nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

"Eerlijke informatie heeft nertsenhouders gered"
19.04.2010  Marnix Van Laecke - Belgische vereniging van pelsdierhouders

In het begin van de twintigste eeuw werd de Amerikaanse nerts op het Europese continent geïntroduceerd. Vandaag, ruim honderd jaar later, is de nertsenhouderij ook in Vlaanderen een nog altijd erg levendige sector. Zeker nu de antibontcampagnes wat geluwd lijken en de consument weer volop voor natuurlijke producten kiest. Marnix Van Laecke leidt in het Oost-Vlaamse Lotenhulle met MARANMINK een gezond bedrijf. Hij is ook voorzitter van BEFFA vzw, de Belgische vereniging van pelsdierhouders.

De nertsenhouderij begon in België met bedrijfjes van enkele tientallen tot honderden dieren, dat is nu wel heel anders?
Marnix Van Laecke: In het midden van de vorige eeuw waren er nog ruim honderd kleine, erkende fokkers. De grootsten hielden zo’n tweehonderd à driehonderd dieren. Vandaag zitten we daar een heel eind boven. De grootste bedrijven zijn goed voor tienduizend moederdieren, mijn eigen bedrijf voor zo’n vierduizend. Alle professionele Belgische nertshouderijen – in totaal zijn er dat nu negentien – zijn samen goed voor honderdvijftigduizend pelsen per jaar. Dat lijkt misschien veel, maar landen als Nederland en Denemarken, met een jaarlijkse productie van respectievelijk 4,5 en 14 miljoen, zitten daar natuurlijk nog een heel eind boven.

Kijken we naar de internationale statistieken, dan zien we hoe China een belangrijk producent is geworden.
Dat is inderdaad zo, ook al blijft Europa met 7.200 houders, 60.000 fulltime banen en 64,7 procent van de mondiale productie nog altijd het belangrijkst. Belangrijke stimulans voor China is uiteraard dat nu ook daar de levensstandaard stijgt en de vraag naar bont steeds groter wordt. Opvallend is echter dat de Chinese productie niet echt stabiel kan worden genoemd. Nu bijvoorbeeld de voorbije jaren, door de crisis, de vraag vanuit Rusland aanzienlijk afnam, werd de productie spectaculair teruggeschroefd. De Chinezen reageren bliksemsnel op de markt. Zodra de vraag weer groter wordt, gaan ze al even snel weer meer produceren.

Kan de Chinese nertsenhouderij de Europese bedreigen?
Dat denk ik niet. Ik zie de vraag op de Chinese markt nog zo stijgen dat ze nog heel wat tandjes zullen mogen bijsteken om aan de vraag van hun eigen bevolking te voldoen. Wat natuurlijk niet wegneemt dat China, met in 2009 toch al 19,35 procent van de wereldproductie, al lang geen kleine speler meer is.

Jaren geleden leek bont een langzame dood te zullen sterven. Door de vele acties van de antibontbeweging leek het dragen van bont plots wel een misdaad geworden. Nu gaat het weer heel wat beter, vanwaar die snelle ommekeer?
Daar hebben we een aantal goede verklaringen voor. In de eerste plaats speelt de betere communicatie naar de wereld van mode en couturiers een erg belangrijke rol. Door ze eerlijke, correcte informatie te geven – onder meer met bedrijfsbezoeken – konden we ze laten zien hoe onze sector werkt. Alleen dat al was voor velen voldoende om opnieuw met bont te gaan werken. Daarnaast zijn er nu ook heel wat nieuwe technieken om bont te bewerken en te verwerken. Door nieuwe manieren van verven en scheren kunnen alle mogelijke trendy effecten worden bereikt.

Veel organisaties vinden het doden van dieren omwille van hun pels onethisch. Ziet u er verschil in of een dier gedood wordt omwille van zijn pels of omwille van zijn vlees?
Principieel speelt het doel waarvoor een landbouwhuisdier wordt gehouden geen enkele rol. Of we dieren nu kweken en uiteindelijk doden om ze op te eten of om hun pels, maakt geen enkel verschil uit. Enquêtes geven aan dat ook de overgrote meerderheid van het grote publiek daar zo over denkt. Wat uiteraard wél van het allergrootste belang is, is dat het dier tijdens zijn leven in de beste omstandigheden wordt verzorgd. Daar doen we alles voor, dat is ook aangetoond.

Daarmee komen we bij het heikele thema dierenwelzijn. De antibontcampagnes waren in het verleden ook gericht op de gruwelijke dood die de dieren sterven omwille van hun pels. Denk maar aan de zeehondjes in Canada. Respecteren de nertsenhouders voldoende het dierenwelzijn?
In tegenstelling tot wat veel aanhangers van de antibontbeweging denken, wordt het dierenwelzijn in de nertsenhouderij optimaal gerespecteerd. Prof. Berry Spruijt, als hoogleraar dierenwelzijn verbonden aan de Universiteit Utrecht, kwam tot die conclusie na diepgaand onderzoek van de sector. De dieren verblijven in natuurlijke omstandigheden in voldoende grote kooien, ze krijgen geen extra artificieel licht of warmte. Volgens prof. Spruijt worden de nertsen even goed behandeld als alle andere landbouwhuisdieren. Ook over het doden van de dieren doen wilde verhalen de ronde, maar de gruwelijke beelden die het publiek ooit te zien kreeg hebben werkelijk niets met de professionele nertsenhouderij van vandaag te maken. Nertsen worden, zoals dat door de wet wordt voorgeschreven, bijzonder snel en volkomen pijnloos met zuivere koolstofmonoxide gedood.

Heeft ook de nertsenhouder, net als alle goede ondernemers, aandacht voor het milieu?
Ik zou zelfs meer zeggen, de invloed van de nertsenhouderij op het milieu is heel erg beperkt. In de eerste plaats doordat transport tot een absoluut minimum wordt herleid. In de tweede plaats doordat de nertsen aan een soort recycling doen. Hun voer bestaat, naast granen, eiwitten, vitamines en mineralen, hoofdzakelijk uit bijproducten van de pluimvee- en visverwerkende industrie. Dat zijn producten die anders moeten worden vernietigd. Vetten van nertsen worden gebruikt in geneesmiddelen en schoonheidsproducten. In Denemarken en Finland wordt uit de kadavers tegenwoordig zelfs biodiesel gehaald. Ook in Vlaanderen wordt gewerkt aan innoverende technische toepassingen.

Bont doet het weer beter, doet het zelfs goed. Vertaalt zich dat ook in betere financiële resultaten?
Na wat moeilijker jaren – vooral door de al vermelde campagnes – zal je ons op dit moment niet horen klagen. Een reguliere pels, en daarmee bedoel ik een pels met van goede kwaliteit, goede kleur en goede afmetingen, brengt op dit moment op de veilingen rond de 40 euro op. Dat is een mooie prijs. Je moet hierbij weten dat dit een volkomen vrije markt is. We worden op geen enkele manier gesubsidieerd. Het is op de veilingen van Kopenhagen, Helsinki, Seattle en Rexdale (Canada) dat de prijs wordt bepaald, nergens anders.

Ziet ook de wetgever in dat de nertsenhouderij een gezonde bedrijfssector is? Biedt hij voldoende bescherming?
De Raad van Europa doet veel, onder meer door het formuleren van aanbevelingen. Die worden geformuleerd na gedegen en onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek. Een land als Denemarken heeft die aanbevelingen al omgezet in nationale wetten, Nederland in een verordening. Wij vragen onze overheid al jaren om hetzelfde te doen. Helaas komt op onze vraag maar geen reactie.

Federaal minister voor Leefmilieu Paul Magnette wil, om de biodiversiteit te handhaven, een aantal exoten verbieden. Op het lijstje staan ook uw nertsen. Verbaasd?
Dat ben ik nog geen klein beetje, en daar heb ik minstens twee goede redenen voor. Eén: de nertsen die we op onze bedrijven houden zijn al generaties lang gedomesticeerde dieren. De beslissing ze op deze lijsten plaatsen, is helemaal niet gebaseerd op enige wetenschappelijke kennis, maar op pure politieke willekeur. Welk ander landbouwdier zal volgen? Ten tweede zijn er in meer dan een eeuw met nertsen en biodiversiteit nooit problemen geweest. Nog nooit hebben nertsen die in de natuur terechtkwamen – accidenteel of doordat ze moedwillig werden losgelaten – daar een populatie gesticht, nog nooit. Ik herhaal het, dit zijn gedomesticeerde dieren, in de vrije natuur zullen ze gewoon nooit overleven. Echt waar, minister Magnette mag zijn visie herzien. Een landbouwhuisdier hoort niet op een dergelijke lijst thuis.

In onder meer Nederland leeft het voornemen om vanaf 2018 de nertsenhouderijen verbieden. Bent u niet bang dat het in ons land ook zover komt?
In Nederland gingen wel stemmen op om vanaf 2018 de nertsenhouderij te verbieden, maar zo ver is het lang nog niet. Slechts een klein aantal politici wil dit, gewoon om bij een bepaalde doelgroep stemmen te ronselen. Wij zijn ervan overtuigd dat verbieden er alleen zou toe leiden dat de nertsenhouderij bij ons zou verdwijnen en hoogstwaarschijnlijk zou verhuizen naar landen waar dierenwelzijn niet kan worden gegarandeerd. Verbieden zou voor de economie én voor de dieren zelf rampzalig zijn.

Bron: Filip Van Brabander

Volg VILT ook via