Moderne landbouw negatief voor hazenpopulatie

Verstuur naar een vriend(in) Afdrukken

De haas duikt steeds minder op in onze contreien. Een van de oorzaken is de manier waarop er aan landbouw gedaan wordt in Vlaanderen, al is dat zeker niet de enige boosdoener. Kleine aanpassingen aan het gebruik van het landschap, waarbij akkerranden opnieuw hun plaats krijgen, kan al een gunstige invloed hebben op de hazenpopulatie. Dat meldt de Hubertus Vereniging Vlaanderen.


In 1998 waren er nog 8,6 hazen per honderd hectare. In 2007 was dat aantal gedaald tot 4,4. Het gaat om een extrapolatie van de afschotcijfers die de wildbeheereenheden over heel Vlaanderen elk jaar, voor en na het jachtseizoen, doorspelen aan het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO). “Hieruit besluiten dat er de helft minder hazen in Vlaanderen voorkomen, is wat kort door de bocht. In 1998 waren er een pak minder wildbeheereenheden die cijfers doorspeelden, maar de trend is zeker dalend”, klinkt het.

Eén van de oorzaken is de "vermaïsering" van onze landbouw. Boeren verbouwen steeds meer maïs, en maken daarbij vooral ook maximaal gebruik van de openbare ruimte, waardoor de randen van akkers verdwijnen. "En die randen zijn belangrijk voor de haas, want daar vindt hij noodzakelijke vetrijke kruiden als de klaproos, de paardenbloem en klaver. Aan maïs heeft de haas niks. Dat heeft op de haas een effect te vergelijken met beton”, zegt Thomas Ceulemans van de Hubertus Vereniging Vlaanderen.

Toch wil Ceulemans niet alleen de landbouw met de vinger wijzen. "De landbouwmethodiek levert een bijdrage aan het mindere aantal hazen, maar is zeker niet de enige factor. Er zijn bijvoorbeeld ook de verwilderde katten die jonge haasjes vangen”.

In de poldergebieden komt de haas relatief gezien nog vaker voor, van het noorden van Oost-Vlaanderen over de rand rond Nieuwpoort tot de Westhoek. In Vlaams-Brabant is dat minder het geval, hoewel de haas daar in principe beter zou moeten gedijen. Daar zijn er nog houtranden en is er meer gewasdiversiteit. “Hier is sprake van een paradox, wat aantoont dat er nog meer onderzoek nodig is, bijvoorbeeld naar de rol van de klimaatverandering”, aldus Ceulemans.

 

bron Belga

06/04/2010