Krijgt nieuwe regering minister voor Dierenwelzijn?

Verstuur naar een vriend(in) Afdrukken

Met de verkiezingen in aantocht heeft dierenrechtenorganisatie GAIA vijf prioriteiten inzake dierenwelzijn voorgelegd aan de politieke partijen. Alle Vlaamse partijen die reageerden op GAIA's prioriteitenlijst, antwoorden positief op de vraag om in de volgende regering een minister aan te duiden die dierenwelzijn uitdrukkelijk in de ministertitel draagt.


Tot hiertoe is dierenwelzijn steeds een restbevoegdheid geweest, die de voorbije elf jaar onder de minister van Volksgezondheid is ondergebracht en in de huidige regering bij de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. Dierenwelzijn staat steeds meer op de maatschappelijke en bijgevolg ook politieke agenda en kan volgens GAIA niet langer een restbevoegdheid blijven.

De organisatie meent dat dierenwelzijn als een volwaardige beleidsmaterie moet worden beschouwd. Het gaat immers om een veelomvattende, niet zelden technisch complexe materie waaraan vele aspecten op diverse terreinen verbonden zijn met een binnenlandse zowel als Europese dimensie. GAIA ziet daarom heil in een minister die dierenwelzijn in zijn of haar titulatuur draagt zodat voortdurende beleidsmatige aandacht verzekerd is.

Gevraagd naar de opinie van de partij, merkt CD&V op dat de bevoegdheid inzake dierenwelzijn erg versnipperd is en een minister voor dierenwelzijn die bevoegdheidsverdeling niet kan veranderen. Zowel op het federaal als gewestelijk beleidsniveau, deze laatste specifiek bevoegd voor landbouwhuisdieren, zijn er bij verschillende bevoegdheidsdomeinen -zoals volksgezondheid, leefmilieu en landbouw- aspecten van dierenwelzijn terug te vinden. Indien een aparte ministerportefeuille een sterke verbetering kan betekenen van de implementatie van dierenwelzijnwetgeving, dan is CD&V bereid om die piste te onderzoeken.

Groen! Pleit al meerdere jaren voor een federale minister bevoegd voor dierenrechten. De partij wil in de wetgeving een overstap maken van dierenwelzijn naar dierenrechten en die rechten ook vastleggen in de grondwet.

NV-A is het ermee eens dat iemand moet toezien op de naleving van dierenwelzijnwetten en de politieke verantwoordelijkheid hiervoor moet dragen.

Open VLD onderschrijft dat dierenwelzijn de nodige aandacht verdient in de maatschappij en bijgevolg ook in het beleid. Het lijkt Open VLD aangewezen dat dierenwelzijn op een hoger niveau wordt getild. Een minister met dierenwelzijn als bevoegdheid is daarom een na te streven doelstelling bij de regeringsvorming.

Milieubescherming, dierenwelzijn en dierenrechten zijn volgens Sp.a terecht dagdagelijkse begrippen geworden. De problematiek van dierenwelzijn en -rechten staat hoog op de maatschappelijke en politieke agenda. In het verlengde hiervan pleit Sp.a voor de aanstelling van een minister bevoegd voor dierenwelzijn.

Het Vlaams Belang heeft in het verleden reeds voorstellen gedaan, om al deze bevoegdheden te defederaliseren. De restbevoegdheden, waaronder dierenwelzijn, die nu op het federaal niveau onder volksgezondheid zijn verzameld, dienen naar de deelstaten te worden overgeheveld. Op die manier kan er een minister voor dierenwelzijn komen in Vlaanderen en kan het beleid beter worden afgestemd met andere beleidsdomeinen waaronder landbouw. Binnen de Vlaamse samenleving kan er ook sneller een politieke consensus worden gevonden rond deze vaak gevoelige thema's.

GAIA legde nog vier andere politieke prioriteiten voor aan de politici. De dierenrechtenorganisatie ging na wat het politiek draagvlak is voor een wettelijke verplichting om alle slachtingen onder verdoving te laten plaatsvinden en geen uitzondering meer voor rituele slachtingen toe te staan. Tevens werd gepolst naar de eensgezindheid over een verbod op onverdoofde biggencastratie en een verbod op de kweek van pelsdieren voor bont. Als vijfde en laatste politieke prioriteit schoof GAIA het wettelijk verplicht steriliseren of castreren van huiskatten naar voor.

Meer informatie over de politieke prioriteiten inzake dierenwelzijn: www.gaia.be

 

bron eigen verslaggeving

08/06/2010