nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

16.12.2013 Limburg kneedt landbouwers tot bedrijfsmanagers

De provincie Limburg organiseerde een studiedag om landbouwers bij te staan in hun bedrijfsmanagement. Dat resulteerde niet in één advies dat voor iedereen werkt, maar in een reeks goede ideeën en bedenkingen. "De enige zekerheid is dat de consument ook in de toekomst geen faire prijs wil betalen voor voeding zodat de boer aan lage kosten moet produceren", zette docent Dirk Vermeiren (Thomas More) alle aanwezigen op scherp.

De landbouwer van morgen is een manager met een sterke bedrijfsvisie. Een 70-tal deelnemers kwam in de raadzaal van het Limburgse Provinciehuis te weten op welke manier ze het management van hun bedrijf kunnen optimaliseren. “Een moderne landbouwer moet stevig in zijn schoenen staan en de impact van zijn investeringen, zoals de terugverdientijd, goed kunnen inschatten”, zegt Inge Moors, gedeputeerde voor Landbouw en Platteland.

Op de dag van vandaag is een landbouwer niet meer alleen een vakspecialist, hij of zij moet zich ook bezig houden met administratie, vergunningen, marketing, enz. Niet elke landbouwer kan een strateeg en cijferspecialist zijn zodat er vaker een beroep gedaan zal worden op externe adviesdiensten. Volgens gedeputeerde Moors geen slechte evolutie want een landbouwbedrijf uitbaten, is veel complexer dan pakweg 20 jaar geleden. Daarom komt de provincie Limburg vanaf volgend jaar met een aangepast subsidiereglement financieel tussen in het bedrijfsadvies waar landbouwers beroep op doen.

Vanuit haar eigen ervaring op een leghennenbedrijf getuigde Schoonste Boerin Ellen Vaneynde over ‘agrarisch management’. We onthouden dat een landbouwer niet blindelings de richting moet volgen die adviseurs hem uitsturen. “Stel jezelf ook de vraag wat je graag doet”, drukt Vaneynde alle aanwezigen op het hart. Verder brak ze een lans voor samenwerking tussen landbouwers, een onafhankelijke vertrouwenspersoon waar de boer(in) op kan terugvallen en een zakelijke opstelling tijdens onderhandelingen. Leveranciers hoeven met andere woorden niet steevast plaats te nemen aan de keukentafel voor een gezellige babbel.

Als docent voor de campus in Geel van hogeschool Thomas More komt Dirk Vermeiren dagelijks in contact met de land- en tuinbouwers van de toekomst. Management krijgt ook in de opleidingen steeds meer aandacht. De land- en tuinbouwer vandaag moet volgens Vermeiren drie competenties verenigen: vakmanschap, management en ondernemerschap.

Met een eigenzinnige kijk op ondernemen in de landbouw zette Vermeiren de aanwezige landbouwers aan het denken. “Het kader waarbinnen een landbouwer in de toekomst moet ondernemen, is dat van een maatschappij die goedkoop voedsel wil maar steeds meer eisen gaat stellen aan de productie”, opent Vermeiren confronterend. Hij vraagt zich af of een ondernemersinkomen van 30.000 à 35.000 euro in verhouding staat tot het risico. Zelf vindt hij van niet, zodat hij de hoop uitdrukt dat zijn studenten ‘bovengemiddeld’ presteren wanneer zij een landbouwbedrijf overnemen.

De passie van ondernemers om aan landbouw te doen, zorgt er volgens de docent voor dat men te weinig stilstaat bij de risico’s die genomen worden met het eigen vermogen en het schamele rendement dat daar tegenover staat, “ofwel zijn de investeringen te hoog ofwel de rendementen in de sector te laag”. Hoe groter de onzekerheid, hoe korter de terugverdientijd van investeringen moet zijn. Daar loopt het ook mis aangezien de prijsvolatiliteit van grondstoffen en landbouwproducten nog toeneemt.

Ondernemers die voor schaalvergroting kiezen om hun arbeidsinkomen veilig te stellen, hebben volgens Vermeiren ongelijk. “Als het met 80 koeien niet lukt, dan met 500 ook niet.” Over verbreding is hij nuchter: “Het zou niet mogen dat landbouwers bijvoorbeeld de verkoop van hun producten erbij moeten nemen om een volwaardig inkomen te verdienen. Bovendien kan je met een deeltijdse job zonder enige investering een neveninkomen verwerven. Alleen werken de overheidsregels ontmoedigend op dat vlak.”

Nederlands onderzoek uit 2002 wees uit dat een landbouwer evenveel tijd doorbrengt achter zijn bureau dan in de stallen of op het veld. “De landbouwer van vandaag is parttime bedrijfsleider. Er is veel aandacht voor vakmanschap, maar we mogen de ontwikkeling van de managementcapaciteiten van de land- en tuinbouwers niet uit het oog verliezen”, zegt Inge Moors daarover. Vermeiren constateert dat de verschuiving van uitvoerende taken naar management voor ongenoegen zorgt bij bedrijfsleiders die het allemaal niet meer gebolwerkt krijgen. “Het kan niet de bedoeling zijn dat een landbouwer alleen maar een inkomen kan verwerven door steeds meer uren te werken.”

Tijdens drie modules in kleinere groepen werden de Limburgse landbouwers ingewijd in de thema’s strategisch denken, innovatie en milieuzorg. Het belang van een strategisch businessplan is volgens professor Ghislain Houben (UHasselt) groot. “De landbouwer moet weten welke richting hij wil inslaan met zijn bedrijf”, aldus Houben. Dany Bylemans, directeur van het Proefcentrum Fruitteelt, toonde aan dat land- en tuinbouw qua innovatie niet achterloopt op andere sectoren, integendeel zelfs. Inzake innovatie geldt volgens Bylemans: “Durf en probeer. Laat u begeleiden. Innoveren is niet altijd raak schieten en het slechtste idee is datgene dat in de schuif blijft steken.”

Professor Steven Van Passel, landbouweconoom aan de UHasselt, somde op hoe een landbouwer geld kan verdienen met duurzaamheid. Hij maakte daar de kanttekening bij dat het vaker niet dan wel lukt, en niet altijd zonder risico’s is, denk maar aan de huidige moeilijke marktomstandigheden voor biogasinstallaties. Een landbouwer die meer vat wil krijgen op het risico in zijn bedrijfsvoering adviseerde hij de Aramistool die de Universiteit Hasselt in samenwerking met ILVO ontwikkelde.

Meer weten over agrarisch risicomanagement? Surf naar www.agrarima.be en test de Aramistool.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via