nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

Schiet het flankerend landbouwbeleid tekort?
18.04.2011  Meerdere ruimtegebruikers azen op schaarse grond

Open ruimte wordt steeds schaarser waardoor de druk op het agrarisch gebied toeneemt. Om de landbouw te beschermen tegen of veeleer te vergoeden voor de opmars van andere ruimtezoekers werden grondenbanken en compensaties voor gebruikers- en kapitaalschade ontwikkeld. Tijdens een studiedag ging de CD&V-fractie van het Vlaams parlement na of het flankerend landbouwbeleid op punt staat. De instrumenten zijn voorhanden, maar lijken in de praktijk onvoldoende gekend of gebrekkig te functioneren.

Op de studiedag, ingeleid door initiatiefneemster en parlementslid Tinne Rombouts, werd duidelijk dat eigenaars en gebruikers zelden compensatie aanvragen wanneer hun landbouwpercelen een groene bestemming krijgen. Bovendien getuigden boeren wiens gronden verdwijnen ten behoeve van natuur en water dat de grondenbanken er niet in slagen hen schadeloos te stellen met ruilpercelen. Tijdens een panelgesprek hadden andere ruimtegebruikers oog voor de noden van de landbouw en bogen beleidsmensen zich over de pijnpunten van het flankerend beleid.

Dirk Lips_geVILT.jpgDirk Lips, voorzitter van VILT, plaatst het probleem van de gronddruk in Vlaanderen tegenover een sterke toename van de wereldbevolking en bijgevolg ook van de voedsel-, energie- en materialenbehoefte. Daarom noemt hij de vruchtbare landbouwgrond in Vlaanderen onze voornaamste grondstof. “In het licht van de klimaatverandering worden plaatsen waar je zonder irrigatie aan landbouw kan doen, steeds belangrijker”, zegt Lips. “Elke hectare landbouwgrond in Vlaanderen krijgt dus steeds meer betekenis voor alle Vlamingen en zelfs voor de wereldbevolking als we in alle basisbehoeften willen voorzien”, klinkt het overtuigd.

De uitzonderlijk vruchtbare landbouwgrond in Vlaanderen verplicht ons als het ware tot voedselproductie, maar daarnaast zijn er behoeftes als huisvesting, werk, milieu- en natuurwaarden die allemaal even belangrijk zijn. In plaats van te discussiëren over het eigen grote gelijk, wou moderator Lips van de panelleden horen hoe zij elk vanuit hun eigen domein kunnen bijdragen tot het invullen van de legitieme ruimtebehoefte van de andere gebruikers van de open ruimte.

Leen Franchois van Boerenbond ziet alvast kansen om natuur- en waterdoelstellingen in landbouwgebied te realiseren. Al ontwaart ze obstakels als rechtsonzekerheid – nieuw gecreëerde natuurwaarden zorgen voor extra eisen aan het adres van de landbouwers – en een gebrekkig flankerend waterbeleid dat vandaag nog niet in staat is om win-win situaties te creëren.

Luc Van Dommelen_geVILT.jpgOok Luc Van Dommelen van het Algemeen Boerensyndicaat noemt het evenwicht tussen landbouw en natuur moeilijk, “al zijn de standpunten mettertijd dichter bij elkaar gekomen”. Hij is overtuigd dat samenwerken de aangewezen weg is, maar stelt vast dat landbouw vaak aan het kortste eind trekt. “Iedereen moet opnieuw gaan beseffen dat landbouw belangrijk is, ook de politiek”, aldus Van Dommelen. Gelet op hedendaagse bekommernissen als de ecologische voetafdruk en de korte keten, pleit hij voor zo veel mogelijk voedselproductie in eigen land.

Met Karel Vervoort van het Vlaams netwerk van ondernemingen (Voka) kwam een sector aan het woord die voor heel wat bebouwing van de open ruimte zorgt. Hij beschouwt zuinig ruimtegebruik daarom als een uitdaging. “Verkavelingen zijn veel kleiner dan voorheen en voor de industrie is reconversie van brownfields (verontreinigde, voormalige industriële terreinen, nvdr.) een alternatief voor nieuwe industrieterreinen”, illustreert Vervoort. “Los daarvan blijft er ruimte voor ondernemen nodig zodat een goede afweging nodig is en niet teveel maar wel voldoende ruimte voor onze sector bestemd wordt”, zegt Vervoort. Hij wijst erop dat de bedrijfswereld een positieve bijdrage kan leveren aan het ruimtegebruik van de landbouw door via innovatie en biotechnologie de productiviteit verder te verhogen.

Als tussenschakel in de zoektocht naar grond door andere ruimtegebruikers (vooral de industrie), is zuinig ruimtegebruik ook voor de Intercommunale Ontwikkelingsmaatschappij voor de Kempen (IOK) belangrijk. “Om de ruimtevraag in te perken, streven we naar een maximale benutting van onze projecten”, zegt diensthoofd Grondverwerving Marnix De Spiegeleer. “Voorts kunnen we de negatieve impact voor de landbouwsector verminderen door te streven naar minnelijke onteigeningen en in milderende maatregelen zoals compenserende gronden te voorzien”, aldus De Spiegeleer.

sigmaplana.jpgEenzelfde strategie legt ook Waterwegen en Zeekanaal aan de dag, zo blijkt uit de getuigenis van Wim Dauwe. “Ruimtegebruik kan worden beperkt door oppervlakte voor water samen te laten vallen met oppervlakte voor natuurdoelstellingen. Door doelstellingen te combineren, kunnen we met onze beperkte middelen een maximaal resultaat behalen en de impact op andere sectoren zoals landbouw minimaliseren”, verklaart Dauwe. Dat wil niet zeggen dat projecten zoals het Sigmaplan uitgevoerd kunnen worden zonder impact op landbouw, integendeel. “Daarom werd in het Sigmaplan een flankerend landbouwbeleid uitgewerkt en meteen meegenomen in de financiering van het project en werd voldoende tijd uitgetrokken voor een landbouweffectenrapport (LER)”, zegt Dauwe.

Een meer doordacht beleid inzake ruimtelijke ordening, is voor de Bond Beter Leefmilieu een eerste aandachtspunt. “Vlaanderen is vandaag een voorbeeld van ruimtelijke wanorde door de lintbebouwing en de verspreide bebouwing in het buitengebied”, zegt Erik Grietens. De bebouwde oppervlakte zal aan het huidige tempo bijna verdubbelen zodat tegen 2050 nog amper open ruimte overblijft, zo blijkt uit een doctoraat aan de K.U.Leuven. “Zonder bijsturing van het beleid, vergroot de druk op open ruimte nog en zal meer oppervlakte voor water nodig zijn om de bebouwde oppervlakte te compenseren”, leidt Grietens daaruit af. ‘Inbreiden’ in plaats van ‘uitbreiden’ is volgens hem de aangewezen weg voor de verdere ontwikkeling van steden, gemeenten en industrie (brownfields). Hij betreurt dat landbouw en natuur andermaal de grootste tegenstanders worden genoemd en beschouwt beide actoren liever als bondgenoten in het behoeden van de open ruimte.

Dirk Lips vat samen dat inbreiding – zuinig en intensief omgaan met ruimte – en steeds creatiever meerdere doelstellingen op eenzelfde hectare realiseren naar voor komen als grote ideeën. Ondanks het belang van voedselproductie, beseft hij dat nog meer landbouwgrond verloren kan gaan. Lips polst daarom naar voorstellen vanwege de andere ruimtegebruikers om te vermijden dat een kleiner landbouwareaal negatief zou inwerken op de voedselproductie, meerwaardecreatie en tewerkstelling door landbouw.

hiergeenindustrie.jpgVoka wijst meteen op de meerwaarde die andere sectoren op diezelfde oppervlakte kunnen creëren. “Als werkgeversorganisatie staan wij evengoed voor meerwaardecreatie en jobs”, zegt Karel Vervoort. Hoe de landbouw op een kleinere oppervlakte een hogere voedselproductie moet realiseren, is volgens Vervoort een vraag van efficiëntieverbetering waar enkel de landbouwers zelf en de biotechnologiesector de kennis voor in huis hebben.

Daarop start Dirk Lips de heikele discussie over de faire prijs die het afstand doen van gronden voor boeren verteerbaar moet maken. Waterwegen en Zeekanaal ziet een belangrijke rol weggelegd voor het aankoopcomité bij het bepalen van die ‘faire prijs’. Vertrekkend van verkopen uit het verleden, moet het comité een zo correct mogelijke prijs inschatten.

Een faire vergoeding komt volgens Bond Beter Leefmilieu neer op het verder kunnen boeren als onteigende landbouwer. Uit de toelichting van Riena Tienkamp van de Nederlandse Dienst Landelijk Gebied (vergelijkbaar met de Vlaamse Landmaatschappij bij ons, nvdr.) onthoudt Erik Grieten dat de grondenbank in Nederland 40.000 ha in eigendom heeft en zowat 6.500 ha per jaar verhandelt. “Dat is een veelvoud van wat de grondenbank in Vlaanderen voorstelt”, aldus Grieten. Hij meent dat meer ingezet moet worden op een grondbeleid in de open ruimte want “een faire oplossing is meer dan een financiële vergoeding”.

Diensthoofd Grondverwerving IOK Marnix De Spiegeleer bevestigt dat de vergoeding meestal niet de kern van het probleem is want nagenoeg alle gronden van landbouwers worden minnelijk aangekocht. “Maar iedere landbouwer vraagt om compenserende gronden in plaats van een vergoeding”, brengt De Spiegeleer de discussie weer bij het uitgangspunt van de schaarse grond waar meerdere ruimtegebruikers aanspraak op maken. Hij suggereert om grondenbanken minder projectgebonden op te richten want lokale grondenbanken verhogen de druk op de grondprijs in de onmiddellijke omgeving van een project en lossen het probleem fundamenteel niet op.

Leen Franchois_geVILT.jpgOm tot een definitie van een faire prijs te komen, wil ABS’er Luc Van Dommelen een opsplitsing maken tussen bedrijven die willen stoppen en landbouwers die wensen voort te boeren. “Voor landbouwers zonder opvolger mag je uitgaan van de marktwaarde van die grond of dat bedrijf”, aldus Van Dommelen, “maar voor de tweede categorie bedrijven is het belangrijk om naar Nederlands voorbeeld een ander bedrijf of andere gronden te kunnen aanbieden.” Voor Leen Franchois van Boerenbond het sein om verder onderzoek te vragen naar de reden waarom de grondenbank in Nederland wel goed werkt en veel grond ter beschikking heeft. “Als wij een bedrijf aangeboden krijgen in Wallonië of Frankrijk, dan gaan wij daar boeren”, suggereert een actieve boer uit Doel meteen.

Vanuit VLM weerklonk de opmerking dat een grondenbank meer om het lijf zou hebben als er meer tijd zou worden uitgetrokken voor de aankoop van gronden. De beslissing omtrent de uitvoering van het project en het bijhorende flankerende beleid vallen op hetzelfde ogenblik zodat vaak maar enkele maanden resten om te onderhandelen over de aankoop van gronden. “Anderzijds is de bewering dat grondenbanken in Vlaanderen niet werken, sterk overtrokken”, zegt Hendrik Vermeulen, diensthoofd Grondzaken van VLM. “We zien dat een grondenbank vaak oplossingen aanbiedt aan landbouwers, al is het natuurlijk niet de oplossing voor alle problemen. Flankerend beleid begint bij een landbouwgevoeligheidsanalyse en bestaat bijvoorbeeld ook uit fasering van het project waardoor tijd beschikbaar komt om naar oplossingen te zoeken.”

Kris Peeters_geVILT.jpgVlaams minister-president en minister van Landbouw Kris Peeters besloot de studiedag met de vaststelling dat de ruimte in Vlaanderen beperkt is en een goede afweging nodig is waarvoor die ruimte dient en wie die gebruikt. “Het is vanzelfsprekend dat we resoluut gaan voor de afgesproken 750.000 ha landbouwgrond en landbouw niet elke keer moet terugplooien voor natuur-, haven- en andere uitbreidingen”, verklaart Peeters. “We vertrekken natuurlijk niet van een wit blad en het overgrote deel van het agrarisch gebied is al herbevestigd”, voegt Peeters toe.

Bij nieuwe projecten moet volgens de minister-president de voorkeur uitgaan naar de bevestiging van het bestaande landbouwgebruik. “Met veranderingen moeten we heel zorgvuldig omgaan”, zegt Peeters, “waarbij een flankerend landbouwbeleid maatwerk moet afleveren en niet alleen mag bestaan uit financiële vergoedingen, maar ook compenserende gronden, bedrijfsverplaatsingen en desnoods reconversie tot de mogelijkheden moeten behoren.” Heel wat parlementsleden hebben volgens Peeters hard gevochten voor de compensatie van gebruikers- en kapitaalschade. “Daar moet verder aan gewerkt worden en recent heeft de Vlaamse regering daar met de pachtaanvaardingsvergoeding nog een extra instrument aan toegevoegd. Ook een decreet landinrichting dat het flankerend beleid kan verankeren, wordt dit jaar afgerond”, besluit Peeters.

De pachtaanvaardingsvergoeding die op 4 maart werd goedgekeurd door de Vlaamse regering moet de werking van lokale grondenbanken verbeteren en landbouwers in projectgebieden meer uitzicht bieden op compenserende gronden. Met een vergoeding van maximaal 20 procent van de verkoopwaarde van het goed zal de Vlaamse Landmaatschappij grondeigenaars in een ruim gebied rond het projectgebied trachten te overtuigen om hun perceel te verpachten. Tot op heden waren er immers amper pachtvrije gronden beschikbaar voor getroffen landbouwers, terwijl het aankopen van gronden uit de grondenbank een zware financiële last is voor de landbouwers.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via