InterviewMonique Swinnen en Carla Durlet - Groep KVLV
KVLV ontpopte zich als een van de grootste dienstverleners uit de social profit in Vlaanderen. Vorig jaar draaide de groep een omzet van 120 miljoen euro, stelde bijna 7.000 mensen tewerk en kocht de hoofdzetel in Wijgmaal aan voor 15 miljoen euro. “Plots bestonden we”, zegt voorzitter Monique Swinnen hierover laconiek. Samen met evenknie Carla Durlet, voorzitter van de vrouwenorganisatie KVLV, bouwt ze gestaag verder aan de organisatie. “We willen vrouwen zichtbaarder maken want gewone vrouwen doen vaak buitengewone dingen”. Dat vonden wij ook en trokken naar de Remy-site voor het hele verhaal.
Heel wat mensen associëren KVLV nog steeds met het kookboek van de Boerinnenbond. Hoe is de vrouwenorganisatie KVLV geëvolueerd?
Carla Durlet: De geschiedenis van KVLV gaat terug tot in 1911, toen in de schoot van de Belgische Boerenbond een aparte afdeling voor vrouwen opgericht werd. De ‘Belgische Boerinnenbond’ was geboren. Naast typische landbouwonderwerpen, kwamen ook thema’s als voeding, kinderzorg en vorming van plattelandsvrouwen aan bod. Van meet af aan heeft KVLV een emancipatorische rol opgenomen. Vrouwen helpen bewust keuzes te maken, daar draaide het toen al om. Daarbij gingen we geen zaken uit de weg. Zo herinner ik me nog levendig dat mijn moeder, zelf een boerin en inwonend bij de schoonfamilie, thuiskwam van een KVLV-vergadering en prompt tegen ons vader zei dat we een badkamer gingen installeren. Dat was in de jaren ’50 ongezien. Maar mijn moeder voelde zich gesteund door die vrouwenbeweging, die haar inspireerde. Toen in de zeventiger jaren de periode van cultuursubsidies aanbrak, werd vorming een speerpunt en in 1975 werd de Boerinnenbond omgevormd tot ‘Katholiek Vormingswerk van Landelijke Vrouwen’. Het ledenaantal bleef gestaag groeien, tot het hoogtepunt in 1991 met 163.000 leden. Sinds 2005 spreken we van ‘KVLV, Vrouwen met vaart!’.
Op welke terreinen is de groep KVLV actief?
Monique Swinnen: ‘KVLV, Vrouwen met vaart!’, is nog steeds de grootste vrouwenbeweging van Vlaanderen. Met 109.000 leden, 13.000 vrijwillige bestuursleden in 1.000 afdelingen en 50.000 activiteiten per jaar voelen we als geen ander aan waar vrouwen nood aan hebben. Via onze geprofessionaliseerde dienstverlening spelen we hierop in. Die verenigingen en vzw’s uit de social profit bieden onder meer thuiszorg, kinderopvang en vorming aan. We hebben ook een steunpunt voor zorgboerderijen en een dienstenchequebedrijf, dat poetshulp en strijkdiensten levert. Dat doen we in de eerste plaats op het platteland, van oudsher onze habitat. Elke organisatie opereert afzonderlijk. Ze hebben een eigen arbeidsrechtelijk statuut, raad van beheer, huisstijl en woordvoerder. Een aantal diensten organiseren we gemeenschappelijk. Van de Boerenbond hebben we geleerd dat je ondersteunende diensten zoals informatica, grafische vormgeving, public relations, veiligheid en selectie veel efficiënter kan regelen voor een grotere entiteit. Heel dat netwerk van organisaties en deze gemeenschappelijke diensten herbergen we onder de noemer ‘Groep KVLV’ in Wijgmaal. De vzw’s betalen proportioneel voor de gemeenschappelijke diensten. Dat werkt prima. Met de vier grote organisaties, zijnde KVLV, Landelijke Thuiszorg, Landelijke Kinderopvang en Landelijk Dienstencoöperatief, overleggen we regelmatig om bijvoorbeeld verzekeringspolissen aan te passen of betere telefoontarieven te bedingen.
Zijn diensten als thuiszorg en kinderopvang geen taak voor de overheid?
Monique Swinnen: Dan zouden we goed af zijn! De overheid moet een kader uitzetten en controle verzekeren, zodat er geen misbruik is. Het initiatief moet vanuit het middenveld komen. Onze organisatie is hiervoor goed geplaatst want we kunnen terugvallen op een stevig sociaal netwerk en een efficiënte organisatiestructuur. Zo winnen wij, tot grote verbazing van sommigen, veelvuldig overheidsprojecten om kinderopvang in de stad te organiseren. Dat is nochtans niet meteen onze biotoop. Maar we zijn gewoon om de zaken efficiënt, kwalitatief en creatief aan te pakken. Diensten uitbouwen op het platteland is niet evident. Je moet afstanden overbruggen, bent vaak ondergebudgetteerd en bovendien weinig zichtbaar. We zijn ook veel sneller dan de overheid om specifieke behoeften te detecteren. Onze vzw Landelijke Kinderopvang bestaat al meer dan dertig jaar en is gegroeid in de buik van de organisatie. De bestuursleden van KVLV zijn onze antennes op het platteland. Zij kennen de noden, vangen de nieuwste trends op en geven impulsen om nieuwe initiatieven te genereren. Zo zijn we recent gestart met een dienst Woningaanpassing voor bejaarden, die thuis willen blijven wonen.
Met AGRA verenigen jullie de actieve boerinnen en tuiniersters. In oktober vorig jaar kwamen ze op straat om actie te voeren tegen de lage landbouwprijzen. Hoe ervaren vrouwen de crisis?
Carla Durlet: De ruim 9.000 AGRA-vrouwen nemen een bijzondere plaats in binnen onze organisatie. In hun belang participeren we in de beleidsstructuren van de Boerenbond. Dat we daar een zitje in het hoofdbestuur hebben, komt bij dergelijke acute dossiers goed van pas. Ook nu nog halen we er zaken uit de taboesfeer. Een onderwerp als stopzetting van je landbouwbedrijf was lange tijd onbespreekbaar. Met ‘Boeren op een Kruispunt’ kwam er een vzw die landbouwers in nood helpt heroriënteren. Maar dat ging niet zonder slag of stoot. Boerderijen gaan vaak van generatie op generatie over en dan te moeten erkennen dat je het financieel niet langer redt, is geen sinecure. Meer nog dan de mannen ervaren boerinnen de gevolgen van de crisis. Zij beheren vaak de financiën en zien de put almaar dieper worden. Ook als moeder willen ze dat hun kroost niets te kort komt. Om naar de buitenwereld een positief signaal te geven, voerden ze vorig jaar actie met de slogan ‘Ik ben een fiere boerin en wil dit blijven’. Ze wilden mensen bewust maken van het feit dat landbouw veel meer is dan het produceren van melk en vlees. Boeren zorgen ook voor een prachtig landschap, doen aan natuurbeheer, vangen zorgbehoevenden op en maken recreatie op het platteland mogelijk. KVLV wil een bondgenootschap met de consument aangaan om die multifunctionele rol van de landbouw in de verf te zetten. De uitwerking van dergelijke brede, maatschappelijke dialoog staat nu op stapel.
Jullie werken vanuit de buik. Is zo’n organische aanpak typisch vrouwelijk?
Carla Durlet: Wij kijken door een vrouwelijke, ruimere en vaak meer duurzame bril. Dat biedt wat tegengewicht in die mannelijke wereld, die nogal lineair denkt. Dat is niet slechter, maar anders. Vrouwen hanteren eerder het spinnenwebdenken. Ze bekijken de zaken vanuit een samenhang, als een spinnenweb waarbij alles met elkaar verbonden is. Zo zien wij de plattelandsvrouwen als deel van hun gezin, maar evenzeer als participant van het landbouwbedrijf en schakel in de dorpsomgeving. Het één staat niet los van het ander. Zonder maatschappelijk draagvlak is er geen landbouw mogelijk. Die brede kijk is typisch voor KVLV en bij uitbreiding misschien wel voor een vrouwelijke manier van ondernemen.
Monique Swinnen: In februari van dit jaar kochten we het bedrijfsgebouw op de Remy-site aan. Frappant hoe je plots als onderneming bestaat, terwijl er voorheen geen haan naar kraaide. In interviews citeren journalisten omzet, tewerkstellingsgraden en bedrijfsstrategieën, terwijl wij de organisatie altijd vanuit die organische visie op vrouw en maatschappij verder uitgebouwd hebben. Dat is nu niet anders. Alleen komen daar blijkbaar wat ophefmakende cijfers aan te pas en dan word je plots voor vol aanzien. Die erkenning is wel fijn, maar het verandert op zich niets.
Carla Durlet: Toch is het goed dat we als groep wat meer bekendheid krijgen. We waren lang onzichtbaar. Onze activiteiten situeren zich op het platteland, heel versnipperd, tussen de mensen. Hier op de hoofdzetel is niet zo veel te zien. Dat maakt het niet altijd even makkelijk om ons imago en onze waarden uit te dragen.
Hoe belangrijk is die emancipatorische rol van KVLV?
Carla Durlet: Vrouwen groeikansen aanbieden om concrete keuzes te kunnen maken, dat is altijd de rode draad geweest. Dat doen we door ontmoetingsmomenten te creëren, vorming aan te bieden en hun belangen te behartigen in verschillende overlegstructuren. Dat legde ons juridisch geen windeieren. In 2003 werd het statuut van Meewerkende Echtgenote juridisch verankerd, later volgden onder meer het Steunpunt Hoeveproducten en het Steunpunt Groene Zorg, dat zorgboerinnen begeleidt. Op die manier erkennen we een aantal nevenactiviteiten die boerinnen op hun bedrijf uitbouwen en helpen hen om die verder te professionaliseren.
Monique Swinnen: Ook als werkgever zijn we bijzonder gezinsvriendelijk. Iedere medewerkster kan kiezen voor een voltijds of deeltijds regime. Dat vergt enige soepelheid bij het plannen van uurroosters, maar dat is het ons waard. We hechten ook veel belang aan vorming op het werk. Dat kan oplopen tot 20 uren per werknemer per jaar. Huishoudhulpen die computerles volgen of allochtone bejaardenverzorgsters die leren fietsen,... Vaak hebben ze het niet eens onmiddellijk nodig voor hun job, maar we willen vrouwen sterker maken, laten doorgroeien. Gewone vrouwen doen vaak buitengewone dingen. Dat willen we faciliteren.
Is de katholieke inslag van weleer weggedeemsterd?
Carla Durlet: KVLV is nog steeds christelijk geïnspireerd, maar we vragen noch zorgvragers, noch toekomstige werknemers naar hun overtuiging. We profileren ons aan de hand van het letterwoord KVLV, een merk dat vrouwen wil binden. Dat zorgzaam en bewust handelen, vraagt een zekere verantwoordelijkheidszin, een zekere aandacht voor het kwetsbare. Waarden zoals laagdrempeligheid, kwaliteit en duurzaamheid behoren tot onze identiteit. Ook onze medewerkers zijn geen pilaarbijters, maar daar blijft eveneens een belangrijke waardengebondenheid. Vooral in de zorgsector speelt engagement nog steeds een belangrijke rol. In die zin is er wel sprake van een zekere zelfselectie.
Wat brengt de toekomst voor KVLV?
Carla Durlet: Volgend jaar bestaan we 100 jaar en dat zal niet onopgemerkt voorbij gaan. Voor 2010 konden we 9.000 nieuwe leden aantrekken, wat de natuurlijke uitvloei nagenoeg compenseert. We hopen opnieuw heel wat jonge vrouwen aan te trekken om hen te verbinden met elkaar en met hun passies. Het tijdperk van het opgestoken vingertje ligt al een tijdje achter ons. Laten we maar op ons elan doorgaan en hen zo veel mogelijk kansen bieden om zich te ontplooien. Hetzelfde geldt voor onze actieve boerinnen en tuiniersters. Vaak zijn die AGRA-vrouwen de drijvende kracht op de boerderij en runnen naast het gezin ook nog een volwaardige tak van het landbouwbedrijf. Boerinnen zijn tegenwoordig geen ‘meewerkende echtgenotes’ meer maar heuse managers. Dat statuut is dus inmiddels achterhaald en ook op dat terrein zal KVLV ijveren voor een betere vertegenwoordiging. Vrouwen mogen best wat zichtbaarder zijn. Geen duikboten meer, maar dolfijnen die af en toe hun kopje boven steken.
bron eigen verslaggeving
zoek in het archief van "Duiding"
gerelateerde nieuwsberichten
- 18/01/2012 KVLV wil aantrekkingskracht platteland verder vergroten
- 18/10/2011 Overheid versterkt positie vrouw in Vlaamse landbouw
- 13/10/2011 KVLV knoopt dialoog aan met vrouwen in Brazilië
- 05/10/2011 CRV introduceert vrouwenvakblad 'De Boerin'
- 04/10/2011 Schijnwerpers op vrouwelijk talent op het platteland
- 26/09/2011 KVLV ontvangt prinses Mathilde in West-Vlaanderen
- 02/06/2011 KVLV start met eigen digitale tv-uitzendingen
- 22/05/2011 17.000 KVLV-leden vieren feest in Leuven
- 04/05/2011 "Vrouwen zijn spilfiguren in land- en tuinbouwgezin"
- 16/02/2011 Vrouwen met vaart: van Boerinnenbond tot groep KVLV

T +32 (0)2 552 81 91 F +32 (0)2 552 81 93