nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

"Ik ben graag een ambassadeur en bondgenoot van de Vlaamse landbouw"
06.01.2014  Kris Peeters - minister van Landbouw en Plattelandsbeleid

Bij het begin van de legislatuur in 2009 beloofde de Vlaamse regering werk te maken van een landbouwbeleid dat innovatie koppelt aan duurzaamheid, rekening houdend met kostenefficiëntie en rechtszekerheid. “In moeilijke omstandigheden heb ik getracht deze belofte waar te maken”, schrijft Vlaams minister-president Kris Peeters in zijn jongste beleidsbrief. Op onze vraag blikt Peeters, die bevoegd is voor landbouw en plattelandsbeleid, terug op de realisaties van de voorbije vijf jaar. Eén constante doorheen deze periode is de goede dialoog tussen sector en minister dankzij ‘ronde tafels’ met alle belanghebbenden. “Ik wil de vinger aan de pols houden, en van diegenen die het dagdagelijks moeten doen zelf horen hoe ze de problemen zouden aanpakken”, motiveert Peeters, die zich maar wat graag inzet voor “een prachtige sector” als de Vlaamse land- en tuinbouw.

Wat zou u de Vlaamse land- en tuinbouwers willen toewensen bij het begin van het nieuwe jaar?
Kris Peeters: In de eerste plaats een goede gezondheid voor henzelf en hun familie. Daarnaast natuurlijk een goed ‘boerenjaar’ zonder calamiteiten of rampen.

De goede gezondheid die traditioneel bij de eindejaarswensen hoort, ligt ook u nauw aan het hart. Wat verwacht u van de sociaal geïnspireerde campagne ‘landbouw zonder kleerscheuren’?
ongeval.gevaar2_PreventAgri.gifJaarlijks gebeuren er meer dan 20 dodelijke ongevallen in de Vlaamse land- en tuinbouw. Eén op de acht landbouwers loopt jaarlijks gevaar om een arbeidsongeval met letsel mee te maken. Ik schrok zelf van deze cijfers. Er gebeuren echt te veel ongevallen zodat ik in november 2013 een ‘Ronde Tafel Arbeidsveiligheid’ organiseerde met alle betrokkenen. Intussen hebben we ook actie ondernomen via maatregelen zoals demonstratieprojecten en een heroriëntatie van de ILVO-dienst PreventAgri. Zoals u weet, startte er ook een sensibiliseringscampagne, eerst op de Werktuigendagen en daarna op Agribex.

“Minder arbeidsongevallen in de landbouwsector is een zaak van iedereen”


Het terugdringen van het aantal arbeidsongevallen in de sector is niet alleen de taak van de overheid. Ik denk bijvoorbeeld ook aan de belangrijke rol die weggelegd is voor de landbouwscholen, de adviseurs en de toeleveranciers die vaak op landbouwbedrijven langskomen. Zij moeten mee helpen een mentaliteitswijziging op gang te brengen.

Staan er in het landbouwbeleid nog nieuwe dingen te gebeuren tijdens de laatste maanden van deze legislatuur?
Nagenoeg alle aandacht gaat naar de Vlaamse invulling van het nieuwe Europese landbouwbeleid, zowel in Pijler I als in Pijler II. Ik ben zeer tevreden dat de Vlaamse regering kort voor Kerstmis de grote krachtlijnen van waar we naartoe willen met de directe inkomenssteun, heeft vastgelegd. We zijn daarmee één van de eersten in Europa die zijn huiswerk klaar heeft. In de volgende maanden zullen nog details moeten worden geregeld, maar het is belangrijk dat onze landbouwers nu al zekerheid hebben over de belangrijkste onderdelen van dit nieuwe beleid. Zo kunnen ze vanaf nu hun bedrijfsvoering er op afstemmen.
Daarnaast blijven we verder werken aan de uitvoering van de talrijke actieplannen die ik deze legislatuur heb opgestart: voor de rundveehouderij, de varkenshouderij, de korte keten, en bijvoorbeeld ook het actieplan alternatieve eiwitbronnen dat onze veehouderij minder afhankelijk moet maken van soja-import.

Heel eerlijk, is de portefeuille landbouw wel ‘dankbaar’ om er als minister-president bij te nemen? Dat continue crisissfeertje moet toch in de kleren kruipen.
landbouw2_RenéEchelpoel.gifDe Vlaamse land- en tuinbouw is en blijft een prachtige sector om je voor in te zetten, een sector bevolkt met ondernemers in het kwadraat. Het is inderdaad zo dat er in de landbouw vaak een deelsector is die het moeilijk heeft, maar dat kan soms snel veranderen. Denk maar aan de melksector waar men op één jaar tijd van zeer lage prijzen naar recordprijzen is geklommen. Die sterk toegenomen volatiliteit is een opvallend kenmerk in de landbouw de voorbije vijf jaar! We zijn samen met de sector nog zoekende hoe we hier best mee omgaan.

Het is een mooi compliment om een landbouwer een ondernemer in het kwadraat te noemen. Op sommige boerderijen is de tijd evenwel blijven stilstaan. Heeft het beleid voldoende oog voor de ‘boerende boer’ die geen managementvaardigheden heeft?
Ik wil oog hebben voor iedereen: grote én kleine bedrijven, gemengde én gespecialiseerde bedrijven, bedrijven die eerder op de binnenlandse markt actief zijn én bedrijven die aan export doen. Het zijn de bedrijfsleiders die de meest optimale keuzes moeten maken voor hun bedrijf. De overheid ondersteunt, maar stelt zichzelf niet in de plaats van de bedrijven.
De uitdagingen waar een landbouwer vandaag mee geconfronteerd wordt, zijn niet mis. Eén en dezelfde persoon moet heel wat vaardigheden combineren. Landbouwers lossen dat op door steeds meer taken uit te besteden aan adviseurs. In het nieuwe PDPO III hebben we de maatregel behouden waardoor landbouwers die beroep doen op gespecialiseerd advies een duwtje in de rug krijgen vanuit de Vlaamse overheid, dit zowel voor economische thema’s als voor duurzaamheidsthema’s.

“Van een landbouw die evolueert met twee snelheden ben ik geen voorstander”

We willen allé bedrijven helpen om zich verder te professionaliseren. Het volledige voorlichtings- en onderzoeksapparaat is daar op afgestemd. En dit zal meer dan ooit het geval zijn in de toekomst, als het van mij afhangt.
Tot slot wijs ik graag op de dienstverlening van Boeren op een Kruispunt. Er zijn al heel wat bedrijven die een doorstart konden maken dank zij het onvolprezen werk van de hulporganisatie. En ja, daar hoort soms ook stoppen bij. Daar is niets oneerbaars aan. Belangrijk is dat, als het nodig is, dit op een zo sereen mogelijke manier kan gebeuren, met het grootst mogelijke respect voor iedereen die daarbij betrokken is.

De meeste sectoren laten hun belangen op Vlaams niveau door één federatie verdedigen. De landbouwers hebben twee grote syndicaten, drie om volledig te zijn. Is dat niet lastig als de ene zwart zegt en de andere wit?
landbouwlandschap.ElviraTaelman.2.jpgIk zie dit eerder als een verrijking. Het is voor de overheid en voor de bevoegde minister van zeer groot belang dat hij alle signalen uit de sector kan opvangen, en daarover met deskundige gesprekspartners in overleg kan treden. Voor het overgrote deel van de dossiers komen de landbouworganisaties overigens tot gemeenschappelijke standpunten. Zij zijn niet mijn tegenstanders maar mijn bondgenoten om positieve zaken te realiseren voor de prachtige sector die onze Vlaamse land- en tuinbouw toch is.

U opteerde steeds voor overleg alvorens een beleidsplan uit te rollen. We denken daarbij aan de ‘ronde tafels’ in verschillende subsectoren en de goed afgetoetste actieplannen. Verliep dat achter de schermen altijd even vlot?
Het werken met dialoogdagen, zogenaamde Ronde Tafels, is inderdaad het handelsmerk geweest van mijn landbouwbeleid. Ik vind het zeer belangrijk dat diegenen waarvoor we het beleid voeren, zelf mee dat beleid kunnen uitstippelen. Ik wil geen ‘ivoren-toren-beleid’, maar een beleid dicht bij de mensen. Dat is ook de reden waarom ik de afgelopen jaren gans Vlaanderen heb doorkruist om ontelbare bedrijven te bezoeken.

“Ik hou een zeer positief gevoel over aan alle dialoogdagen”

En ja, als mensen rond de tafel worden gebracht, verloopt dat in het begin soms stroef, en zit iedereen naar elkaar te kijken en wordt niet altijd het achterste van de tong getoond. Maar éénmaal er een positieve sfeer ontstaat, en voldoende respect voor ieders zienswijze, sta je er vaak van versteld hoe constructief het debat verloopt.
In dat kader geloof ik ook dat het initiatief tot structureel overleg binnen de ganse agrovoedingsketen één van de belangrijkste verwezenlijkingen is van de afgelopen jaren. De resultaten ogen misschien op het eerste gezicht niet spectaculair, maar de verstandhouding en het wederzijds begrip dat in de sector is gegroeid de voorbije jaren, is op lange termijn van onschatbare waarde.

Heeft Vlaanderen/België kunnen wegen op de hervorming van het Europees landbouwbeleid?

vleesvee_JohanVanneste.2.jpgOngetwijfeld, wie de oorspronkelijke voorstellen vergelijkt met datgene wat er uiteindelijk uit de bus is gekomen, stelt vast dat de hervorming mede dankzij de inbreng van ons land haalbaar moet zijn.

We zaten in de hoek waar financieel de klappen vielen. Is operatie ‘schadebeperking’ geslaagd of blijft u met een wrang gevoel zitten?
In Pijler I hebben we de schade inderdaad kunnen beperken en hebben we gezorgd voor een geleidelijke overgang van oude toeslagrechten naar nieuwe betalingsrechten. Dat was in de eerste voorstellen helemaal niet het geval. Bovendien hebben we in Pijler II het budget kunnen handhaven, en door de modulatie zullen daar nog een pak middelen bijkomen. Hiermee kunnen we positieve zaken realiseren op het vlak van onderzoek en innnovatie, wat het mee mogelijk moet maken dat de Vlaamse land- en tuinbouw aan de top blijft in Europa. Alleen door positief vooruit te kijken en te investeren in datgene waar we goed in zijn, kunnen we onze sterke positie behouden en het verschil maken op onze thuismarkt en op exportmarkten.

“Het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds blijft de motor van ons investeringsbeleid”

Wat zijn volgens u de meest positieve punten uit het GLB-akkoord?
Het feit dat we konden voorzien dat een koppeling mogelijk blijft, wat van groot belang is voor sectoren zoals de rundvee- en kalversector, dat er een overgangsperiode komt alvorens we naar een flat rate moeten evolueren, en dat de vergroening een haalbare zaak wordt. Last but not least wijs ik er ook graag op dat, op uitdrukkelijk aandringen van Vlaanderen, er een aantal extra maatregelen komen voor jongeren die zich willen vestigen in de land- en tuinbouw.

Tot nu toe heeft de overheid zich niet sterk bemoeid met thema’s als schaalvergroting en pensioenboeren. Komt daar verandering in als het van u afhangt?
Europa heeft een lijst opgesteld van wat verstaan wordt onder actieve boeren en wat niet. Zo kunnen pakweg vastgoedmakelaars, spoorwegen of luchthavens niet langer in aanmerking komen voor Europese landbouwsteun. Een goede zaak wat mij betreft. Alhoewel ik persoonlijk best nog wat verder had willen gaan, maar hiervoor werd geen consensus gevonden.
Wat betreft pensioenboeren, moeten we er inderdaad voor zorgen dat de generatiewisssel in de land- en tuinbouw vlot verloopt en dat jongeren gemakkelijk aan productiemiddelen kunnen geraken. Maar hiervoor zijn zeker ook nog andere zaken nodig dan de steun uit Pijler I. Anderzijds heb ik ook respect voor landbouwers die, na jarenlang hard werken en soms genietend van een vrij laag pensioen, nog wat trachten bij te verdienen door deeltijds in de landbouw actief te blijven.

Sommigen twijfelen aan de toekomst van ‘maakindustrie’ in een hoge-kosten-regio als Vlaanderen. Bewijst de agrovoedingsindustrie niet net het tegendeel?
oogst.prei.landbouw_LoonwerkDefour.2.jpgInderdaad, de agrovoedingsindustrie is één van de kroonjuwelen van onze Vlaamse economie. We mogen dit gerust wat vaker benadrukken, het is namelijk een sterk Vlaams verankerde sector met veel KMO’s, met veel ambitie. Ik heb goed geluisterd naar de FEVIA-voorzitter die de ambitieuze doelstelling naar voren heeft geschoven om de export van onze voedingsindustrie met vijf miljard euro te doen toenemen tegen 2015. Wie durft er nog te zeggen dat onze werkgevers enkel maar klagen (lacht). De voedingsindustrie heeft bovendien goed stand gehouden tijdens de crisisperiode. In tegenstelling tot heel wat andere economische sectoren bleef de tewerkstelling op peil en verbeterde de sector zijn exportprestaties nog aanzienlijk.

In mei trekken we opnieuw naar de stembus. Blijft u kandidaat voor de ministerportefeuille landbouw?
Ik heb door mijn vele bezoeken op het terrein en door de gesprekken met heel wat bedrijfsleiders en hun famililie kunnen ontdekken welke boeiende, ook harde, maar vooral warme sector de land-en tuinbouwsector is. Ik ben graag een ambassadeur en bondgenoot van die duizenden land- en tuinbouwers, die duizenden bedrijfsleiders, bedienden en arbeiders uit de agrovoedingssector, die dag in dag uit het beste van zichzelf geven om voedsel op ons bord te brengen, en zo mee voor de welvaart van Vlaanderen zorgen.

Bron: eigen verslag

Beeld: VILT/fotowedstrijd/loonwerk Defour/PreventAgri

Volg VILT ook via