InterviewKris Peeters - Minister-president
Dat de landbouwsector één van de zwaarste crisissen heeft doorgemaakt in jaren, hoeft niet gezegd. Toch blijken de investeringen in de sector nauwelijks teruggevallen. Ondanks alles blijven de meeste land- en tuinbouwers geloven in de toekomst van hun sector. Wij zochten minister-president en landbouwminister Kris Peeters op om een balans op te maken van de voorbije periode en vooruit te blikken naar de toekomst. Want met de discussies over de afbakening van het agrarisch gebied, het Europees voorzitterschap en het debat over het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid na 2013 komen er weer een aantal zeer belangrijke dossiers op de land- en tuinbouw af.
De economische crisis heeft de land- en tuinbouwsector zwaar getroffen. Is het ergste intussen voorbij?
Kris Peeters: We hebben de indruk dat het voorzichtig iets beter wordt. De zesmaandelijkse landbouwconjunctuurindex die ons inzicht geeft in de economische schommelingen, het ondernemersvertrouwen en de geplande investeringen, vertoont een stijgende trend. In het voorjaar van 2009 zat die index met een score van -22 heel diep (De index kan in theorie gaan van -100, unaniem negatief, tot +100, unaniem positief, nvdr). Stilaan klautert hij uit het dal om dit voorjaar uit te komen op -9. We zitten nog steeds niet in de positieve cijfers, maar het is toch een serieuze ommezwaai. Het wijst erop dat de landbouwers van mening zijn dat de crisis in de land- en tuinbouwsector over zijn dieptepunt heen is. Gelukkig trekken in een aantal sectoren de prijzen ook opnieuw aan. Denk maar aan de varkenssector en de zuivelsector, maar ook in de groentesector worden terug behoorlijke prijzen gerealiseerd. Het ergste leed lijkt dus achter ons te liggen, maar we moeten voorzichtig blijven. Als er één ding is dat we de afgelopen maanden hebben geleerd, is het dat onze economie door de globalisering een zeer volatiel karakter heeft gekregen. Voor de land- en tuinbouw komt daar nog de onvoorspelbare factor van klimaat en levende dieren en planten bij.
Op Vlaams niveau werd een heus herstelplan voor de land- en tuinbouw uitgewerkt. Waren die maatregelen nodig?
De meeste maatregelen op Vlaams niveau waren er op gericht om de land- en tuinbouwers de crisis te laten doorkomen. Zo hebben we onder meer een versnelde uitbetaling gerealiseerd van de toeslagrechten (157 miljoen euro), van de zoogkoeienpremie (17 miljoen euro), van kapitaalpremies in het kader van het VLIF (7 miljoen euro) en van agromilieumaatregelen (8 miljoen euro). Voor de melkveesector was er een vereenvoudiging van de melkquotawetgeving waardoor de actieve melkveehouders jaarlijks wellicht 150 miljoen euro kunnen besparen. Ook konden boeren uitstel van aflossing en kredietherschikkingen bij het VLIF aanvragen. We zorgden ook voor een waarborg en rentesubsidie voor overbruggingskredieten. Tot op vandaag maakten 109 landbouwers gebruik van die maatregel, goed voor overbruggingskredieten voor een totaal bedrag van 6,17 miljoen euro. Dit toont aan dat ons plan voor een aantal land- en tuinbouwers een broodnodige reddingsboei was.
Op Europees vlak bewoog er dan weer bitter weinig?
Wij hebben vanuit Vlaanderen herhaaldelijk aangedrongen op een aantal Europese maatregelen zoals bijvoorbeeld voor de varkenssector, maar de Europese Commissie achtte de situatie niet dramatisch genoeg. Enkel voor de zuivelsector werden er maatregelen genomen. De Europese uitgaven in 2009 voor interventie, private opslag en uitvoerrestituties van zuivel bedroegen ongeveer 560 miljoen euro. Het jaar voordien werd slechts een zesde van dat bedrag besteed. Daarenboven besliste de Europese Commissie begin dit jaar om nog eens 300 miljoen euro vrij te maken om de liquiditeitsproblemen bij de melkveehouders op te vangen. Begin april hebben we als één van de eerste lidstaten de 4,31 miljoen euro die aan Vlaanderen toekwam, uitbetaald aan de Vlaamse melkveehouders.
Hoe was het tijdens de crisisperiode gesteld met de investeringen in de land- en tuinbouwsector?
We moeten concluderen dat er ondanks de crisis nog zwaar geïnvesteerd wordt. In 2010 keurde het VLIF al 1.995 investeringsdossiers goed voor een totaalbedrag van 251,1 miljoen euro. Voor dezelfde periode in 2009 telden we 2.335 dossiers voor 256,1 miljoen euro en in 2008 1.965 dossiers voor 224,6 miljoen euro. Wat wel opvalt, is dat het aantal investeringen wat terugloopt, terwijl het investeringsbedrag stijgt. Zeer verrassend is het grote aantal starters. Dit jaar werden al 94 dossiers ingediend voor vestigingssteun. Het bedrag van die investeringen loopt op tot bijna 21,7 miljoen euro. In dezelfde periode in 2008 telden we maar 31 starters en zij investeerden een bedrag van 5,3 miljoen euro. Dit is zeer positief, want het houdt de land- en tuinbouw duurzaam. Bovendien wijst het erop dat de sector ten gronde gezond is.
Kan het VLIF-budget die groei in investeringen nog aan?
Dit jaar hebben we het budget van het VLIF met om en bij de 15 miljoen euro verhoogd. Daardoor stijgt het tot een historisch recordbedrag van 80 miljoen euro. Het is belangrijk dat investeringen in geen geval afgeremd worden.
Wordt in alle sectoren even zwaar geïnvesteerd?
We merken dit jaar veel investeringen op in de leghennensector. Dat is ook wel nodig, want begin 2012 gaat het Europese verbod op legbatterijen in. Bovendien hebben de leghennenhouders geen hinder ondervonden van de crisis. Integendeel, zij maakten het afgelopen jaar een hoogconjunctuur mee. Hoewel er nog steeds geïnvesteerd wordt in de varkenshouderij, merken we toch op dat het in de zeugenhouderij heel stil blijft. En dat terwijl vanaf 1 januari 2013 alle zeugen in groepshuisvesting moeten gehouden worden. De malaise in de sector is daar wellicht niet vreemd aan. Ik verwacht dat heel wat zeugenhouders tot 2012 zullen verder doen zoals ze bezig zijn, om daarna te stoppen. Op een andere manier kunnen we het uitblijven van investeringen op zeugenbedrijven niet verklaren.
Recent kwam ook de afbakening van het agrarisch gebied opnieuw in beeld. Wat is daar de stand van zaken?
Het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen voorziet voor de beroepslandbouw 750.000 hectare rechtszeker gebied. Tijdens de vorige legislatuur werd in een eerste fase via de herbevestiging al ruim 583.000 hectare van het agrarisch gebied afgebakend. Twee weken geleden heeft de Vlaamse regering een aantal belangrijke beslissingen genomen over de tweede fase. Via ruimtelijke uitvoeringsplannen zal de rest van het agrarisch gebied worden afgebakend. De landbouwadministratie en de landbouwsector zullen veel nauwer en veel sneller bij het afbakeningsproces betrokken worden. Twee mensen van de landbouwadministratie worden als het ware gedetacheerd naar Ruimtelijke Ordening. Zij zullen mee de pen vasthouden van nieuwe ruimtelijke uitvoeringsplannen. Op die manier vermijden we dat initiatieven waar totaal geen draagvlak voor bestaat nog in procedure worden gestoken.
De rechtszekerheid voor landbouwers in herbevestigde agrarische gebieden zou ook versterkt zijn?
Dat klopt. De Vlaamse regering heeft in dat kader een omzendbrief aangepast. De bedoeling is dat we de zaken strakker in de hand gaan houden, vooral naar gemeenten en provincies toe. Zij hielden in het verleden soms onvoldoende rekening met herbevestigd agrarisch gebied en namen beslissingen of initiatieven die indruisten tegen die herbevestiging. Door die omzendbrief kunnen zij dat nu veel moeilijker. Als het in zeer uitzonderlijke gevallen van groot strategisch belang toch nodig zou blijken dat er geraakt moet worden aan het herbevestigd agrarisch gebied, dan moeten gemeenten en provincies dit zeer grondig gaan motiveren. Ze moeten ook compensatiemaatregelen voorzien voor de getroffen landbouwers.
Is het in dat kader dat de plannen voor het golfterrein in Bree niet doorgaan?
Niet meteen, dat is eerder het gevolg van de huidige minister van Landbouw die zijn been heeft stijf gehouden in de ministerraad, tot groot ongenoegen van een aantal anderen. De noord-zuidverbinding in Limburg heeft al zware gevolgen voor de land- en tuinbouw. Daar nog een golfterrein bovenop, zou te veel zijn. De impact was te groot.
Het Belgisch voorzitterschap van Europa nadert met rasse schreden. Wat mogen we daarvan verwachten?
We hebben al heel wat energie gestoken in de voorbereidingen van het voorzitterschap. In overleg met de federale overheid en met onze partners in het co-voorzitterschap, Spanje en Hongarije, leggen we de laatste hand aan ons voorzitterschapsprogramma. De aandacht zal vooral uitgaan naar de discussies over het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid na 2013 en naar de aangekondigde rapporten over de zuivelsector. Verder bereiden we ook de informele Raad voor die eind september zal georganiseerd worden. In het kader van die Raad organiseer ik op 20 september voor mijn 26 collega’s uit de andere lidstaten een ganse dag bedrijfsbezoeken in Vlaanderen. Bedoeling is om de troeven van onze Vlaamse land- en tuinbouw maximaal in de schijnwerpers te plaatsen.
Hoe ziet die dag met bedrijfsbezoeken eruit?
We gaan onder meer de Mechelse Veilingen, het Proefcentrum in Sint-Katelijne-Waver en een aardappelverwerkend bedrijf bezoeken. Tot slot gaan we ook langs bij een varkenshouderij die tevens zorgboerderij is. Alle bedrijfsbezoeken kaderen in het thema ‘duurzaam investeren, investeren in duurzaamheid’. Bijzondere aandacht zal ook uitgaan naar de recent ondertekende gedragscode voor goede praktijken tussen de land- en tuinbouwers en de rest van de keten. Op die manier kunnen we ook de meerwaarde van producentenorganisatie en interprofessionele akkoorden aankaarten. We zullen het ook hebben over de actuele beperkingen op de mededingingswet.
Hoever staat het met de discussies rond het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid na 2013?
Diverse niveaus bereiden op dit moment de hervormingen van het landbouwbeleid voor. Europees commissaris Dacian Ciolos is gestart met een publieke bevraging die zal worden afgerond met een symposium in Brussel op 19 en 20 juli. Op mijn vraag heeft de Vlaamse landbouwadministratie ook een discussiedocument voorbereid. Over deze tekst hebben al een aantal hoorzittingen plaatsgevonden in het Vlaams parlement, met boeiende discussies tussen de landbouworganisaties en andere maatschappelijke organisaties als gevolg. Hoewel de discussies en het parlementair debat over het discussiedocument nog niet zijn afgerond, is het voor mij duidelijk dat we er alles aan moeten doen om ook na 2013 het ‘Europees landbouwmodel’ overeind te houden. Maar dat wil zeker niet zeggen dat het huidige beleid niet op diverse plaatsen kan aangepast of verbeterd worden. Wat mij betreft moet het toekomstige beleid een antwoord bieden op vijf belangrijke uitdagingen. Er moet voldoende aandacht zijn voor ondernemerschap en competitiviteit van de bedrijven, voor een verbeterde marktwerking in de keten en de landbouw moet op een verantwoorde wijze bijdragen aan voedselzekerheid. Daarnaast is er ook nood aan een verdere verduurzaming en groene groei en de maatschappelijke rol van de landbouw moet versterkt worden.
De federale verkiezingen staan voor de deur. Wat staat er op uw verlanglijstje voor de nieuwe federale regering?
Eerst en vooral is er de defiscalisering van de VLIF-steun. Die is na lange en hardnekkige discussies nu geregeld voor drie jaar. Ik zal er bij de volgende federale regering blijven op aandringen dat dit een permanent karakter krijgt. Daarnaast is er ook nog het communautaire: de pachtwetgeving en het landbouwrampenfonds. De regionalisering van beiden zat in het eerste pakket waarover onderhandeld werd. Vooral rond het landbouwrampenfonds hebben we zelf heel wat initiatieven genomen, maar we zijn terug naar af. De aanpassing van de pachtwetgeving is dan weer iets dat bij landbouworganisaties sterk leeft omdat de pachtwetgeving in de praktijk vaak omzeild wordt. Het is in het belang van de land- en tuinbouwsector dat we daar kunnen aan sleutelen. Bovendien speelt ook de coherentie van het beleid. Pachtwetgeving maakt eigenlijk onderdeel uit van het landbouwbeleid. Waarom is dat aspect nog een federale bevoegdheid, terwijl het landbouwbeleid geregionaliseerd is? Die vraag bestaat al langer dan vijf jaar, maar tot nog toe is er geen enkel federaal initiatief genomen op dit vlak. Ik zal er vanuit Vlaanderen dus blijven op toezien dat de federale overheid ook een landbouwvriendelijk beleid voert.
bron eigen verslaggeving
zoek in het archief van "Duiding"
gerelateerde nieuwsberichten
- 10/02/2012 Wie wint toeslagrechten in 2014? Wie verliest er?
- 07/02/2012 "GLB-voorstel negeert 70% hogere kosten boer in België"
- 07/02/2012 Is 'vergroenen' een optie voor Vlaamse boeren?
- 24/01/2012 Europa viert 50 jaar gemeenschappelijk landbouwbeleid
- 06/01/2012 Voedingsindustrie vreest grondstoftekort door nieuw GLB
- 22/12/2011 OESO: "Landbouw in EU verder afstemmen op wereldmarkt"
- 21/12/2011 Vlaams-Brabant polst naar tevredenheid landbouwers
- 13/12/2011 Laruelle: "GLB-voorstel spreekt voedseluitdaging tegen"
- 22/11/2011 SALV: "Jonge boeren en kleine bedrijven niet vergeten"
- 15/11/2011 "Landbouwbeleid EU is voor alle Europeanen belangrijk"

T +32 (0)2 552 81 91 F +32 (0)2 552 81 93