nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

24.09.2013 Landbouwers halen veel voldoening uit hun (harde) werk

In een enquête van het Departement Landbouw en Visserij geven 663 landbouwers gemiddeld 7,5 op 10 aan het 'boerenleven'. De helft van hen ervaart weinig stress. Spijtig genoeg zit de mens achter de boer(in) niet altijd zo goed in zijn of haar vel. Eén landbouwer op drie heeft het stresserende gevoel alleen maar te leven om te werken. Iets minder dan de helft voelt zich (bijna) nooit kalm en ontspannen.

Begin 2012 namen 663 deelnemers van het Landbouwmonitoringnetwerk deel aan een enquête over een waaier van aspecten van hun beroeps- en leefsituatie. Met de vragenlijst gingen onderzoekers van het Departement Landbouw en Visserij op zoek naar de mens achter de boer. Zoals te verwachten viel, leren de antwoorden dat landbouwers hard werken. Ongeveer de helft van de respondenten klopt gemiddeld dagen van meer dan tien uur.

Ondanks de lange werkdagen halen de bedrijfsleiders veel voldoening uit hun professioneel leven. Zij waarderen vooral de zelfstandigheid, de onafhankelijkheid en het leven in de open ruimte. Ook de arbeidsvreugde en het succesvol ondernemen zijn van groot belang. Voor de sociale status ben je de dag van vandaag geen boer meer.

Met hun leven in het algemeen is de meerderheid van de land- en tuinbouwers tevreden tot zeer tevreden. De jongste en oudste bedrijfsleiders zijn het meest tevreden, maar tussen de sectoren is er geen verschil. Stress is gelukkig geen gemeengoed in de sector maar komt toch in hoge tot zeer hoge mate voor bij de helft van de ondervraagde land- en tuinbouwers. 89 procent verklaart (bijna) nooit last te hebben van slapeloze nachten. Net geen 80 procent voelt zich dan ook ijverig en actief.

Op een aantal andere indicatoren scoren de respondenten minder goed. Iets minder dan de helft (42%) maakt zich meestal of altijd ongerust over het inkomen van het bedrijf. Een even groot aantal boeren en tuinders voelt zich bijna nooit op zijn gemak. Bovendien ervaart één op de drie weinig steun van de mensen in zijn omgeving. Eveneens ongeveer één op de drie heeft bijna continu het gevoel alleen maar te leven om te werken. Een gelijkaardig aandeel voelt zich zelden of nooit vrolijk en goed geluimd.

De meeste bedrijfsleiders houden wekelijks tijd over om te spenderen aan sociale contacten, hobby’s en eigen interesses. Die contacten kunnen bijdragen tot het opbouwen van een sociaal netwerk, net als lidmaatschap van bepaalde verenigingen. Beroepsorganisaties kennen een zeer grote aanhang, maar ook samenwerkingsverbanden zijn populair bij 40 procent van de bevraagde bedrijfsleiders. Voor een kleine minderheid (6%) van de land- en tuinbouwers loert sociaal isolement om de hoek door het ontbreken van familiale en andere contacten.

Landbouwers met fruitteelt of een intensief veebedrijf maken zich het meeste zorgen over hun inkomen en de afbetaling van schulden. Bij groentetelers spookt (het gebrek aan) een inkomen vaak door het achterhoofd. Eva Van Buggenhout, hoofdauteur van het rapport, ziet een verklaring in de zware crisis die deze sectoren doormaakten in 2011, kort voor het invullen van de vragenlijst.

Opmerkelijk is dat ‘de crisis’ niet alleen aan het inkomen knabbelt, maar ook weegt op de algemene gemoedstoestand van boeren en tuinders. Eén op de vijf ondervindt er ook hinder van in zijn familiaal en sociaal leven. De antwoorden in de enquête kunnen dus voor een stuk ‘gekleurd’ zijn door de crisis.

Meer info: Boer(in) in hoofd, hart en nieren

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Cofabel

Volg VILT ook via