nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

"Veehouderij heeft nood aan meer veerkracht en minder soja"
10.09.2012  Luc Vankrunkelsven (Wervel)

Hoge graan- en sojaprijzen zorgen sinds de zomer voor navenant dure voeders die vreten aan de marge van Vlaamse veehouders. In zulke moeilijke tijden komt de kritiek van Wervel op intensieve veehouderij extra hard aan. De Werkgroep voor een Rechtvaardige en Verantwoorde Landbouw zou de naam niet waardig zijn, als er geen alternatief geopperd wordt: grondgebonden veehouderij met eigen teelt van eiwitrijke gewassen ter vervanging van overzeese soja. “Grootschalige, exportgerichte landbouw zal blijven bestaan in binnen- en buitenland, maar we zouden het langzaam moeten reduceren tot één van de vele landbouwsystemen”, zegt Luc Vankrunkelsven van Wervel naar aanleiding van zijn rondreis door de Braziliaanse Cerrado die hij beschrijft in een nieuw boek.

Is de Cerrado de belangrijkste landbouwregio van Brazilië?
Luc Vankrunkelsven: Niet de centraal gelegen Cerrado, maar de zuidelijke regio van Brazilië is van oudsher de landbouwstreek bij uitstek. De Agricultura Familiar, de gezinslandbouw, produceert er onder meer melk, varkens, vleesvee en soja. Dankzij het ‘Geen Honger’-programma van de (vorige) regering Lula da Silva is de diversiteit aan gewassen teruggekeerd. Heel anders dan in de Cerrado, waar de agro-industrie op grote schaal soja, suikerriet en eucalyptus teelt. Al zijn er ook in de 11 deelstaten en 193 miljoen hectare grote Cerrado in het hart van Brazilië nog boeren die lokaal aan overlevingslandbouw doen, in harmonie met de natuur.

Zijn er spanningen in de Cerrado tussen exportgerichte landbouw en voedselproductie voor de lokale bevolking?
Brazilië.landgrabbing_Wervel.2.pngDe grootschalige landbouw produceert inderdaad niet voor lokale markten, maar is op Europa gericht, gelet op de koloniale geschiedenis van Brazilië. Later is daar Japan bijgekomen als exportbestemming en meer recent China, de Arabische landen en Rusland. De eeuwenoude grondconcentratie in handen van een minderheid is door de monocultuur van onder meer soja alleen maar toegenomen. Eén procent van de bevolking heeft 44 procent van de grond in handen. Door buitenlandse investeringen in honderden bio-ethanolfabrieken met suikerriet als grondstof komt de kleinschalige landbouw door inheemse volkeren, kleine boeren en oevervolkeren nog meer in de verdrukking.

Hoe ervaren de lokale boeren dat?
Zie het als een conflict tussen verschillende landbouwsystemen, tussen een landbouw die lokaal ingebed zit en een landbouw die sterk geïntegreerd is in de agrobusiness. Brazilië heeft enkele gigantisch grote distributieketens en voedingsverwerkende bedrijven. De afhankelijkheid van de landbouw van deze bedrijven, die niet altijd de beste prijzen bieden, brengt vooral de familiale boeren in problemen. Zij zijn nochtans belangrijk voor Brazilië want de 'Agricultura Familiar' zorgt voor 70 procent van het voedsel voor de 203 miljoen inwoners. Familiale landbouw - afhankelijk van de streek zijn dit in Brazilië boeren met minder dan 80 hectare - produceert bovendien gezonder en meer gevarieerd voedsel.

Merk je in de Cerrado een positieve impact van initiatieven zoals de ronde tafels voor soja en palmolie?
Cerrado.2.jpgDoor nieuwe mogelijkheden om zure gronden te corrigeren, werd de Cerrado enkele decennia geleden ontdekt door de agro-industrie en wordt hij twee tot drie keer vlugger ontgonnen dan het veelbesproken Amazonewoud. Door de (gedeeltelijke) bescherming van het Amazonegebied is er een soort verdringingseffect richting Cerrado. Dat is bijzonder jammer want het is een schatkamer aan (agro)biodiversiteit. In de Cerrado kunnen honderden verschillende vruchten geteeld worden. Toch gaat men er van uit dat de economie alleen gestoeld kan zijn op een monocultuur van soja, suikerriet, eucalyptus en vleesproductie. De bedrijven (veevoedersector, Monsanto, Unilever, enz.) en grootschalige landbouwbedrijven die aan de ronde tafel zitten, geven geen enkele functionele betekenis aan een bos. Zij kopen extra, bestaand bos om andere percelen te kunnen ontbossen of om in regel te zijn met de boswet. Die 'código florestal' zal in de toekomst trouwens veel minder streng zijn en dat na intens lobbywerk van de grootgrondbezitters. Het verschil met de Agricultura Familiar is groot want bossen maken inherent deel uit van hun landbouwsysteem.

Maar de criteria slagen er dus wel in om grootschalige ontginning te beteugelen?
Een groot probleem in zo'n immens land is dat heel wat wetten wel goed zijn, maar controle tot nu toe bijzonder moeilijk is. Dat geldt voor de overheid, maar bijvoorbeeld ook voor eventuele controleurs van de volgens ons te laagdrempelige criteria van de rondetafel voor soja (RTRS). Naast de ontbossing bij klaarlichte dag doet sluipende ontbossing zich ’s nachts voor. Satellieten kunnen dan immers geen controle uitoefenen. Voorts zijn de criteria vooral op maat van grote bedrijven geschreven. Niet meer ploegen wordt erg gewaardeerd, maar in dat landbouwsysteem wordt er meer Roundup gebruikt. Van inheemse volkeren is geen sprake, terwijl ze in veel streken omsingeld worden door soja. De rivieren waar zij afhankelijk van zijn, worden nog steeds vergiftigd door pesticiden. Een laatste punt van kritiek is dat ‘niet-ggo’ geen deel uitmaakt van de RTRS-criteria.

Wervel hekelt met de regelmaat van de klok dat de Vlaamse veehouderij teert op veevoeder uit Zuid-Amerika. Is dat bij een recordprijs voor soja niet spijtiger voor de Vlaamse boeren dan voor hun Zuid-Amerikaanse collega's?
soja_Wervel.2.pngDe vakorganisaties in Vlaanderen moeten die hoge sojaprijzen hebben zien aankomen. Ze hadden landbouwers meer moeten stimuleren om zelf eiwitrijke gewassen te telen. De realiteit is dat de Vlaamse en bij uitbreiding Europese veehouderij nog steeds erg afhankelijk is van overzeese soja. Toch vertaalt dit zich niet automatisch in grote winsten voor Braziliaanse boeren. Ook in Brazilië kampen boeren met dalende marges omwille van stijgende prijzen voor energie, meststoffen, pesticiden en hoge intresten op schulden. Uiteraard pakt dit slechter uit voor een familiale boer in Paraná met zes hectare soja in teeltrotatie dan voor een Blairo Maggi met 200.000 hectare soja in monocultuur in Mato Grosso.

“Grondloos veebedrijf kan alleen de schaal vergroten en de efficiëntie verhogen”

In het verlengde daarvan pleit Wervel voor grondgebonden landbouw. Waarom landbouw niet loskoppelen van die productiefactor waar grond schaars en duur is (=Vlaanderen)?
Kringlopen lokaal sluiten, is het verstandigst. Er zijn enorm veel goede redenen om grondgebonden landbouw te verkiezen. Brazilië kampt met bodemuitputting, terwijl Vlaanderen mest moet exporteren. Soja zal niet goedkoper worden, want China koopt steeds grotere hoeveelheden aan. In een grondgebonden landbouwsysteem zijn bedrijven schokvaster en hebben zij meer vrijheid. Een grondloos veebedrijf kan alleen zijn toevlucht nemen tot schaalvergroting en zogenaamde efficiëntieverhoging. Wanneer de prijsvorming fout loopt, zoals recent nog tijdens de varkenscrisis, zitten deze bedrijven serieus in de problemen. Bovendien kampt intensieve veehouderij met een negatieve energiebalans door de grote inputbehoefte van sojateelt in Brazilië, het sojatransport via vrachtwagens naar de havens, de reis per schip, de omzetting van soja in vlees in Europa, de mestverwerking en export van mestkorrels die daarop volgt en tot slot de Europese export van vlees. Olie wordt schaarser dus moeten we energie-efficiënter en meer lokaal aan landbouw doen.

Bestaan er niet voldoende technische (b.v. mestverwerking) en andere (b.v. handel) oplossingen voor de problemen die zich kunnen stellen bij intensieve veehouderij?
varkensbedrijf2.jpgVoor ieder probleem apart bestaan er technische oplossingen, dat klopt. Emissiearme stallen verminderen de ammoniakemissie, mestverwerking zorgt voor een kleiner mestoverschot, couperen voorkomt staartbijten bij varkens, een perfecte hygiëne vermijdt ziektes of antibiotica geneest ze als het dan toch niet lukt. Al deze technologieën kosten evenwel geld en hebben ook veel nadelen. Het zijn ‘end-of-pipe’-oplossingen want ze pakken het probleem niet bij de bron aan. Om kunstmest te maken, heb je bijvoorbeeld veel energie nodig, terwijl mestverwerking energie gebruikt om stikstof te laten vervliegen in de lucht. Dit is volstrekt onlogisch. En het verhoogt de kostprijs terwijl de consument de meerprijs niet wil betalen.

Zal de consument voor het eindproduct van een meer extensieve veehouderij wel meer willen betalen?
Wanneer hij daar iets in ruil voor krijgt, zoals een product dat op een minder geforceerde manier is bekomen, is de consument daar toe bereid. Laat veebedrijven hun eigen voeders telen. Vaak zullen er teveel dieren aanwezig zijn op een bedrijf, durf dan hun aantal reduceren. Minder dieren houden, brengt ook voordelen met zich mee. De ziektedruk daalt, het mestoverschot verkleint en vrije uitloop wordt mogelijk zodat de dieren minder stress kennen en elkaar niet verwonden. We klagen vaak dat de consument vervreemd is van zijn voedsel, maar dit kunnen we enkel oplossen door serieus in te zetten op alternatieve productiewijzen. Momenteel krijgen de grootste bedrijven de meeste steun, maar net die bedrijven liggen maatschappelijk het zwaarst onder vuur. Dat klopt toch niet? Het contact met de burger en de autonomie van de boer herstel je niet met een grootschalig bedrijf, maar met een gesloten bedrijf van enkele honderden varkens waarbij de hoeveslagerij voor het merendeel van de inkomsten zorgt.

“Geef kleinschalige landbouw een plaats in het beleidsmodel”

Kunnen grootschalige, exportgerichte landbouw en kleinschalige landbouw voor lokale voedselproductie naast elkaar bestaan?
monocultuur.soja.Brazilië_Wervel.1.pngTheoretisch gezien wel, maar dan moeten we kleinschalige landbouw bewust en actief een plaats geven binnen het beleidsmodel dat momenteel de exportgerichte landbouw ondersteunt. Dit type landbouw heeft immers een zeer expansief karakter, wat resulteert in stijgende grondprijzen en overaanbod. Kleinschalige bedrijven komen ook in moeilijkheden door regelgeving die is afgestemd op grote bedrijven. Bovendien worden landbouwers onvoldoende ingelicht over de alternatieven. Informatie daarover moet beter doorstromen en om te beginnen moet de politiek kleinschalige landbouw helemaal ernstig nemen. In Brazilië worden exportgerichte landbouw en familiale landbouw uit elkaar gehouden, wat zich uit in twee verschillende ministeries. Familiale boeren krijgen een duwtje in de rug omdat zij 30 procent van het voedsel in de scholen mogen leveren. Langs de andere kant mag 'kleinschalig' ook geen fetisj worden. Wat is 'klein'? En 'klein' is niet per definitie ecologischer of meer sociaal, maar het geeft wel meer kans om het te worden. In BraziIië spreken ze daarom liever van 'Agricultura Familiar' dan over klein of 'pequeno'.

Waarom moet landbouw als enige economische sector technische of chemische hulpmiddelen en efficiëntie-denken overboord gooien?
De industriële landbouw concentreert zich alleen op arbeidsefficiëntie. Ecologisch en ook economisch is efficiëntie juist grotendeels afwezig. De aanwezige productiefactoren (zoals agrobiodiversiteit) worden nauwelijks aangeboord. Vergelijk de productiviteit van een kleinschalig permacultuurperceel eens met dat van een sojamonocultuur in termen van productie per oppervlakte. De sojamonocultuur stelt dan niet veel voor. Door de ecologische efficiëntie te verhogen, vergroot ook de veerkracht van het systeem. Een ander voorbeeld is de aanwending van lokaal beschikbare reststromen in de veehouderij. Hoe groter dit aandeel, hoe groter de kostenbesparing en hoe hoger de economische en ecologische efficiëntie van het systeem.

Biedt agro-ecologische intensivering de beste toekomstperspectieven?
hennep_Wervel.2.pngWelk toekomstbeeld moeten we anders bieden aan onze landbouwers? Steeds meer schaalvergroting? Steeds meer schulden? Steeds meer ziektedruk? Steeds meer boeren die aankloppen bij Boeren op een Kruispunt? En steeds meer druk vanuit de samenleving om het anders aan te pakken? Agro-ecologische intensivering is geen pleidooi voor boeren met paard en kar. Er zijn voldoende interessante en min of meer goedkope technologieën die vroeger niet bestonden. Voor de afzet kunnen boeren bondgenoten vinden in de steden. Voedselteams, bioconsumenten en burgers die bezorgd zijn om dierenwelzijn, zijn bereid om voldoende te betalen zodat landbouwproductie op een natuurlijke manier mogelijk wordt.

Wat met de consumenten die niet wakker liggen van hun voedselproductie?
Volgens mij activeer je die alleen met een geloofwaardig positief verhaal dat sterk gestimuleerd wordt door de overheid. Daarvoor moet je onder meer eerlijk zijn over de minder positieve aspecten van input-intensieve landbouw. Grootschalige, exportgerichte landbouw zal blijven bestaan, maar we zouden het langzaam moeten reduceren tot één van de vele landbouwsystemen, naast biolandbouw, hoeve- en streekproductie, enz.

Uw nieuwe boek heet 'Legal! Optimisme-realiteit-hoop'. U bent dus hoopvol gestemd?
ontbossing.soja_wervel.2.pngHoop is nog iets anders dan gemakkelijk optimisme. Zo is er een 'technologisch optimisme' dat stelt dat alle problemen met nog meer technologie opgelost kunnen worden. Daar geloof ik niet in zodat ik eerder pessimistisch ben aangezien Azië ons leefpatroon met een hoge consumptie van dierlijke eiwitten overneemt. Een volk dat het economisch beter heeft, gaat onvermijdelijk meer vlees eten hoewel de planeet dat niet aan kan. Maar waarom zouden de Chinezen het niet 'mogen' als westerlingen deze levensstijl ongegeneerd aanhangen. China huisvest een vijfde van de wereldbevolking, maar beschikt slechts over zes procent van het landbouwareaal en zes procent van het zoet water. Aangezien grond, water en zon in overvloed te vinden zijn in Brazilië is China sinds 2010 de grootste investeerder in Brazilië. Vooral in de Cerrado willen ze de volgende jaren erg actief worden.

U ziet zelfs geen positieve noot om mee af te sluiten?
Er leeft wel degelijk hoop in me als ik tijdens mijn tournees zie hoe Brazilianen zich proberen te verzetten. En misschien ook omdat in Europa het vleesverbruik vermindert en steeds meer mensen openstaan voor vleesloos of vleesarm. Ik weet dat dit thema heel gevoelig ligt in landbouwkringen, maar we staan voor een hoognodige eiwittransitie: minder soja-import van overzee, lokaal geteelde eiwitrijke gewassen inzetten voor veevoeding, minder dierlijke eiwitten produceren én minder vlees, melk en eieren consumeren. We zullen plantaardige eiwitten vaker rechtstreeks consumeren. Denk maar een de mogelijkheden van lupinen en kemp als voedingsmiddel. Voor de boer is die omschakeling economisch rendabeler als hij eiwitten voor menselijke consumptie kan telen. Dat vergt een meer diverse landbouw. Vlaanderen moet niet blijven vasthangen in de 'exportroeping' voor varkensvlees. Er zijn wel degelijk andere, meer duurzame wegen mogelijk.

Stuur een mailtje naar en win het boek Legal! van Luc Vankrunkelsven. De eerste vijf mailtjes worden beloond met een gratis boek. Het boek kan ook besteld worden op www.wervel.be.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Wervel/VILT

Volg VILT ook via