nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

"Vergroening GLB kan een prikkel betekenen voor agroforestry"
19.11.2012  Koen Wellemans (ADLO) & Bert Reubens (ILVO)

Sinds 2011 kunnen Vlaamse landbouwers een subsidie aanvragen wanneer zij op eenzelfde perceel een landbouwteelt combineren met het aanplanten van bomen. Agroforestry heet dat, oftewel een boslandbouwsysteem. De beloofde economische en ecologische meerwaarde ten spijt, gelooft tot hiertoe maar een dozijn boeren in de synergie tussen landbouw- en houtproductie. Onbekend maakt onbemind, daarom laten we twee specialisten aan het woord over agroforestry. “Het is een mooi voorbeeld van creatief omgaan met de schaarse ruimte”, zegt Koen Wellemans, diensthoofd bij de Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling van de Vlaamse landbouwadministratie. “Op de houtopbrengst is het lang wachten, maar tussentijds profiteert de landbouwer wel van een meer vruchtbare bodem, minder erosie en minder windschade”, vult Bert Reubens, onderzoeker duurzame landbouw bij het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO), aan.

Wat moeten we ons voorstellen bij agroforestry?
agroforestry_ILVO.1.jpgBert Reubens: Agroforestry is een combinatie van een landbouwteelt en een houtig gewas, meestal hoogstambomen maar een rij hakhout kan bijvoorbeeld ook. Ik zeg ‘rij’ omdat het in de Vlaamse steunmaatregel zo gedefinieerd wordt, maar vanuit een ecologisch perspectief zijn ook andere ruimtelijke indelingen mogelijk. In mediterrane landen staan olijfbomen of eiken kriskras op een perceel waar ook varkens, schapen of geiten grazen. Noem een boslandbouwsysteem nooit gewoon ‘bos’ want zowel de bomen als het landbouwgewas staan er voor productiedoeleinden. De bomen worden na verloop van tijd gekapt voor het hout. In afwachting daarvan oogst de landbouwer elk jaar gras, graan, maïs, aardappelen of een ander gewas tussen de bomenrijen. Zelfs kleinfruit en korte omloophout kunnen tussen de bomen geteeld worden. 
Koen Wellemans: Meteen is duidelijk dat agroforestry een investering in de toekomst is. Wie vandaag bomen plant, kan pas na 25 jaar of langer kwaliteitshout oogsten. De kans bestaat zelfs dat hij het kappen van de bomen aan zijn opvolger moet overlaten. Een alternatief is hakhoutbeheer waarbij het hout tussentijds reeds geoogst kan worden en aangewend wordt als biomassa.

Hoe kan je landbouwers overtuigen om zoveel geduld aan de dag te leggen?
agroforestry11.jpgBert Reubens: Door te wijzen op de ecologische meerwaarde, maar vooral ook op het economisch profijt in bepaalde omstandigheden. Bomenrijen op een landbouwperceel verhogen de biodiversiteit en daardoor ook de slaagkansen van natuurlijke plaagbeheersing. We denken dat de ruige strook in de bomenrij nuttige insecten aantrekt die in bepaalde teelten plagen helpen bestrijden. Via hun wortels houden bomen nutriënten vast uit diepere bodemlagen die een landbouwgewas kan recycleren na de bladval. De bladeren en de wortels verhogen de organische stof in de bodem. En erosie heeft minder vat op de doorwortelde, humusrijke en ruwere bodem van het perceel. Bomen breken de wind, dus enkele meters in het perceel is de schade door zware rukwinden zichtbaar minder. Anderzijds leggen de bomenrijen beslag op grond en werpen de bomen schaduw op het gewas zodat de opbrengst nabij de bomen na een aantal jaren daalt. Toch wordt op het einde van de rit, dankzij de houtkap, meer biomassa geoogst dan bij het scheiden van beide teelten. We twijfelen niet aan deze troeven, alleen ontbreekt het ons nog aan gefundeerde terreinmetingen om deze beweringen te onderbouwen en te kwantificeren.
Koen Wellemans: Daarbij aansluitend is het nog de vraag of meer biomassa ook meer euro’s betekent. Dat is niet eenvoudig te voorspellen want het vraagt een inschatting op lange termijn van zowel de prijs van het hout als die van de landbouwgewassen. Laat ons zeggen dat alles er op wijst dat hout schaars en bijgevolg kostbaarder wordt, zelfs wanneer het gaat om minder kwaliteitsvol hout van vroeg geoogste populier.
Bert Reubens: Bij een aanplanting van hoogstamfruitbomen is hout bovendien niet de enige ‘vrucht’ van het extra werk. We kunnen dus stellen dat een doordachte vorm van boslandbouw de veerkracht van landbouwbedrijven positief kan beïnvloeden.

Dit najaar vond in Brussel de eerste conferentie plaats van de Europese Agroforestry Federatie, een jonge lobbygroep die vooral door onderzoekers wordt getrokken. Wat hebben jullie daarvan onthouden?
BertReubens.1.jpgBert Reubens: Vooral dat de (juridische) knelpunten in veel landen dezelfde zijn en de ecologische meerwaarde van agroforestry vaststaat. Wel rezen er vragen over de productiviteit want in theorie is het veelbelovend, maar er zijn weinig gegevens die dat in de praktijk kunnen ondersteunen. Een probleem dat we zeker ook in Vlaanderen kennen. Zonder een netwerk van boslandbouwpercelen geen empirische gegevens, maar dan hebben we wel eerst boeren nodig die het er zonder de harde garanties van cijfermateriaal op durven wagen.
Koen Wellemans: De timing van de conferentie was niet toevallig gekozen. Europa maakt momenteel keuzes die het landbouwbeleid van 2014 tot 2020 vorm geven. In het voorstel van de Europese Commissie staat dat de landbouw moet ‘vergroenen’, onder meer door zeven procent van het akkerland in te richten als ecologisch focusgebied. Wanneer boslandbouwsystemen daarvoor in aanmerking zouden komen, kan agroforestry plots erg populair worden. Landbouwers zullen immers op zoek gaan naar de meest economische invulling van dat ecologisch focusgebied.

Agroforestry kan dus een plaats krijgen in het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB)?
KoenWellemans.1.jpgKoen Wellemans: Dat is al langer het geval. Terwijl toeslagrechten activeren op bos niet is toegestaan, is de inkomenssteun van landbouwers wel compatibel met boslandbouwpercelen. Bovendien geeft de EU lidstaten de mogelijkheid om boslandbouwsystemen te ondersteunen met een subsidie die de aanplantkosten grotendeels vergoedt. In 2011 voegde de Vlaamse regering de steunmaatregel toe aan het programma voor plattelandsontwikkeling (PDPO II). Op Europees niveau wordt deze maatregel momenteel geëvalueerd. De Commissie geeft in zijn GLB-voorstel alvast het signaal dat de EU wil blijven inzetten op agroforestry. De huidige steun blijft overeind en lidstaten zouden zelfs een stap verder mogen gaan. Zo zou de kostprijs van de aanplanting tot 80 in plaats van 70 procent terugbetaald worden. En er is sprake van een nieuwe subsidie voor het onderhoud van de bomen gedurende de eerste jaren na de aanplanting.

Welke ondersteuning geniet een ‘boslandbouwer’ in Vlaanderen?
agroforestry1.jpgKoen Wellemans: De Vlaamse overheid gaat met de financiële steun precies zo ver als de Europese verordening toelaat. Dat wil zeggen een subsidie die 70 procent van de kosten van de aanplanting vergoedt. Onder aanplantkosten verstaan we het plantgoed, de arbeidskosten en het materiaal voor versteviging en bescherming van de bomen. In ruil voor die vergoeding verwachten we dat het boslandbouwsysteem (minstens) 15 jaar wordt toegepast op het perceel. Voorts verlangen we dat minstens drie rijen bomen worden aangeplant om te vermijden dat de bomen enkel langs de perceelsrand staan. Het perceel moet minstens 50 are groot zijn. De plantdichtheid mag variëren van 30 tot 200 bomen per hectare, net om boeren aan te moedigen één en ander uit te proberen. Vrijwel alle bomen komen in aanmerking voor de subsidie, behalve laag- en halfstamfruitbomen, korte omloophout, naaldbomen en Amerikaanse vogelkers.
Bert Reubens: Wie niet voldoet aan de subsidievoorwaarden voor agroforestry maar toch met bomen aan de slag wil in combinatie met landbouwgewassen, kijkt best eens naar de steun die geboden wordt voor het behoud van met uitsterven bedreigde variëteiten van hoogstamfruitbomen en de aanleg en het onderhoud van kleine landschapselementen.

Klopt het dat de respons op de steunmaatregel zeer beperkt is?
Koen Wellemans: Vorig jaar vroegen elf landbouwers de subsidie aan, zeven van hen zijn effectief overgegaan tot het aanplanten van bomen. Dit jaar ontvingen we vijf steunaanvragen. Die landbouwers hebben nog tot volgend voorjaar de tijd om de bomen te planten.
Bert Reubens: Het Europees landbouwbeleid heeft landbouwers tientallen jaren gestimuleerd om zoveel mogelijk landbouwgrond zo efficiënt mogelijk aan te wenden voor voedselproductie. Indirect werden zij er toe aangezet om bomen op hun percelen te kappen. De switch maken, doe je niet van de ene op de andere dag. Een U-bocht in het beleid wekt ook altijd argwaan bij de landbouwers.

Zouden heel wat boeren niet gewoon twijfelen aan de haalbaarheid van agroforestry?
agroforestry_ILVO.2.jpgBert Reubens: Natuurlijk, we kunnen vandaag dan ook niet garanderen dat het steeds en overal economisch rendabel is. Daar is nog te weinig onderzoek naar gedaan. Misschien speelt ook het gebrek aan ervaring mee want agroforestry komt niet aan bod in de klassieke landbouwopleiding. Of moeten er in Vlaanderen eerst meer professionele boslandbouwpercelen komen die landbouwers kunnen inspireren.
Koen Wellemans: We willen eventuele bezwaren niet verzwijgen. De grote investering gebeurt in het begin, terwijl de houtprijs op het einde van de rit onbekend is. Bomen kunnen ziek worden of beschadigd geraken door de landbouwmachines. Kleine percelen of percelen met een grillige vorm nodigen niet uit om met agroforestry te starten.

Kan de Vlaamse overheid meer doen om agroforestry een kans te geven?
Koen Wellemans: De landbouwadviesraad SALV detecteerde een aantal juridische knelpunten. Wel, de Vlaamse regering beloofde die weg te werken. Het bosdecreet is ondertussen aangepast zodat boslandbouwsystemen buiten het toepassingsgebied vallen. De bomen kappen, staat dus niet langer gelijk met - verplicht te compenseren - ontbossen. Agroforestry valt binnenkort ook duidelijk buiten het toepassingsgebied van het Veldwetboek, dat een vergunning van het gemeentebestuur oplegt voor een bosaanplanting in agrarisch gebied. In de toekomst vervalt ook de vergunningsaanvraag bij het Agentschap voor Natuur en Bos voor het kappen van de bomen (natuurdecreet). Wanneer het gaat om bomen met een diameter groter dan één meter, dient voorlopig het gemeentebestuur nog zijn fiat te geven conform de Codex Ruimtelijke Ordening. Daar wordt ook aan gewerkt. Laat ons besluiten dat agroforestry nog zijn plek moet vinden in het bestaande juridische landschap. Dat vergt tijd en inzet, van de landbouwadministratie, maar ook van onze collega’s op de administraties natuur en ruimtelijke ordening.

Vormt de pachtwet geen obstakel?
agroforestryaaa.jpgKoen Wellemans: De pachtwet is alleszins van toepassing op boslandbouwsystemen. En inderdaad, dat kan enkele vragen opwerpen. Wanneer de pachtovereenkomst eindigt, wordt de verpachter bijvoorbeeld eigenaar van de bomen en is zijn toestemming nodig om ze te mogen kappen. Dat de bomen 15 jaar moeten blijven staan om de subsidie te rechtvaardigen, kan ook een overdracht van pacht compliceren. Om te vermijden dat zulke knelpunten worden uitvergroot, willen we als overheid correct informeren en de mist rond agroforestry laten optrekken.

Daar is ongetwijfeld ook een taak weggelegd voor onderzoekers?
Bert Reubens: Bottom-up is in Vlaanderen een Consortium Agroforestry ontstaan dat onderzoeksinstellingen ILVO, Inagro, UGent, HoGent en Bodemkundige Dienst evenals sectororganisaties Bos+, Wervel en Boerenbond samenbrengt. We komen samen rond onderzoeksideeën en proberen complementair te werken rond agroforestry. Wat we weten uit de buitenlandse literatuur en modelsimulaties zouden we moeten onderbouwen met terreingegevens uit Vlaanderen. Dan kunnen we landbouwers informeren hoeveel biomassa geproduceerd wordt, wat de opbrengstderving bij de landbouwteelt is, welke bomen en gewassen de beste combinaties in onze contreien zijn, enz. Wat het lastig voorspelbare financieel rendement betreft, zouden we kunnen rekenen met een ‘beste’ en ‘slechtste’ scenario.

Wat sterkt jullie in de overtuiging dat agroforestry een veelbelovende opportuniteit vormt voor de Vlaamse landbouw?
agroforestry.b_ILVO.2.jpgBert Reubens: Agroforestry beantwoordt aan een combinatie van behoeften. Een landbouwteelt combineren met bomen was vroeger heel normaal en ook vandaag zien enkele landbouwers opnieuw de logica in van die combinatie. Als het nieuwe landbouwbeleid inzet op agroforestry als mogelijke invulling van vergroening, bestaat de kans dat vele landbouwers hen daarin zullen volgen.
Koen Wellemans: Ruimte is schaars in Vlaanderen. Dat dwingt ons om creatief om te springen met de ruimtevragen voor verschillende functies. Landbouw combineren met een landschap met bomen en met de productie van kwaliteitshout of biomassa is daar een mooi voorbeeld van. Een landbouwer die hier op inspeelt, vergroot bovendien het maatschappelijk belang van zijn landbouwperceel. Hij staat met andere woorden sterker wanneer in zijn buurt projecten gerealiseerd worden die ruimte claimen.

Hoe gaan jullie meer landbouwers overtuigen van het potentieel dat agroforestry biedt?
Bert Reubens: ILVO wil samen met de Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling (ADLO) bedrijven opvolgen, praktijkervaring in kaart brengen en advies verlenen. Vorig jaar wisselden we al heel wat ideeën, kennis en ervaring uit met de pioniers, dit jaar gaan we een kijkje nemen bij de nieuwe starters.
Koen Wellemans: Het Departement Landbouw en Visserij zal verder inzetten op ondersteuning en voorlichting en wil vooral breed informeren door middel van studiedagen, zoals de studiedag die we in augustus organiseerden in samenwerking met het Vlaams Ruraal Netwerk en het Consortium Agroforestry.

Lees morgen het nieuwsartikel 'Hoe ga je aan de slag met agroforestry' voor praktische tips en weetjes. Bezoek voor meer informatie de webpagina’s over de subsidiemaatregel, EURAF, agroforestry (Wervel) en het verslag van de studiedag van het Vlaams Ruraal Netwerk.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: ILVO/VILT

Volg VILT ook via