nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

Een kijk op borstbeenafwijkingen bij leghennen
27.01.2014  Leghennenhouderij

Veel pluimveehouders zijn de voorbije jaren overgeschakeld op een volièresysteem. Dit systeem biedt meer bewegingsvrijheid aan de kippen, terwijl de pluimveehouder zeker blijft van goede productieresultaten. Toch kampt het systeem met enkele knelpunten. Zo blijken de productieresultaten sterk te verschillen tussen bedrijven. Bovendien duiken bij de leghennen problemen op rond borstbeenafwijking, sterfte, vedersleet en stofconcentratie in de stal. Om deze knelpunten in kaart te brengen en op zoek te gaan naar oplossingen, werken ILVO en het Proefbedrijf Pluimveehouderij samen binnen het project Layerhouse, gesteund door de FOD Volksgezondheid. In dit artikel beschrijft het proefbedrijf van de provincie Antwerpen de eerste praktijkervaringen met borstbeenafwijkingen.

Leghennen in een volièresysteem hebben te kampen met twee soorten borstbeenafwijkingen. Ten eerste zijn er de borstbeenkrommingen. Deze ontstaan na langdurig steunen op de zitstok. Daarnaast zien we ook breuken aan het borstbeen of afwijkingen aan de tip van het borstbeen. Deze breuken komen voort uit plotse contacten met andere leghennen of uit botsingen met de volière bij het opvliegen of slecht landen. Als een breuk geneest, wordt er herstelmateriaal aangemaakt in de vorm van een knobbel op de borst. Leghennen kunnen last hebben van één of beide borstbeenafwijkingen.

Voor dit grootschalig onderzoek volgt het Proefbedrijf Pluimveehouderij 13 commerciële bedrijven tijdens hun legronde. Per bedrijf worden telkens 100 kippen bekeken en dit op zes verschillende tijdstippen: van de opzet tot in het slachthuis. In totaal worden er 7.800 kippen gecontroleerd. Hieronder geven we de resultaten van vijf bedrijven: van opstart tot 60 weken.

Vervorming van het borstbeen
Een vervorming van het borstbeen wordt veroorzaakt door het zitstokgedrag van de leghennen. Dit kan al perfect voorkomen bij het begin van de legronde. Bij 10 tot 15 procent van de leghennen is dit ook het geval. De foto hieronder toont voorbeelden van een recht en vervormd borstbeen bij leghennen. 
borstbeenafwijking.front_ProefbedrijfPluimveehouderij.gif

‘43% van de leghennen loopt breuk op’


Doorheen het verblijf in de volière neemt het aantal afwijkingen toe. Eerst is er nog sprake van lichte afwijkingen, later zijn er ook ernstige afwijkingen zichtbaar. Op 60 weken heeft 13 procent van de leghennen te kampen met een ernstige afwijking aan het borstbeen. De figuur geeft weer hoe vaak borstbeenafwijkingen voorkomen op vijf commerciële bedrijven gedurende verschillende meetmomenten (opzet - 25 weken - 35 weken - 60 weken). tabel1.gif
Breuken aan het borstbeen
Breuken aan het borstbeen worden veroorzaakt door plotse contacten. Hiervan is nog geen sprake bij het begin van de legronde. Doorheen het verblijf in de volière neemt het aantal breuken gestaag toe. De grootste toename zien we op het derde meetmoment, namelijk op 35 tot 37 weken. Op 60 weken heeft 43 procent van de leghennen een breuk opgelopen. De figuur weerspiegelt het voorkomen van borstbeenbreuken op vijf commerciële bedrijven gedurende verschillende meetmomenten (opzet - 25 weken - 35 weken - 60 weken). tabel2.gif
Afwijking van de tip van het borstbeen
Afwijkingen van de tip van het borstbeen worden, net zoals bij een breuk, veroorzaakt door plots contact of botsing. Ook deze afwijkingen komen pas later in de ronde voor. Vooral op de leeftijd van 60 weken is het aandeel hennen met een afwijking aan de tip sterk gegroeid tot een gemiddelde van 31 procent.

Alle vormen van borstbeenafwijking zetten op vanaf tweede helft legronde

Conclusie van het Proefbedrijf Pluimveehouderij
Ine Kempen: “We hebben nu resultaten van vijf van de 13 bedrijven. Hieruit leren we dat alle vormen van borstbeenafwijking opzetten vanaf de tweede helft van de legronde én dat ze ernstiger worden naarmate het einde van de legronde nadert. We wachten nu af of de resultaten van de andere bedrijven in dezelfde lijn liggen. Door deze evolutie in kaart te brengen, kunnen we in de toekomst de problemen gerichter gaan aanpakken. Na afsluiten van dit onderzoek zal ILVO op zoek gaan naar oplossingen. Zij zullen verschillende hennenrassen onderzoeken in verschillende nagebouwde omgevingen. Hierbij zullen ze in detail nagaan hoe borstbeenafwijkingen ontstaan en hoe deze zich verder ontwikkelen. Zo willen we komen tot gefundeerde oplossingen voor pluimveehouders die gebruikmaken van het volièresysteem.”

Bron: |

Beeld: Proefbedrijf Pluimveehouderij

In samenwerking met: Proefbedrijf Pluimveehouderij

Volg VILT ook via