Nederlandse ambassadeur op matje over Scheldedossier

Verstuur naar een vriend(in) Afdrukken

Het geduld van Vlaanderen over het uitblijven van de Scheldeverdieping op Nederlands grondgebied is op. Dat zei Vlaams minister-president Kris Peeters donderdag na afloop van een onderhoud met de Nederlandse ambassadeur in België. Vlaanderen start alvast de geschillenprocedure op die in het verdrag is voorzien.


De verdieping van de Westerschelde is een dossier van lange adem. Al jaren brengt het buurlanden, havenbedrijven, boeren en milieuorganisaties samen in een spel met tegengestelde belangen. Of lijkt dat alleen maar zo, en is een groeiende haven toch te combineren met landbouw en waardevolle natuur?

Aan Vlaamse kant is de vaargeul al verdiept voor schepen met een diepgang tot 13,1 meter. De verdieping werd met Nederland afgesproken in een verdrag in 2005, na bijna acht jaar onderhandelen. Dit jaar zouden de werken klaar zijn. Maar de Nederlandse Tweede Kamer ratificeerde het verdrag pas in 2008, na een lang en fel debat. Dat ging vooral over de afgesproken natuurcompensatiemaatregelen om de negatieve milieueffecten van de verdieping ongedaan te maken.

Een van de belangrijkste maatregelen was het ontpolderen van honderden hectaren landbouwgrond, wat in Zeeland erg gevoelig ligt. Na de ratificatie stelde de overheid dan ook voor de compensatie anders te organiseren, maar dat is voor de milieuorganisaties dan weer onvoldoende. Zij trokken naar de Raad van State in Nederland en lieten de baggerwerken eind juli stilleggen.

"Er is nog zoiets als de rechtspraak, hé", zegt een duidelijk getergde Jean-Jacques Moyson, de commercieel directeur van de terminaloperator PSA HNN in de Antwerpse haven. "Er zijn verdragen af gesloten. Dat is hetzelfde als een contract, daar houd je je aan. Heel wat bedrijven in de haven hebben in functie van dat verdrag investeringen gedaan, in grotere kranen, langere loskaaien, enzovoort. Die investeringen moeten decennia meegaan. En dan krijg je dit".

"Nochtans is de verdieping absoluut noodzakelijk voor de Antwerpse haven", zegt Moyson. "Om je een idee te geven: in 1998 konden de grootste schepen die Antwerpen aandeden 4.612 teu laden. Vandaag is dat 14.612 teu. In tien jaar!" Die grote schepen - zo'n duizend per jaar of een drietal per dag - kunnen vandaag de Schelde wel opvaren, maar alleen als ze rekening houden met het getij. Als een zeeschip het getijdenvenster mist, moet het uren wachten. De verdieping moet dat vermijden.

"Wat is voor de reders een goede haven? Dat is een haven met veel capaciteit om containers te stockeren. Dat is een haven die nautisch goed bereikbaar is. En dat is een haven die snel is, waar je niet moet wachten", zegt Moyson. "Op die drie punten scoren wij enorm goed. Zeker omdat je voor dat derde punt het bredere plaatje moet bekijken. Het gaat er niet om een lading van haven A naar B te brengen, maar van oorsprong naar eindbestemming in het hinterland. En dan ligt Antwerpen veel centraler en gunstiger dan bijvoorbeeld Rotterdam, wat een echte kusthaven is".

De tegenstelling tussen de economie van de haven en de natuurlijke waarde van de Westerschelde lijkt hét twistpunt. En het moet gezegd: het contrast is duidelijk. Als je de grens oversteekt aan de rechteroever van de Schelde wordt het zelfs behoorlijk surrealistisch. De grijze haventerreinen van BASF liggen op enkele meters van de grens, waarna de uitgestrekte velden en akkers van Zeeland het meteen overnemen.

"De Westerschelde heeft een ongelooflijk ecologisch belang", zegt Annelies Luteijn van de Zeeuwse Milieufederatie. "Je hebt hier nog een rivier waarin alle gradiënten voorkomen, tussen zoet en zout water, zand en slib. Wat het belangrijkste is, is het intergetijdengebied. Dat zijn stukken die droogkomen en weer overstromen naargelang het getij. Zij vormen het begin van de voedselketen, en zijn qua primaire productie van organismen even productief als een regenwoud. De Scheldedelta is dan ook een van de grote stopplaatsen in Europa voor trekvogels".

"Wij gaan uit van het voor-zorgsprincipe", gaat Luteijn verder. "We weten niet of het uitbaggeren een negatieve invloed heeft, omdat zoiets decennia kan duren voor het waarneembaar wordt. Dus blijf je daar beter af. Daarom hebben we bij de onderhandelingen over het verdrag milieucompensaties gevraagd. Als je verdiept, verbreed dan ook de rivier - door ontpoldering".

Zowel Vlaanderen als Nederland zou gaan ontpolderen, waarvan het leeuwendeel in Vlaanderen. In Nederland zou de Hedwigepolder, een deel van de Prosperpolder en 10 hectare aan het Zwin worden ontpolderd. Naast nog een reeks alternatieve maatregelen. "Dat hebben wij vijf jaar lang helemaal uitonderhandeld in het verdrag, daar kunnen wij mee leven", luidt het bij de Zeeuwse Milieufederatie. "Maar in de aanloop naar de ratificatie kreeg de overheid tegenstand".

Het publieke debat in Nederland focust op ontpoldering. Wat is er dan zo erg aan 600 hectare landbouwgrond onder te laten lopen? Het antwoord is te vinden aan de Nederlandse kant van Het Zwin. Op weg ernaartoe passeer je eindeloze velden, doorspekt met kleine kerktorendorpen. Het zijn allemaal polders, op de zee gewonnen gebied. Izaak De Winne woont hier, net als landbouwer Bram Van der Slikke. Hun terreinen zijn bedreigd met ontpoldering.

Vanop De Winnes terras kijken we uit op de polders, een ooievaar komt op bezoek. "Dit is voor mij ook natuur", zegt Van der Slikke. "Je moet weten: inpoldering is een natuurlijk proces. Het hele gebied hier is verzand. Zeeland is ontstaan uit zilte grond die zoet is geworden. Mijn familie is hier aangekomen in 1732, ik ben de negende generatie".

"Het gaat ook om meer dan landbouw", zegt De Winne. "Er moet een camping verdwijnen en het hele dorp zal zich binnenkort moeten aanpassen aan de veel strengere wetgeving voor natuurgebieden". Maar wat het meest steekt, is de machteloosheid. "Er is nooit een goed gesprek geweest. Je zou toch denken dat als je hier woont, je wel eens zou benaderd worden. Maar dat hele verdrag is bedisseld in achterkamers. De boerenorganisaties zaten erbij, ja. Die hebben het niet zo goed gedaan".

"Ik heb geen rancune tegenover de haven. Ik ben ook een ondernemer", zegt Van der Slikke. "Maar we voelen ons belazerd. Ze zijn niet correct geweest. Eerst hebben ze een groot zoekgebied uitgetekend waarvan stukken zouden worden aangeduid ter ontpoldering. Toen er dan gekozen is, waren velen opgelucht. Zo hebben ze de tegenstand verzwakt". En als er nu alsnog een goed gesprek komt? "Hoe denkt u daar na drie jaar onzekerheid en ellende nog toe te komen?", zegt Van der Slikke. "Nee, wat betreft het verdrag is dat een gepasseerd station", zegt ook De Winne.

 

bron De Standaard/De Tijd

13/08/2009