogen ondernemen, zijn innovaties nodig op het vlak van milieu, energie, stalconcepten, kringloop sluiten, enz. Uiteraard moeten onze boeren een goed inkomen kunnen halen uit hun activiteiten. Ze doen er goed aan na te denken over waar ze naar toe willen met hun bedrijf. Ze kunnen aan product- of dienstenontwikkeling doen of commercieel samenwerken met collega’s of andere bedrijven in de keten. Veel bedrijven zullen groeien en als gevolg daarvan groeipijnen kennen op het vlak van personeelsbeleid. Met een uitgebreid diensten- en vormingspakket zal het Innovatiesteunpunt de land- en tuinbouwers ondersteunen.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via