Mongoolse veestapel massaal gestorven door extreme kou

Verstuur naar een vriend(in) Afdrukken

In Mongolië is in meer dan de helft van het land de ramptoestand afgekondigd als gevolg van de extreme winter met temperaturen die tot min vijftig gaan. De VN hebben een hulpprogramma aangekondigd voor de Mongolische nomadenbevolking. Tot hiertoe zijn al 2,5 miljoen dieren gestorven. De autoriteiten houden er rekening mee dat er tegen juni nog eens 3 miljoen zullen sterven.


De economische verliezen als gevolg van de extreme koude kunnen oplopen tot 62 miljoen dollar, voorspelt de VN-Voedsel- en Landbouworganisatie. "Het vee is voor veel Mongoliërs de belangrijkste bron van voeding en inkomsten", legt een vertegenwoordiger van het Programma voor Ontwikkeling van de Verenigde Naties (UNDP) in het land uit.

Recent nog had UNDP gemeld dat het 60.000 herders gaat inschakelen om de karkassen van dode dieren op te ruimen en te verbranden. De organisatie wil zo een epidemie vermijden. De overheid trekt bijna 2 miljoen euro uit voor de ergst getroffen zones, maar volgens de VN is er nog 4,5 miljoen euro extra nodig om de levende dieren te voeden en de karkassen van de dode dieren op te ruimen.

Het is niet de eerste keer dat de Mongoliërs te maken krijgen met een extreme winter. Na de harde winter van 2001 zagen heel wat gezinnen zich genoodzaakt hun nomadenbestaan op te geven en in de stad te gaan wonen.

Mongolië telt 2,7 miljoen inwoners. De economie is vooral gebaseerd op landbouw, veeteelt en mijnbouw. Het grootste deel van de bevolking, zo'n 42 procent leeft van landbouw en veeteelt. Het gaat meestal om nomaden, die volledig afhankelijk zijn van de kuddes koeien, jaks, schapen en paarden.

 

bron Belga

01/03/2010