nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

"Natuurlijk zijn er boeren die willen omschakelen"
14.05.2007  Marianne Vergeyle - BioForum

Op 2 juni start de Bioweek, hét evenment van het jaar voor wie houdt van ‘straf spul’. Op de activiteitenkalender staan 192 lokale initiatieven, dat is bijna één evenement per biobedrijf in Vlaanderen. Hoewel het biologisch landbouwareaal lichtjes is toegenomen, lijkt de biosector gedoemd om een niche te blijven. “De biologische landbouw is helemaal géén niche”, countert Marianne Vergeyle, coördinator van koepelorganisatie BioForum.

Met nauwelijks 0,5 procent van het landbouwareaal moet je toegeven dat bio in het verstedelijkte Vlaanderen met zijn intensieve landbouw een randverschijnsel blijft.
Marianne Vergeyle: Dat hangt ervan af hoe je het bekijkt. Delhaize heeft vorig jaar zijn omzet van biologische producten met zestien procent zien stijgen, bij Colruyt ging het om ruim veertien procent. Bij Biofresh, de groothandel die natuurvoedingswinkels bevoorraadt, is eveneens sprake van dubbele groeicijfers. Enkele jaren geleden trok Bioshop, een belangrijke keten van biologische verswinkels, nog aan de alarmbel wegens een dalende verkoop. Daar zien ze nu hun winst weer toenemen, ook al blijft het marktaandeel van de supermarkten in de verkoop van biologische producten voortdurend stijgen. Verbaasd over die positieve signalen zijn we niet aangezien we na de Bioweek van vorig jaar merkten dat de consumptie plotsklaps toenam met twintig procent.

Maar na zo’n evenement zwakt die consumptiepiek automatisch weer af?
Dat is onvermijdelijk, maar elke Bioweek zorgt voor een bredere basis: intussen koopt zeventig procent van de consumenten wel eens bio. In het marktsegment van die ‘light users’ zit nog heel wat groeipotentieel. Bemoedigend is ook de positieve respons die we vorig jaar kregen op onze oproep aan het adres van bedrijfsrestaurants om biomaaltijden te serveren. Dankzij een partnership met de NMBS was het succes zo groot dat de biologische boeren de vraag tijdens de Bioweek nauwelijks konden bijbenen. En sinds vorige zomer kan je in het Vlaams Parlement elke dag biologisch tafelen.

De biologische telers in het buitenland zijn jullie ongetwijfeld dankbaar voor de geïnvesteerde promotiebudgetten. De beschikbare winkeloppervlakte in de grote warenhuizen puilt uit van ingevoerde biologische voeding.
Er is simpelweg een tekort aan Vlaamse bioproducten. Zelf telen we een biologisch volume van in totaal 5.000 à 6.500 ton groenten, terwijl gemiddeld meer dan 15.000 ton ingevoerd wordt. In de toekomst gaat BioForum vraag en aanbod trouwens veel gedetailleerder in kaart brengen, naar analogie met de Eko-monitor in Nederland. Maar het is nu al duidelijk dat de klassieke marktmechanismen niet functioneren in onze sector. De vraag stijgt zienderogen, terwijl de productie stagneert.

Hoe belangrijk is het voor de biologische landbouwsector om te groeien?
Laat het nogmaals duidelijk zijn dat we geen niche willen zijn. De biologische landbouwproductie moét toenemen. Nieuw bloed is nodig om de vernieuwing aan de gang te houden. Uit mijn eerdere beroepservaring met het gelijkekansenbeleid weet ik maar al te goed dat een kritische massa van dertig procent nodig is om op een deftige manier je belangen te kunnen verdedigen en voor een maatschappelijke omslag te zorgen. De biologische landbouwsector is in de eerste plaats een economische beroepsactiviteit, maar er schuilt ook een levensovertuiging achter. Hoe meer bioboeren, hoe harder we kunnen timmeren aan een ecologisch bewuste samenleving. Zeker nu blijkt dat heel wat consumenten bereid zijn om wat extra te betalen voor biologische producten, mogen we het aan de aanbodzijde niet laten afweten.

Maar dan zullen jullie wel gangbare boeren moeten warm maken om de overstap te maken naar de biologische teelt. De coöperatie Biomelk Vlaanderen is al jaren tevergeefs op zoek naar nieuwe leden. Is dit stilaan geen doodlopend straatje?
(vurig) Helemaal niet. Er zijn zeker een reeks landbouwers die we over de streep kunnen trekken. We kennen die mensen trouwens. Ze wonen regelmatig demonstratieprojecten bij, maar links of rechts hapert er iets waardoor ze de omschakeling niet kunnen of durven maken. Wist je dat er boeren zijn die de biologische productiemethoden strikt volgen, maar zich toch niet willen laten certificeren uit schrik voor de controlekosten? Belbior, de beroepsorganisatie van de biologische telers, heeft intussen een knelpuntennota met bijhorend actieplan ingediend bij de landbouwadministratie. Twijfelende boeren voor bio doen kiezen, vergt een intensieve begeleiding en uitgebreide omkadering. Om dat te coördineren, hopen we dat Leterme in het derde Actieplan voor de Biologische Landbouw geld vrijmaakt voor een deeltijdse arbeidskracht.

De biologische sector heeft jarenlang geïnvesteerd in ketenmanagers die het Vlaamse aanbod op de vraag probeerden af te stemmen. Is dat werk dan niet langer een prioriteit?
Na een korte onderbreking zijn opnieuw ketenmanagers actief om aan een beter gestroomlijnde ketenaanpak te werken. Dat is nodig, want vandaag komt bijvoorbeeld 95 procent van de verwerkte groenten voor conserven of diepvries uit het buitenland. Blijkbaar kopen onze groenteverwerkers liever uniforme loten aan bij een beperkt aantal leveranciers die hen een perfecte dienstverlening kunnen bieden. Vooral de groenten van de grote biologische bedrijven in de Nederlandse Flevopolder vallen in de smaak. Dat biedt voordelen bij de teeltbegeleiding en bij het transport van speciale oogstmachines en afgewerkte producten. Anderzijds speelt de grotere afstand tot de diepvriesfabrieken dan weer in het nadeel van de Nederlandse telers. De vraag rijst of de Vlaamse telers van industriegroenten geen kansen laten liggen. Daarnaast blijven we ook zoeken naar samenwerkingsverbanden met de cateringsector en scholen.

Twee jaar geleden maakte Leterme een extra fonds vrij van een half miljoen euro om de versnippering in de biologische landbouwsector tegen te gaan. Hoever staat het met die oefening?
Als koepelorganisatie werkt BioForum hard aan een gecoördineerde standpuntvorming op het vlak van wetgeving en beleid. Zo proberen we de biologische principes te integreren in de milieuovereenkomsten die de Vlaamse overheid sluit met gemeentebesturen en scholen. In het landbouwonderwijs zouden we van biologische landbouw een apart vak willen maken en aan de universiteiten zou het een aparte studierichting moeten zijn. We hebben zopas een nieuw actieplan opgestart om na te gaan in welke mate biobedrijven gebruik kunnen maken van gunstmaatregelen die minister van Economie en Innovatie Fientje Moerman uitvaardigt voor kmo’s. Op het vlak van communicatie hebben we ervoor gezorgd dat de aangesloten leden dezelfde huisstijl gebruiken. Belangrijk is dat er ook nog steeds gesprekken aan de gang zijn om de onderlinge samenwerking tussen de diverse biologische organisaties nog verder te versterken. Als dat bijvoorbeeld lukt met de beroepsverenigingen van de producenten, verwerkers, distributeurs en natuurvoedingswinkeliers, dan kunnen we de biologische productieketen nog veel beter stroomlijnen.

Liggen er concrete plannen op tafel om dat te realiseren?
Ik heb daar een heel duidelijk idee over. Maar eerst moet dat doorgepraat worden met de verenigingen in kwestie. Als het van mij afhangt, krijgt BioForum in elk geval een grotere slagkracht.

Enkele weken geleden hebben jullie de vrees geuit dat het met de update van de Europese verordening over biologische landbouw de verkeerde kant opgaat. De deur voor het gebruik van pesticiden zou worden opengezet?
Opgelet, we zijn juist heel blij dat er een nieuwe verordening komt, zodat de spelregels voor alle producenten weer eens netjes uitgeklaard worden. Maar het is wel een dossier met hindernissen. Het sleept al meer dan een jaar aan, deels te wijten aan het feit dat de Commissie het bij de opmaak van zijn oorspronkelijk voorstel vertikt heeft om de Europese koepelorganisatie van biologische landbouwers IFOAM te consulteren. Er zijn ook een aantal passages die voor discussie vatbaar zijn. Het eerste twistpunt gaat over het enige chemisch bestrijdingsmiddel dat in de biologische landbouw mag toegepast worden. Die bepaling is opgenomen in de bijlagen van de huidige verordening, en zou straks integraal deel uitmaken van de wettekst. Maar in principe verandert dat niets aan de bestaande situatie. Daarnaast is er ook wat commotie ontstaan over de vraag of nationale keurmerken strengere productie-eisen mogen opleggen dan de Europese regelgeving. Gelukkig is die mogelijkheid intussen voorzien. Je moet weten dat het Vlaamse Biogarantie-label op het vlak van dierenwelzijn iets strenger is dan de Europese voorschriften. Zeker voor boeren die zich willen profileren met biologisch-dynamische landbouw is het belangrijk dat zij zich kunnen onderscheiden met een apart lastenboek en logo.

Eigenlijk zijn er dus geen problemen meer?
Wat jammer genoeg niet in het Commissievoorstel opgenomen werd, is een wettelijke regeling voor restaurants en catering die gebruikmaken van biologische producten, maar geen volledige biologische maaltijden aanbieden. Als zij vandaag hun biologische aardappelen, vlees of groenten op de menukaart met die woorden aanprijzen zonder gecertificeerd te zijn, opereren zij in een juridische schemerzone. Een ander pijnpunt is de toegelaten drempelwaarde voor ggo’s. In de etiketteringregels voor ggo-producten wordt een grenswaarde van 0,9 procent toegepast. Wij willen absoluut geen vermelding van dat percentage in de nieuwe verordening. De biosector blijft ijveren voor een ggo-vrije biologische landbouw.

Dat is een achterhoedegevecht. De Vlaamse regering heeft al een voorontwerp van decreet goedgekeurd waarin coëxistentieregels opgenomen zijn zodat de biologische, gangbare en biotechnologische landbouw zonder kleerscheuren naast elkaar kunnen bestaan.
Het klopt dat we de strijd tegen ggo’s verloren hebben op het ogenblik dat de Europese Unie zo’n tien jaar geleden besliste om gengewassen toe te laten. En dus komt het er nu inderdaad op aan om de introductie van ggo’s in Vlaanderen zo duidelijk mogelijk te regelen. Het goedgekeurde coëxistentiedecreet is slechts een kader, alles zal afhangen van de uitvoeringsbesluiten die nog moeten volgen. Tijdens het verdere overleg zullen we er in elk geval op hameren dat de wetenschappelijke onderzoeksgegevens over de voorwaarden om coëxistentie toe te laten maximaal gerespecteerd worden. Zeker het vastleggen van de isolatieafstanden is essentieel. Voor bijvoorbeeld koolzaad gaat het om vier kilometer. Ons uitgangspunt is zerotolerantie voor ggo’s in bio, en daar willen we niet van afwijken. Al vrees ik dat de lobby van de biotechnologiesector op de proppen zal komen met rapporten die de onderzoeksgegevens weer in twijfel trekken

Is het geen geruststelling dat er een fonds komt om schadegevallen te vergoeden?
Helemaal niet. Om te beginnen vrezen we dat de biologische sector zelf moeten opdraaien voor extra controles en de kosten daarvan. Het is bovendien nog erg onduidelijk hoe dat fonds straks zal gespijsd worden. Ik stel alleszins vast dat verzekeringsmaatschappijen niet happig zijn om zich op dit dossier te storten. En zelfs als de financiering rond geraakt, durf ik me niet in te beelden hoe het na enkele incidenten gesteld zal zijn met de geloofwaardigheid van de biologische producten.
 

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via