nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

03.02.2012 Ngo's vragen Wathelet verbod op veldproef met ggo-maïs

Een aantal ngo’s heeft een open brief geschreven naar staatssecretaris voor Milieu Melchior Wathelet om hem te vragen geen goedkeuring te geven voor een proefveld ggo-maïs dat het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) wil opstarten. Volgens de ngo’s bevat het dossier van het VIB wetenschappelijke lacunes. Ze vrezen ook dat het proefveld juridische, economische en ecologische gevolgen zal hebben.VIB spreekt dit tegen.

VIB heeft op 22 december 2011 bij de FOD Volksgezondheid een aanvraag ingediend voor een veldproef waarbij het instituut wil nagaan of de hogere groei van genetisch gemodificeerde maïs die aangetoond werd in serreproeven, ook onder reële landbouwcondities optreedt. Daarnaast heeft de proef ook tot doel om te achterhalen of dergelijke planten zich lenen voor een teelt met een hogere plantdichtheid in vergelijking met niet-gemodificeerde lijnen.

Naar aanleiding van die aanvraag hebben een aantal ngo’s waaronder Greenpeace, Oxfam, BioForum, Wervel, Bond Beter Leefmilieu, VELT en Vredeseilanden, een brief gestuurd naar Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Leefmilieu, met de vraag om zich uit te spreken tegen de goedkeuring van deze veldproef. Zij zien immers een aantal bezwaren tegen de proef.

Eerst en vooral stellen de ngo’s de manier waarop het dossier werd ingediend aan de kaak. “Wij hebben weinig vertrouwen in een structuur die de wettelijke procedure gebruikt om zijn aanvraag vlak voor de eindejaarsfeesten in te dienen. Dat is geen ernstige manier om een dossier te behandelen”, staat te lezen in de open brief. Ze nemen het ook niet dat alle technische documenten die werden publiek gemaakt in het Engels zijn opgesteld en niet werden vertaald naar één van de drie landstalen.

De organisaties zijn ook van mening dat het aan wetenschappelijke transparantie ontbreekt in het aanvraagdossier. “Het technische dossier bevat geen resultaten van de laboratoriumproeven”, klinkt het. Ze vragen zich ook af of er wetenschappelijke studies zijn uitgevoerd over elke potentiële interactie tussen de ggo’s in kwestie en alle andere organismen die ermee in contact kunnen komen en of die dan zijn gepubliceerd in erkende wetenschappelijke publicaties.

De ngo’s wijzen er ook op dat proefvelden en ggo-teelten tijdens de voorbije jaren hebben geleid tot aanzienlijke economische schade, zoals besmetting van gangbare teelten. Uit het dossier kunnen zij niet opmaken of de indiener een garantie heeft getekend voor alle mogelijke economische schade die het gevolg kan zijn van het proefveld. “Bovendien stellen wij ons ook ernstige vragen over de financiering en de begunstigden van onderzoeken naar dit proefveld. Wij vragen dan ook meer duidelijkheid over wie hieruit economisch profijt haalt”, schrijven de ngo’s.

Tot slot hebben de organisaties ook fundamentele bezwaren bij de inhoud van de proef. “De maïs in de ggo-proef werd genetisch gewijzigd om bestand te zijn tegen glufosinaat. Dit staat op de lijst van gewasbeschermingsmiddelen die worden uitgefaseerd omwille van hun toxiciteit. Bij een commerciële teelt zal waarschijnlijk op grote schaal glufosinaat worden gebruikt in de velden”, staat in de brief. Ook om die reden vragen ze aan staatssecretaris Wathelet om de veldproef niet goed te keuren.

In een reactie op de open brief stelt VIB dat het niet alleen een verklaring heeft ondertekend inzake burgerlijke aansprakelijkheid voor deze veldproef, maar dat het ook alle nodige maatregelen zal treffen om de verspreiding van ggo-maïs te voorkomen. “Zo zullen de mannelijke bloemen verwijderd worden zodat er geen stuifmeel kan verspreid worden. Dit doen we niet omdat de planten schadelijk zijn, wel om in dit stadium vermenging te voorkomen. De ggo-planten hebben immers nog geen markttoelating”, legt René Custers van VIB uit.

Wat de herbicidetolerantie betreft, is VIB duidelijk: er zal geen glufosinaat gebruikt worden. “De tolerantie van de plant voor het herbicide was enkel van belang in de laboratoriumfase van het onderzoek. Het is een manier om de individuele planten te selecteren waarbij de nieuwe eigenschappen succesvol zijn ingebracht. De planten die in het veld zullen staan, zullen nooit op de markt komen. Het is een testras, enkel geschikt voor wetenschappelijk onderzoek. Het is nog veel te vroeg om over commerciële toepassingen te spreken”, legt Hilde Nelissen van het VIB-departement Planten Systeembiologie aan de UGent uit.

Volgens Nelissen is er ook geen gevaar voor potentiële interactie tussen de ggo’s in kwestie en andere organismen. “GA20oxidase, de stof waar het in de veldproef om draait, komt van nature al in verschillende hoeveelheden voor in graangewassen. “Het is een enzym dat betrokken is bij het regelen van de groei van de plant. Bevat een plant veel van die stof, dan wordt hij groot. Is dat niet het geval, dan houdt dit de plant kort, zoals bij korte-strovariëteiten van rijst”, stelt de onderzoekster.

VIB benadrukt dat het in eerste instantie in wetenschappelijk opzicht hoopt te profiteren van de resultaten van de proef. “Wetenschappelijke tijdschriften stellen steeds strengere eisen aan de publicatie van resultaten. Ze willen gegevens in een echt gewas en verzameld onder reële praktijkomstandigheden. En dat is nu precies wat we doen. Een deel van de resultaten van de serreproeven is intussen voor publicatie aan een erkend wetenschappelijk tijdschrift aangeboden. Mocht blijken dat een verhoogde hoeveelheid GA20oxidase waardevol is voor maïsplanten onder bepaalde omstandigheden, dan kan die kennis al meteen een meerwaarde betekenen voor bedrijven die op klassieke wijze maïs veredelen”, klinkt het.

Op de website van VIB wordt op verschillende vragen rond de maïsveldproef ingegaan.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via