InterviewLeen Bas - Afdeling Monitoring en Studie
Indien het aantal boerenbetogingen als maatstaf geldt, mogen we concluderen dat de crisis keihard toeslaat in de land- en tuinbouw. Om een meer verfijnde inschatting te kunnen maken, heeft de landbouwadministratie enkele medewerkers de opdracht gegeven om op basis van officiële statistieken, eigen onderzoek en enquêtes naar de impact van de huidige malaise te peilen. Leen Bas van de afdeling Monitoring en Studie geeft tekst en uitleg.
De landbouwconjunctuurindex is tijdens het voorjaar weggezakt naar een score van -22. Hoe interpreteert u dat cijfer?
Leen Bas: Het gaat al sinds het najaar van 2007 bergaf met de index. Eind vorig jaar zakte het cijfer naar het alarmerende niveau van -9, wat op dat ogenblik te wijten was aan stijgende kosten voor energie en andere productiemiddelen, en dit in combinatie met dalende prijzen. Begin dit jaar zijn die kosten gedaald, maar de economische recessie heeft de vraag naar landbouwproducten doen afnemen waardoor de prijzen in de hele sector, en dan vooral in de exportgeoriënteerde deeltakken, op een teleurstellend niveau beland zijn. Omdat ze op dat lage niveau blijven kamperen, is het niet onlogisch dat de toekomstverwachtingen van de boeren en tuinders het voorbije voorjaar voor het eerst onder het nulpunt gedoken zijn. Het feit dat de hoop op beterschap afbrokkelt, is natuurlijk een onrustwekkend signaal.
Voor welke sectoren is de index het meest problematisch?
De melkveesector en de varkenshouderij kreunen onder zeer lage prijzen. De melkveehouders zijn over de hele lijn negatief gestemd, zowel over de economische situatie als hun toekomstperspectieven. De varkensboeren zien de toestand evenmin rooskleurig in, maar zijn toch iets positiever over de toekomst. Ze hopen dat de varkenscyclus zo snel mogelijk weer zijn normale ritme oppikt, waardoor de prijs kan stijgen. Ook de siertelers moeten op de tanden bijten, ondanks een daling van de energiekosten. De verkoop van een aantal sierteeltproducten is erg conjunctuurgevoelig en bovendien hindert de sterke positie van de euro de export. Het minst negatief zijn de telers van fruit in openlucht en van groenten en fruit onder glas. De groenteteelt in openlucht lijkt zich enigszins te herstellen van de zware klappen die de sector recent heeft geïncasseerd.
Is het mogelijk om de economische toestand in de landbouwsector te vergelijken met andere economische sectoren?
Ik ga ervan uit dat de land- en tuinbouw met een zekere vertraging reageert op de crisis: familiale bedrijven doen bij wijze van spreken het onmogelijke om het hoofd boven water te houden. Waar kmo’s er definitief het bijltje bij neerleggen, gaan landbouwers putten uit hun persoonlijke reserves, hulp inroepen van familieleden of kredieten aangaan bij leveranciers.
Verrassend is dat het aantal faillissementen in de Vlaamse land- en tuinbouw de jongste maanden gedaald is. Heeft u daar een rationele verklaring voor?
Op nationaal niveau is er volgens de statistieken van de FOD Economie sprake van een lichte stijging, maar het klopt dat het aantal faillissementen in Vlaanderen in de periode van november 2008 tot maart 2009 met meer dan vijf procent gedaald is ten opzichte van de periode van maart tot augustus 2008. Voor ons is dat het beste bewijs dat boeren er werkelijk alles aan doen om toch maar niet failliet te gaan.
Opmerkelijk is ook dat de agrarische handelsbalans voor ons land in 2008 in positieve zin geëvolueerd is?
Dat heeft ons eerlijk gezegd ook verrast. De export van een aantal producten zoals zuivel, verse groenten, appelen en sierteeltproducten ging vorig jaar achteruit, maar toch heeft de totale handelsbalans daar niet onder geleden. In 2007 liet de primaire sector een positieve balans optekenen van 3,28 miljard euro, terwijl het handelsoverschot vorig jaar met bijna vijf procent gestegen is tot 3,43 miljard euro. Met dat cijfer was 2008 eigenlijk een vrij normaal jaar. Voor een deel valt de lichte stijging in vergelijking met het jaar voordien te verklaren door de toegenomen prijzen van een aantal landbouwproducten in de loop van 2008.
Net zoals de siertelers klagen onder meer de fruittelers en varkensboeren steen en been over de mank lopende export.
De export van varkensvlees is in oktober en november wel gedaald, maar in december en januari was er alweer sprake van een lichte heropleving. We verwachten wel dat de crisis tastbaar zal worden van zodra de cijfers voor februari en de daaropvolgende maanden bekend raken. Maar uiteindelijk zou het nog meevallen met de schade in de varkenshouderij indien de prijzen meteen beginnen te stijgen. Het probleem is dat de voorbije maanden niks in huis gekomen is van de positieve prijsprognoses die de Europese Commissie gelanceerd heeft. Wat de fruittelers betreft, is het zo dat die nogal wat last hebben van de gedevalueerde roebel, maar ze hebben het voordeel dat hun sector niet zo kapitaalsintensief is. Daardoor kan de doorsnee fruitboer een exportdaling iets makkelijker verteren.
Houden jullie in deze crisisperiode angstvallig het aantal aanmeldingen in de gaten bij Boeren op een Kruispunt?
Daar verwerkt men gemiddeld één aanvraag per dag van een boer of tuinder die in moeilijkheden verkeert. We hadden verwacht dat dit aantal door toedoen van de crisis zou stijgen, maar dat is gelukkig nog niet het geval. Eén van de verklaringen is dat landbouwers pas de professionele hulp van Boeren op een Kruispunt inschakelen van zodra ze geïsoleerd raken met hun bedrijfsproblemen. Als ze merken dat er voortdurend collega’s op straat komen om te betogen, putten ze daar moed uit. In hun ogen levert het protest de bevestiging dat ook andere landbouwbedrijven het moeilijk hebben. Gedeelde smart is halve smart.
Maar dat betekent natuurlijk niet dat het aantal aanmeldingen de komende maanden niet zou kunnen stijgen?
Een onheilspellend voorteken is dat de website van Boeren op een Kruispunt steeds hogere bezoekerscijfers scoort. Er lijkt dus wel iets te broeien. Interessant om weten, is dat de organisatie sinds de opstart ongeveer vijfhonderd bedrijven begeleidt en daardoor redelijk goed inzage heeft in de schuldenlast van de doelgroep. Blijkt dat de schulden van die bedrijven de voorbije maanden significant gestegen zijn. Hiervan zit twintig procent bij de leveranciers. En dat zijn gevaarlijke kredieten, want die geldkraan kan op ieder moment dichtgedraaid worden. Verder denken we dat ook de spaarcenten momenteel sterk aangesproken worden, dat is alvast wat we informeel opvangen bij de banken.
Wat is het profiel van de landbouwers die dezer dagen aankloppen bij Boeren op een Kruispunt?
Vooral bedrijven met veel kredieten komen in de problemen. Zo komen bijvoorbeeld in de vleesveesector voornamelijk grote bedrijven in moeilijkheden, terwijl de kleintjes de dans makkelijker lijken te ontspringen. Wat de onderverdeling per sector betreft, stellen ook de medewerkers van Boeren op een Kruispunt vast dat de melkveesector met liquiditeitsproblemen kampt. Bovendien zijn melkveehouders het na de recente ontmanteling van het beschermende zuivelbeleid nog helemaal niet gewoon om met grote marktschommelingen om te gaan. Ze verkeren echt in paniek, terwijl de varkensboeren zich iets meer gedeisd houden aangezien ze uit ervaring weten dat de markt zich vroeg of laat herstelt. Andere vaststellingen bij Boeren op een Kruispunt zijn dat de groenten momenteel zeer slecht boeren. De appelen en akkerbouw hebben ook last van de crisis, maar ze moeten minder zware kredieten torsen. Iedereen vraagt zich af hoelang dit nog gaat blijven duren.
De toestand in de varkenshouderij is volgens een recente studie van de landbouwadministratie ernstig, maar minder dramatisch dan anderhalf jaar geleden. Kan u dat concretiseren?
In 2007 was het arbeidsinkomen van de gemiddelde varkensboer nauwelijks positief als gevolg van matige marktprijzen en hoge voederkosten. Begin vorig jaar was dat arbeidsinkomen zelfs negatief, waardoor met verlies gewerkt werd. Na een tijdelijk herstel in 2008 is er op het einde van vorig jaar dus opnieuw een terugval gekomen. Het arbeidsinkomen was de voorbije maanden maar net positief, zodat er opnieuw amper iets verdiend wordt. Een opflakkering van de prijzen is nodig om te vermijden dat structurele problemen ontstaan.
Hoelang kunnen onze boeren nog melk blijven leveren aan 20 eurocent per liter?
De gemiddelde melkprijs in ons land piekte in oktober 2007 op 43,20 euro per honderd liter. Sindsdien is er een continue daling geweest, waardoor de prijs begin dit jaar onder de drempel van 25 euro per honderd liter gedoken is. Vandaag kunnen de melkveehouders met de opbrengst van hun melk de vaste kosten niet meer dekken. Een magere troost is dat de prijzen hun bodem bereikt hebben, maar op korte termijn verwachten analisten geen prijsstijgingen voor zuivelproducten.
Zowat alle politieke partijen zijn het erover eens dat de huidige melkprijs ethisch onaanvaardbaar is. Met welke instrumenten kan of moet de overheid hier iets aan doen?
De landbouwprijzen zijn een Europees en zelfs mondiaal gegeven, waar nationale overheden weinig of geen vat op hebben. We kunnen bijvoorbeeld de koers van de dollar niet beïnvloeden. Regeringen kunnen daarentegen wel promotiecampagnes ondersteunen om lokale landbouwproducten in de kijker te plaatsen en ze kunnen ook ijveren voor maximale prijstransparantie via bijvoorbeeld de publicatie van marktprijzen en onderzoek naar de winstverdeling in de keten. De Vlaamse en Europese melkproductie zal zich ook meer moeten richten op melkproducten met een hogere toegevoegde waarde, zoals kazen en dergelijke omdat die prijzen iets stabieler zijn. Tot slot indien landbouwers bereid zijn tot meer samenwerking, zodat ze meer marktmacht kunnen verwerven.
Interventiemechanismen en minimumprijzen ziet u over het hoofd.
Een terugkeer naar minimumprijzen en interventiemechanismen kan een tijdelijke optie zijn om deze crisis te overleven, maar dan wel met goede afspraken en gecombineerd met andere heroriëntatiemaatregelen. Op lange termijn hebben onze landbouwers er geen baat bij om te blijven teren op overheidssteun voor bulkproducten. Europa zal meer de kaart moeten trekken van kwaliteit, specialisatie en duurzame producten aan een verantwoorde prijs.
Jullie hebben over de impact van de crisis ook een bevraging gehouden bij een aantal banken. Wat zijn de belangrijkste conclusies?
De bankiers stellen vast dat zelfs zeer gezonde bedrijven zwaar kunnen lijden onder de moeilijke prijsvorming, omdat die een vertraging van de kapitaalaangroei creëert. In het algemeen merken ze dat de betalingstermijnen langer worden, maar de laattijdige aflossing van aangegane landbouwkredieten blijft beperkt. Er zouden wel meer reserves aangesproken worden om aan de verplichte afbetalingen te voldoen. Volgens de banken zijn de fundamenten in de agrarische sector op dit ogenblik echter nog stevig genoeg om zich bij een opflakkering van de marktprijzen te kunnen herpakken. De kredieten op lange termijn, een barometer voor toekomstgerichte investeringen, zijn vorig jaar zelfs nog toegenomen in vergelijking met 2007, en dus vinden sommigen in de financiële sector dat het vooralsnog beter is om enkel te spreken van ‘laagconjunctuur’. Afhankelijk van de duur kan die wel uitmonden in een echte crisis.
Is er een terugval merkbaar van het aantal investeringsdossiers?
Tot september vorig jaar ging het aantal investeringsdossiers in stijgende lijn, maar de voorbije maanden werd die trend omgebogen. Anderzijds zijn er nog altijd grote investeringsdossiers in aanvraag. Deze situatie reflecteert de trend naar schaalvergroting: het aantal investeringen zal in de toekomst dalen, maar de omvang van de gemiddelde investering zit in de lift. We gaan er voorlopig vanuit dat grote bedrijven met een goed management blijven investeren. Dat zorgt ervoor dat de verschillen tussen de bedrijven onderling nog groter worden, al is die trend natuurlijk al vele jaren aan de gang.
Wanneer zal de crisis in de landbouwsector achter de rug zijn?
Op middellange termijn wordt een gradueel herstel van de marktprijzen voorspeld. Aan de basis hiervan liggen de groeiende wereldbevolking, de toenemende welvaart, de opmars van bio-energie en de geleidelijke daling van de productiviteitstoename bij landbouwgewassen. Het landbouwinkomen zal dus ooit weer het peil halen van het jaar 2007, maar het staat ook vast dat de prijzen sterker gaan schommelen. Het grootste zorgenkind op dit ogenblik is de evolutie van de zuivelmarkten op korte termijn. De melkprijzen blijven ook de komende maanden laag en zullen een verdere productiedaling teweegbrengen. Het ziet ernaar uit dat de afschaffing van de melkquota in 2015 daardoor geen grote betekenis meer zal hebben. Verwacht wordt ook dat de Europese afzet op de bulkmarkt voor melk verder zal afnemen door de lage melkprijzen en de groeiende markt voor verwerkte zuivelproducten.
Slotvraag: moeten de boeren en tuinders optimistisch of pessimistisch zijn over de toekomst?
Indien de marktprijzen straks weer opveren, zal een groot deel van de goed draaiende bedrijven deze crisis kunnen overleven. Maar de vrees bestaat dat de opgebruikte reserves en extra kredieten ervoor zullen zorgen dat de boeren de komende jaren over weinig ruimte zullen beschikken om te investeren in duurzaamheid en innovatie. Door de veranderende omgevingsfactoren, gaande van de geliberaliseerde markt tot de klimaatverandering, is dat nochtans één van de prioriteiten voor de sector. Het is nodig dat de overheid op dit vlak waakzaam is en de nodige ondersteuning voorziet.
bron eigen verslaggeving
zoek in het archief van "Duiding"
gerelateerde nieuwsberichten
- 20/12/2011 Grootmoeders keuken populair in tijden van crisis
- 15/11/2011 "Meer denken aan geld verdienen en minder aan groeien"
- 24/10/2011 328 bedrijven ontvingen vervroegd VLIF-steun door EHEC
- 09/09/2011 Frankrijk springt noodlijdende tuinders te hulp
- 02/09/2011 "Samenwerking kan oplossing bieden tegen lage prijzen"
- 19/08/2011 Peeters neemt maatregelen tegen crisis in groentesector
- 18/01/2011 Banken beloven vertrouwen in varkenssector te behouden
- 09/12/2010 Peeters zal bij EU-Commissie varkenscrisis aankaarten
- 02/12/2010 Varkenshouders willen High Level Group Pig Sector
- 23/11/2010 Bezorgde varkensboerinnen trekken naar Vlaams parlement

T +32 (0)2 552 81 91 F +32 (0)2 552 81 93