nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

Gaat de bodem bergaf?
21.12.2008  Koolstof

Geregeld duiken alarmerende berichten op over het koolstofgehalte van de Vlaamse akkers. Volgens Jan Bries van de Bodemkundige Dienst is er nog geen reden tot paniek, maar landbouwers moeten wel alert zijn en op tijd maatregelen nemen. Een te laag koolstofgehalte opkrikken is immers een werk van jaren.

De organische stoftoestand van de landbouwgrond – ook wel uitgedrukt als gehalte koolstof in de grond – bepaalt voor een groot deel de vruchtbaarheid en de bodemstructuur van de grond. Het organisch materiaal in de bodem breekt jaar na jaar af. Om het koolstofgehalte op peil te houden, moet er dus elk jaar voldoende organisch materiaal worden aangevoerd, in de vorm van oogstresten, groenbemesters, organische meststoffen of bodemverbeteraars. 

Opbrengst in gevaar

Lees ook:
Koolstof, een probleem in heel Europa
Geregeld verschijnen er doemberichten over het koolstofgehalte van de Vlaamse landbouwgrond, dat dramatisch aan het dalen zou zijn. Jan Bries, van de Bodemkundige Dienst, nuanceert. ‘Vanaf eind jaren negentig is er inderdaad een globale daling van het organische stofgehalte van de landbouwgronden. Steeds meer percelen komen de laatste tien jaar beneden de optimale toestand te liggen. Op een kleine 10% van de gronden is het echt zodanig laag dat er sprake kan zijn van opbrengstverliezen.’ Het gaat dan vooral over akkers, aangezien er op blijvend grasland van nature organische stof wordt opgebouwd.

De problematiek stelt zich het meest op zwaardere bodems, waar de organische stof nog extra belangrijk is onder meer voor de bewerkbaarheid van de grond en voor de erosiegevoeligheid. Dat is het geval ten oosten van Brussel, in de streek van Leuven en Tervuren, maar bijvoorbeeld ook in het zuiden van West-Vlaanderen. ‘Heel wat boeren hebben daar bovendien beheersovereenkomsten lopen waarbij hun nitraatresidu niet te hoog mag zijn, zodat ze soms schrik hebben om organische stof aan te brengen. Het is zeker niet eenvoudig om het koolstofgehalte daar omhoog te halen.’

MAP als mede-oorzaak

Lees ook:
Het geheim van een goede bodemstructuur
De daling van het koolstofgehalte heeft verschillende oorzaken. Zo wordt als gevolg van de strengere mestwetgeving al ruim een decennium minder stabiele organische stof uit dierlijke mest aangevoerd. De recente metingen van het nitraatresidu doen daar nog een schepje bovenop. Voorts heeft het veelvuldig bekalken, omwille van te lage pH, een rol gespeeld. Bekalken bevordert immers de mineralisatie en dus de afbraak van organische stof. Ook de intensievere teeltrotaties, bijvoorbeeld van groenten, zorgen voor een intensievere afbraak van de organische stof, net als monoculturen waarbij er weinig oogstresten achterblijven. Stro dat niet meer op het land achterblijft, dieper ploegen, het veranderende klimaat, het scheuren van weilanden: het heeft allemaal een negatieve invloed op de evolutie van het koolstofgehalte.

Hoewel de huidige aanbreng van stabiele organische stof op veel akkerbouwpercelen niet volstaat om het koolstofgehalte op peil te houden, trekt de Bodemkundige Dienst nog niet aan de alarmbel. ‘Het merendeel van de akkers heeft momenteel nog een degelijk koolstofgehalte, en bovendien heb ik de indruk dat er de laatste jaren een kentering is. Dat neemt niet weg dat we waakzaam moeten zijn en dat elke boer het koolstofgehalte van zijn akkers goed in de gaten moet houden.’

Balans in evenwicht brengen

Op perceelsniveau moet er dus voldoende aandacht zijn voor de organische stofvoorziening: een te laag koolstofgehalte weer op peil brengen is een werk van tientallen jaren. Voorkomen is in dit geval zeker beter dan genezen. ‘Sinds een aantal jaar hebben wij de advisering omtrent het koolstofbeheer opgenomen in de standaardgrondontleding’ zegt Jan Bries. ‘Als landbouwer verneem je het koolstofgehalte van het perceel en of dat koolstofgehalte goed is of niet. Daarnaast vertellen we hoeveel organische stof er per jaar wordt afgebroken en hoeveel je dus op zijn minst moet compenseren. We bezorgen je ook een lijst waarop je duidelijk kunt zien hoeveel stabiele organische stof verschillende soorten oogstresten, groenbemesters, organische meststoffen en bodemverbeteraars toevoegen. Zo kun je zelf zien of met je geplande uitbating de organische stofbalans klopt en afbraak en aanvoer dus in balans zijn.’

Mix van maatregelen

Lees ook:
Koolstof in de praktijk
De afbraak van organische stof compenseren kan aan de hand van een mix van maatregelen. Oogstresten inwerken is effectief, maar ook groenbemesters opnemen in het teeltplan en organische bemesting zijn goede manieren om stabiele organische stof aan te brengen. ‘We moeten ook meer nadenken over onze teeltrotatie. Als je bijvoorbeeld zowel snijmaïs als korrelmaïs zet, doe dat dan niet altijd op dezelfde percelen. Na het dorsen van korrelmaïs blijft er immers veel meer organische stof achter.’ Op enkele jaren tijd kun je het koolstofgehalte echter niet fundamenteel doen stijgen. Zelfs met een goeie maatregelenmix blijft het een werk van lange adem, dat je beter aanvat voor de problemen voelbaar worden.

Meer info?
Bodemkundige Dienst van België, Willem de Croylaan 48, 3001 Leuven
T 016 31 09 22, F 016 22 42 06, e-mail

Bron: Landgenoten

Beeld: Jansen & Janssen

In samenwerking met: Bodemkundige Dienst van België

Volg VILT ook via