nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

14.01.2014 Melkveehouderij toont meer visie dan 'groter is beter'

Door de afschaffing van de melkquota in 2015 krijgt de melkveehouderij nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden. Volgens Boerenbond zal dat niet resulteren in een explosieve groei van de melkproductie gelet op beperkende factoren zoals grond, arbeid en kapitaal. De boeren-bestuurders van Vlaanderens grootste landbouworganisatie presenteerden in Poederlee hun visienota 'Melken in 2020' aan de pers en aan minister-president Kris Peeters.

De Vlaamse melkveehouderij staat voor een nieuw tijdperk. Op 1 april 2015 worden de melkquota afgeschaft. Hiermee komt een einde aan de productiebeperking die Europa invoerde sinds 1984. Tegelijkertijd worden ook de spelregels van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) gewijzigd, wat resulteert in minder ondersteuning vanuit Europa voor de melkveehouderij.

In de verschillende provincies discussieerden de boeren-bestuurders van Boerenbond over de toekomst van de Vlaamse melkveehouderij. Het resultaat daarvan - de krijtlijnen waarbinnen de sector zich de komende jaren kan ontwikkelen en een aantal verwachtingen ten aanzien van het toekomstige Vlaamse beleid - zijn samengevat in de visienota 'Melken in 2020'. Die werd voorgesteld voorafgaand aan de jaarlijkse studiedag van de vakgroep Melkvee in de provincie Antwerpen.

"Na 30 jaar melkquota staan we nu op een kruispunt", zegt François Achten, voorzitter van de sectorvakgroep Melkvee binnen Boerenbond. "Door de vrijheid die er gecreëerd wordt, zien we veel melkveehouders zwaar inzetten op groei. Dat is opletten geblazen want heel het bedrijf moet mee evolueren met zo'n groeispurt. Het belangrijkste is dat ieder melkveebedrijf werk maakt van een eigen toekomstplan, en dat zal niet voor iedereen hetzelfde zijn."

Melkveehouders die het ondernemersbloed voelen kriebelen, weten zich verzekerd van een gestaag groeiende vraag naar zuivelproducten. Op de wereldwijde markt is er ruimte voor een jaarlijkse productiestijging van 15 miljard liter melk, dat is vijfmaal de Belgische melkproductie.

Aan de andere kant detecteert Guy Vandepoel, zuivelspecialist op de studiedienst van Boerenbond, ook heel wat knelpunten: "De voederkosten stijgen dus grond voor eigen ruwvoederproductie is heel belangrijk. De keuze voor grondgebondenheid is ook ingegeven door de volatiliteit van kosten en opbrengsten. Duurzaamheid blijft een voorwaarde voor markttoegang en milieuwetgeving bepaalt de ontwikkelingskansen."

De jongste jaren onderging de melkveehouderij in Vlaanderen al een hele gedaantewisseling: van 11.556 melkveehouders die in 1996/97 gemiddeld 161.900 liter melk produceerden naar 5.449 boeren die in 2012/13 meer dan dubbel zo veel molken (376.500 liter). "Eerder dan allemaal te gaan voor 'groter is beter' zullen melkveehouders met de beide voeten op de grond eigen keuzes maken", verwacht Vandepoel. Voor de één zal dat effectief schaalvergroting en specialisatie inhouden, maar andere ondernemers zullen kiezen voor verbreding (groene zorg, hoevetoerisme, enz.) of verdieping (bio, hoeveverkoop, enz.) van hun activiteiten.

De verwachting is dat de Vlaamse melkproductie tegen 2020 zal stijgen door een combinatie van een beperkte uitbreiding van de veestapel en een verdere productiviteitsstijging van de koeien. Bedrijven zullen met het oog op ruwvoederwinning en mestafzet zo veel mogelijk opteren voor een grondgebonden ontwikkeling zodat de melkproductie niet explosief zal stijgen. Ook de beschikbaarheid van arbeid, kapitaal en managementvaardigheden worden als knelpunten ervaren.

De groei binnen de eigen beperkingen zal in 2020 wellicht resulteren in 3.300 melkveebedrijven die jaarlijks elk een 700.000 liter melk produceren. Ter vergelijking: in Nederland is dat reeds de normale bedrijfsomvang en in Groot-Brittannië en Denemarken is dat zelfs al één miljoen liter.

De sterke-zwakteanalyse die de boeren van hun eigen sector maakten, leert dat de Vlaamse melkveehouderij binnen zes jaar nog meer nood heeft aan boeren die uitblinken in ondernemerschap. Het inkomen van een melkveehouder dreigt sowieso zeer volatiel te worden zodat de stabiliteit zal moeten komen van het beleidskader.

De primaire producenten rekenen ook op de aanwezigheid van zuivelverwerkers die concurrentieel zijn op Europees niveau. Het is nog geen jaar geleden dat een groot aantal melkproducenten van Danone en FrieslandCampina een andere afnemer voor hun melk moesten zoeken. De gunstige marktomstandigheden, en de aanwezigheid van internationale groepen zoals Arla die in ons land melk ophalen, hebben er mee voor gezorgd dat de onzekerheid intussen van de baan is.

Aan minister-president Kris Peeters overhandigde de sectorvakgroep Melkvee van Boerenbond een lijst met concrete verwachtingen. Bovenaan dat lijstje staat de vraag om de ontwikkeling van de sector niet te bevriezen door de instandhoudingsdoelstellingen voor natuur en de programmatische aanpak stikstofdepositie. "Melkveebedrijven zijn vaak gevestigd in de buurt van natuurlijke habitats en dreigen het slachtoffer te worden van bijkomende verplichtingen in het vergunningenbeleid."

Verder hechten de melkveehouders veel belang aan een verlenging van de derogatie in het nieuwe mestactieplan zodat ze op een extra 80.000 hectare dierlijke mest kunnen afzetten en kwaliteitsvolle ruwvoeders kunnen winnen. Bij de uitwerking van het GLB is het voor de grondgebonden melkveehouderij van groot belang dat de vergroening haalbaar wordt ingevuld. Vandepoel doet de suggestie om in dat kader ruimte te voorzien voor de teelt van eiwithoudende gewassen.

Met de afschaffing van de melkquota in zicht is het cynisch dat de Vlaamse melkveehouders een superheffing riskeren omdat ze afstevenen op een overschrijding van de toegelaten productie in het voorlaatste quotumjaar. Minister-president Kris Peeters probeerde de EU te bewegen tot een aanpassing van de vetcorrectie, maar liet in Poederlee uitschijnen dat de slaagkansen miniem zijn. Melkveehouders zullen dit voorjaar dus massaal met de handrem op moeten melken als ze de de boete willen ontlopen.

Ter voorbereiding van de postquotumtijdperk gaf Peeters zijn administratie de opdracht om een 'zuivelbarometer' uit te werken die maandelijks de opbrengsten en kosten op een gemiddeld melkveebedrijf bijhoudt. Deze objectieve monitoring zal zijn nut bewijzen bij interprofessionele gesprekken. Wat MAP 5 betreft, legde de minister-president uit dat minister Schauvliege aanstuurt op een compromis met Europa dat haalbaar is voor de landbouwers. Daarbij wijst ze op de inspanningen die het leeuwendeel van de landbouwers doen voor de waterkwaliteit, en gaat ze na hoe de 'mestcowboys' gericht aangepakt kunnen worden.

Tot slot sprak Peeters zijn vertrouwen uit in de toekomst van melkveehouderij in Vlaanderen. Dat vertrouwen put hij onder andere uit de innoverende kracht van melkveebedrijven. "Zij zijn één van de belangrijkste 'klanten' van het landbouwinvesteringsfonds. In de periode 2010-2013 deden zij 215,7 miljoen euro aan investeringen en betaalde het VLIF hen 49 miljoen euro steun uit. In de komende jaren zal de investeringssteun vooral gericht worden op verduurzaming en innovatie. Bedrijven die bijvoorbeeld bij een geplande uitbreiding extra milieu-investeringen zullen moeten doen omwille van de natuurdoelstellingen, worden extra geholpen."

Wie er nog aan twijfelde dat de Vlaamse overheid de melkveehouderij een mooie toekomst gunt, wees Peeters op de nieuwe melkveestal die momenteel op het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek verrijst. De overheid trekt hier drie miljoen euro voor uit. In de toekomst zal op de nieuwe site in optimale omstandigheden onderzoek kunnen gebeuren dat een grote relevantie voor de praktijk heeft.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via