Mestverwerking in Vlaanderen stijgt opnieuw met 10 pct

Verstuur naar een vriend(in) Afdrukken

De mestverwerkingscapaciteit is in Vlaanderen opnieuw aanzienlijk gestegen. In de periode tussen 1 juli 2008 en 30 juni 2009 werd 21,5 miljoen kg stikstof uit dierlijke mest verwerkt. Dat is 1,8 miljoen kg of een kleine 10 procent meer dan in de twaalf maanden ervoor, zo blijkt uit de jaarlijkse enquête van het Vlaams Coördinatiecentrum Mestverwerking.


De stijging bij varkensmest is het opmerkelijkst. De verwerking ervan nam toe met 38 procent tot 9,2 miljoen kilogram. Dat is te verklaren door het recent opstarten van een aantal nieuwe biologische mestverwerkingsinstallaties en vergistingsinstallaties met nageschakelde technieken. Hierdoor maakt de varkenssector een heuse inhaalbeweging ten opzichte van de pluimveesector. De export en verwerking van pluimveemest blijft immers nagenoeg stabiel op 10,9 miljoen kilogram.

Het mestoverschot is daardoor ei zo na omgebogen in een tekort. Er blijft nu nog circa 100 miljoen kilogram stikstof over voor de landbouwers zelf. "Dat betekent geenszins dat onze rol is uitgespeeld", zegt Bert Bohnen, voorzitter van het VCM. "Dit laat ons toe om ons ook te concentreren op een kwalitatieve aanpak. Hoe kunnen we wat nog bruikbaar is in mest beter valoriseren? Geen overbodige denkoefening, want kunstmest kost sinds de economische en oliecrisis handenvol geld. Bovendien kan zo een deel van de hoge kostprijs van mestverwerking gerecupereerd worden".

Vlaanderen telt vandaag 112 operationele mestverwerkingsinstallaties, waarvan 97 ingeplant in agrarisch gebied, 12 gevestigd op een industrieterrein en nog slechts 3 mobiele installaties op een landbouwbedrijf. Vorig jaar deden nog 25 landbouwbedrijven een beroep op zo'n mobiele mestverwerkingsinstallatie. "Die daling verklaart ook waarom het aantal installaties in absolute cijfers gedaald is van 131 naar 112", zegt Frederik Accoe, adviseur bij VCM.

Zes op de tien installaties bevinden zich in West-Vlaanderen. Oost-Vlaanderen en Limburg volgen met 16 procent en Antwerpen met 9 procent. Vlaams-Brabant telt geen mestverwerkingsinstallatie. De meest toegepaste techniek is de biologie, waarbij bacteriën de stikstof uit de vloeibare varkensmest verwijderen. In absolute cijfers wordt de meeste stikstof echter in biochemische drooginstallaties verwerkt, waar pluimveemest en de dikke fractie van varkensmest samen behandeld wordt.

Afgaand op de vaak hevige buurtprotesten blijkt de inplanting van mestverwerkingsinstallaties nog altijd niet evident. "We stellen vast dat bijna alle installaties die vergund worden, ook effectief gebouwd worden", legt Frederik Accoe uit. "Om dat lokaal buurtprotest beter te kunnen opvangen, zullen we met de werkgroep Ruimtelijke Ordening de knelpunten inventariseren en ze vervolgens in samenspraak met de bevoegde minister aanpakken".

 

bron eigen verslaggeving

14/01/2010