InterviewKris Peeters - minister van Landbouw

Verstuur naar een vriend(in)

"Toekomst van de landbouw is duurzaam én intensief" (21/12/2009)

Vijf jaar geleden nam CD&V de landbouwfakkel met veel poeha over van paarsgroen. De beloofde trendbreuk was ook voelbaar op het terrein. De conjunctuur surfte bovendien mee op het aanstekelijke enthousiasme van Yves Leterme en de ondernemersvriendelijke aanpak van Kris Peeters. Naar aanleiding van de nieuwe beleidsnota vroegen we aan de Vlaamse landbouwminister wat in deze crisistijden nog overblijft van de euforie van weleer.


Als minister-president holt u van het ene crisisdossier naar het andere faillissement. Ook in de landbouwsector slaat de crisis diepe wonden. Is het ook in dergelijke omstandigheden prettig om beleidsverantwoordelijkheid te dragen?
Kris Peeters: Het is vooral belangrijk dat de boeren en tuinders in deze moeilijke tijden kunnen terugvallen op een goed en doordacht beleid. De voorbije vijf jaar hebben we stevig werk geleverd, dat op veel bijval kon rekenen. We zijn de mensen heel dankbaar dat we dat werk vandaag mogen verder zetten. De investeringssteun zullen we ondanks de budgettaire krapte sterker verankeren in de begroting, en we gaan er ook voor zorgen dat initiatieven zoals zorgboerderijen en Boeren op een Kruispunt niet verwateren.

Praten over continuïteit is voor een minister minder aantrekkelijk dan het aankondigen van nieuwe projecten?
De samenwerking met de landbouwadministratie verloopt nog rimpellozer dan voorheen. Dat brengt rust en werpt vruchten af. Vlaanderen was de enige regio in de hele Europese Unie die er op 16 oktober in geslaagd is om honderd procent van het maximaal toegestane voorschot van de bedrijfstoeslagen uit te betalen. Zoiets kan alleen maar door jarenlang een vertrouwensband op te bouwen met de bevoegde ambtenaren. Dat je met een extra snelle uitbetaling van inkomenssteun de krantenkoppen niet haalt, weet ik ook wel. Maar voor landbouwbedrijven met liquiditeitsproblemen kan zoiets een hele slok op een borrel zijn.

De Vlaamse regering moet de tering naar de nering zetten. Welke impact zullen de besparingen hebben op het gevoerde landbouwbeleid?
Links en rechts besparen we een beetje op kleinere uitgavenposten, maar veel problemen mag dat niet opleveren. Ik heb ervoor gekozen om vooral kosten weg te snijden op het interne overheidsapparaat. De communicatiebudgetten zijn met twintig procent naar beneden gegaan en ook de personeelskost krimpt. Omdat de landbouwadministratie goed gestructureerd is, ben ik ervan overtuigd dat ze met minder middelen evenveel kan doen. En voor de rest injecteren we ondanks de crisis zelfs extra geld in het Landbouwinvesteringsfonds. De boeren en tuinders moeten zich immers ook vandaag blijven voorbereiden op de toekomst.

Begrijpt u diegenen die hoopten dat het herstelplan voor de landbouw meer maatregelen zou bevatten? Als ze horen welke budgetten uitgetrokken worden om onze automobielindustrie recht te houden…
De mensen moeten ook realistisch zijn. Een regering kan niet als een wilde weldoener geld rondstrooien zonder tegenprestatie. Bovendien zijn in de landbouwsector al veel instrumenten operationeel. Je kan ze niet blijven uitvinden, hé. De waarborgregeling voor investeringssteun bestond reeds. Dat elk ingediend investeringsdossier steun ontvangt, is ook enkel in de landbouwsector het geval. Extra crisismaatregelen zijn de kredietherschikkingen en overbruggingskredieten. Daarnaast werden vele miljoenen euro’s versneld in de sector gepompt omdat de crisis vooral de liquiditeit op onze bedrijven aantast. We hebben ook een aantal regelingen versoepeld, waardoor bijvoorbeeld mensen die tijdelijk buitenshuis moeten gaan werken hun investeringssteun niet kwijtspelen. Dat zijn kleine bijsturingen die voor sommige mensen veel kunnen betekenen. Ik hoor natuurlijk ook wel dat de Franse en Duitse regering uitpakken met gigantische steunbedragen voor hun boeren. Maar als je dan dieper analyseert wat het allemaal inhoudt, blijkt het in de praktijk niet altijd om nieuwe zaken te gaan.

Via het economisch herstelplan vloeit er extra geld naar de tweede pijler van het landbouwbeleid. Wat gaat Vlaanderen met die plattelandsfondsen doen?
Die dertig miljoen euro gaan we vooral inzetten om bestaande maatregelen te versterken, in de eerste plaats het Landbouwinvesteringsfonds. Maar er komen ook stimulansen voor beheerovereenkomsten, meer bepaald op het vlak van gewasbescherming. Samen met erosie is dat de enige milieuparameter waar de Vlaamse landbouw stagneert, en daar doen we dus ook iets aan.

Er zijn veel gesprekken aan de gang over de prijsvorming in de voedselketen. Wat mogen we daar op Vlaams niveau precies van verwachten?
Het federale beleidsniveau houdt zich bezig met de transparantie en margeverdeling in de hele keten. Voor de manier waarop de marktprijzen tot stand komen op het niveau van de producenten zijn wij bevoegd. Uit een onderzoek van de landbouwadministratie is intussen gebleken dat dit soms op een nogal archaïsche manier gebeurt. We laten nu onderzoeken of het niet beter kan.

Waaraan denkt u dan concreet?
In sommige gevallen kan het verstandig blijken om extra partijen bij de prijsvorming te betrekken of om de prijzen sneller te publiceren. Een voorbeeld: in de varkenssector zijn er tegenwoordig een hele reeks prijsnoteringen. Dan moeten we de vraag durven stellen of het niet logischer is om één uniforme prijs op te maken, en die zou bijvoorbeeld op dinsdag in plaats van op vrijdag gepubliceerd kunnen worden. We willen niets doordrukken, enkel de sector een helpende hand reiken. De landbouwadministratie moet sowieso voldoen aan de Europese verplichting om de marktprijzen wekelijks op te stellen en door te geven. Misschien kunnen we een win-winsituatie creëren met een aantal partners in de sector. Nog dit jaar zullen we een voorlopige stand van zaken opmaken en in het voorjaar van 2010 moeten we nagels met koppen slaan.

Een kleine twee jaar geleden organiseerde u een rondetafel rond risicobeheer in de land- en tuinbouw. De forse prijsschommelingen op de wereldmarkten zijn er nog altijd, maar rond de ontwikkeling van opbrengst- en inkomensverzekeringen voor boeren en tuinders is het stil geworden.
We hebben heel lang gepraat met de verzekeringsmaatschappijen. Ik heb soms het gevoel dat zij voor een stuk de kat uit de boom kijken. Klaarblijkelijk willen ze dat de overheid zelf verzekeringsproducten ontwikkelt. Dat kan echter niet de bedoeling zijn, temeer omdat zijzelf over de deskundigheid ter zake beschikken. Daarom hebben we in dit dossier het geweer van schouder veranderd: vanaf 2011 gaan we een premiesysteem uitwerken voor landbouwers die zich indekken tegen risico’s. Ik twijfel er niet aan dat onze eigen verzekeringsmaatschappijen of desnoods hun buitenlandse collega’s dan vrij snel producten zullen ontwikkelen die aangepast zijn aan onze Vlaamse situatie.

Niet zolang geleden leek de regionalisering van het landbouwrampenfonds bijna in kannen en in kruiken. Maar daar is voorlopig geen sprake meer van?
Die maatregel behoorde bij de zogeheten borrelnootjes die door de vorige federale regering zouden gekraakt worden tijdens de eerste fase van de staatshervorming. Dit plan ligt stil, maar onze vraag om het rampenfonds te regionaliseren blijft uiteraard overeind.

De komende vijf jaar blijft het Landbouwinvesteringsfonds het onbetwiste kroonjuweel van het Vlaamse landbouwbeleid?
Het aantal en de gemiddelde omvang van de investeringen zijn zo sterk gestegen dat we de voorbije drie jaar telkens moesten uitpakken met kunst- en vliegwerk om de nodige fondsen te vinden, en dat is nog gelukt ook. Vanaf volgend jaar verankeren we 12 miljoen euro extra in de Vlaamse begroting. Specifiek voor het jaar 2010 doen we er nog eens 3,5 miljoen extra bovenop. We zijn er rotsvast van overtuigd dat het Landbouwinvesteringsfonds dé motor is en zal blijven van de verduurzaming van onze land- en tuinbouw.

Is die visie gelijklopend met die in andere Europese lidstaten?
Eigenlijk zijn we een buitenbeentje. Verhoudingsgewijs investeert Vlaanderen veel meer in de eerste as van de plattelandsontwikkeling, en die focust op economische ontwikkeling dankzij investeringssteun. We krijgen van Europa wel eens kritiek omdat er daardoor minder geld vloeit naar de beheerovereenkomsten, die door iedereen geassocieerd worden met ecologie. Maar hebben investeringen in warmtekrachtkoppeling, alternatieve huisvesting voor leghennen of ammoniakemissiearme varkensstallen dan geen groen karakter? Als overheid kan je één jaar investeren in mechanische onkruidbestrijding, en daarna moet je op dat perceel weer iets anders doen. Door een bijdrage te leveren aan de bouw van een milieuvriendelijke stal helpen we de leefomgeving in één klap twintig jaar vooruit. Om de Europese Commissie te doordringen van dat inzicht gaan we de milieu-impact van onze investeringssteun nog beter monitoren.

De coöperatieve telerverenigingen zijn teleurgesteld omdat zij geen toegang meer krijgen tot Vlaamse investeringssteun.
Dat is één van de kleine besparingen die doorgevoerd werden. Maar vergeet niet dat de telerverenigingen op het Europese niveau GMO-steun kunnen bekomen. De hoogte van die steun is recht evenredig met de omzet van twee jaar eerder. Het toeval wil dat ze twee jaar geleden mooie omzetcijfers realiseerden. Maar omdat hun omzet momenteel door de crisis een flinke knauw krijgt, heb ik de telerverenigingen beloofd dat ze binnen twee jaar onder bepaalde voorwaarden opnieuw toegang kunnen krijgen tot het Landbouwinvesteringsfonds.

De voorbije legislatuur werd fors ingezet op de inplanting van glastuinbouwbedrijvenzones. Hoever staat het daarmee?
In Roeselare, Deinze en Oudenburg zijn alle procedures volledig afgerond. De ruimtelijke uitvoeringsplannen zijn er aangepast, en dus ligt de bal nu in het kamp van de glastuinders. Ik stel vast dat ze wat aarzelen, maar het is natuurlijk niet abnormaal dat grote investeringsplannen als gevolg van de crisis uitgesteld worden. Ik hoor ook dat de sector nog wil bestuderen hoe zo’n glastuinbouwzones best beheerd worden. Met dat soort zaken mag men gerust een versnelling hoger schakelen. Straks zullen er immers nog zones ter beschikking komen: we werken intens verder aan de projecten in Beveren, Hoogstraten en Sint-Katelijne-Waver.

Kan de administratie van onze boeren en tuinders nog vereenvoudigd worden?
Dat is een inspanning van lange adem. De unieke identificatie en de eenmalige perceelsregistratie zijn intussen een feit en vormen de noodzakelijke basis voor verdere initiatieven. Wat we al weten van boeren en tuinders moeten we niet opnieuw opvragen. We ondersteunen we het initiatief van Europa om het systeem van de randvoorwaarden eenvoudiger te maken. Met de federale overheid vorderen stilaan de gesprekken over de afschaffing van de meitelling en we willen ook nog meer boeren vertrouwd maken met ons e-loket. Verder gaan we ook sleutelen aan een vereenvoudiging van de paperrassen voor het Landbouwinvesteringsfonds. Op die manier hopen we de doorlooptijd van dossiers te versnellen. De administratie krijgt wel eens het verwijt dat het allemaal erg lang duurt, maar regelmatig heeft dat ook te maken met de indiening van onvolledige aanvragen. In dergelijke gevallen gebeurt het wel eens dat we een dossier toch goedkeuren, maar geld kunnen we pas storten van zodra alle papieren in orde zijn.

Het ondernemerschap in de land- en tuinbouw kan nog een duwtje in de rug gebruiken?
Sinds de regionalisering van het landbouwbeleid hebben we heel veel energie gestopt in een monitoringnetwerk met 750 landbouwbedrijven. Nu dat helemaal op punt staat, kunnen we heel wat interessante gegevens verzamelen. Zo hebben we intussen al duidelijk gemerkt dat zich enorme verschillen voordoen in de economische en technische resultaten van vergelijkbare bedrijven. Er is op de zwakkere landbouwbedrijven nog veel meer vooruitgang mogelijk dan we tot hiertoe dachten.

In 2011 wil u daarom een actieplan rond ondernemerschap lanceren?
Je kan er niet naast kijken dat in een nog vrijere marktomgeving de menselijke factor enorm bepalend is voor het succes van een bedrijf. Daarom wil ik straks met behulp van voorlichting en opleidingen proberen om de managementvaardigheden in de sector aan te scherpen. Verder willen we bij een erfenis de successierechten op een vennootschap voor iedereen op nul brengen. Tot hiertoe zijn daar voorwaarden aan gekoppeld, waardoor landbouwers grotendeels uitgesloten blijven van die regeling. Hopelijk inspireert die maatregel nog meer boeren en tuinders om hun bedrijf in een vennootschapsvorm te gieten. Dat is een belangrijke stap in de professionalisering van het bedrijfsbeheer. Bovendien beschermt een vennootschap het familiaal kapitaal, overnames kunnen vlotter afgehandeld worden en het is veel makkelijker om kapitaal aan te trekken.

Wie morgen enkel en alleen nog boer wordt omdat het nu eenmaal een familietraditie is, heeft niets meer te zoeken in de sector?
Een moderne landbouwer moet over zoveel vaardigheden beschikken dat zo’n job niet voor iedereen weggelegd is. Je moet tegenwoordig als landbouwer beschikken over tal van eigenschappen op diverse vlakken. Misschien moeten we eens kijken of de bestaande drempels die toegang verschaffen tot het beroep niet moeten verhoogd worden.

Welke maatregelen kan de Vlaamse landbouwsector toepassen om nog klimaatvriendelijker te worden?
De totale emissie van broeikasgassen uit de landbouw was in 2007 met 17 procent gedaald ten opzichte van 1990. Ter vergelijking: de totale emissie in Vlaanderen nam in dezelfde periode met zes procent af. De agrarische sector draagt dus meer dan zijn steentje bij in het terugdringen van de emissie. Dat zal ook in de toekomst gebeuren, en dus is het zeker niet nodig om de sector te overladen met alle zonden van Israël. Daarmee bedoel ik dat aan de productie van vlees zowel ecologische voor- als nadelen verbonden zijn. Laten we niet uit het oog verliezen dat er op onze planeet heel wat grasland te vinden is dat enkel kan gevaloriseerd worden door vee. Bovendien zorgen die dieren ervoor dat heel wat nevenstromen uit de voedingsindustrie verwerkt raken. Gaan we die anders massaal verbranden?

Als landbouwminister bent u niet van plan om te pleiten voor een vleesloze dag?
Ik schaar me vierkant achter een gevarieerd en duurzaam consumptiepatroon. En ik pleit ook voor een eerlijk debat over vlees. Als je alles optelt, is onze intensieve vleesproductie in Vlaanderen klimaatvriendelijker dan de extensieve veeteelt in Brazilië. Meer nog, ik ben ervan overtuigd dat hét landbouwmodel van de toekomst zowel intensief als duurzaam zal zijn. Niet alleen bij ons, maar overal ter wereld. We gaan toch niet het Amazonewoud omkappen om de stijgende wereldbevolking te kunnen voeden? En laat ons ook de harde feiten over de stijgende vleesconsumptie onder ogen zien: consumenten met een inkomen van minder dan duizend euro eten nauwelijks vlees. Boven dat inkomensniveau stijgt de consumptie echter exponentieel. In China is het vleesverbruik de jongste decennia vervijfvoudigd, maar ze bedraagt nog altijd maar een kwart van de consumptie in de Verenigde Staten. Het staat in de sterren geschreven dat de Chinezen nog een forse inhaalbeweging zullen maken. Pas vanaf een relatief hoog inkomen gaan mensen ethische reflexen koppelen aan vleesconsumptie. Dat zijn gewoon de feiten.

Wat verwacht u de komende jaren van Europa?
Ik ben vooral benieuwd hoe het Europees parlement haar nieuwe rol zal vertolken. Voortaan krijgen de Europarlementsleden medebeslissingsrecht in alle landbouwdossiers. Dat is toch een kleine revolutie nadat de ministers het vijftig jaar voor het zeggen gehad hebben. Hopelijk zorgen de nieuwe procedures voor niet te veel vertraging.

In het ggo-dossier is Europa vandaag reeds ver achteruit geslagen?
Vlaanderen heeft zich in het verleden al tegen de goedkeuring van een transgeen dossier verzet omdat de wetenschappelijke onderbouwing veel te mager was. Het is zeker noodzakelijk dat degelijke goedkeuringsprocedures gevolgd worden, maar eenmaal die kaap gerond is en er dus garanties zijn dat er geen gevolgen zijn op vlak van volksgezondheid en milieu, moeten de ideologische discussies stoppen. Europa blijft nog altijd blind voor de realiteit op wereldschaal. Overal waar ik kom, zal ik blijven herhalen dat genetische modificatie een aanvaardbare techniek is.

Dacian Ciolos is de nieuwe eurocommissaris voor Landbouw. Kent u hem persoonlijk?
Ik heb met de nieuwe Roemeense Commissaris samengewerkt in de periode dat hij minister van Landbouw was. Echt persoonlijk ken ik hem niet, maar ik heb hem wel ervaren als een minister die zijn dossiers zeer goed kent. Hij is landbouweconoom van opleiding, en ik hoop dat ook zijn jarenlange ervaring in Frankrijk ertoe zal bijdragen dat hij een verdediger wordt van een sterk Europees landbouwbeleid in alle lidstaten.
 

 

bron eigen verslaggeving

 

zoek in het archief van "Duiding"

 
  • Neem de tekst uit de afbeelding over