nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

18.01.2012 "Niet alleen voederconversie bepaalt rendement varkens"

De varkenseconomen verenigd in InterPIG maken elk jaar een kostprijsvergelijking van varkensproductie in de EU-lidstaten. Vlaams volksvertegenwoordiger Jan Verfaillie (CD&V) merkt op dat de Belgische varkenshouderij slecht scoort voor voederconversie. “Onze varkensboeren maken gebruik van rassen met een tragere groei maar uitstekend slachtrendement”, verklaart minister-president Kris Peeters.

De overall-voederconversie (de totale hoeveelheid voeder op een gesloten varkensbedrijf, gedeeld door de totale productie aan levend gewicht van de slachtvarkens, nvdr.) ligt in België met 3,09 veel hoger dan in Nederland (2,72). Toch is het verschil niet zo groot als op het eerste zicht lijkt. “Zo is het gemiddelde slachtrendement in Nederland 78 procent, terwijl in Vlaanderen wordt gerekend met 80 procent”, illustreert Peeters. “Om tot dezelfde hoeveelheid karkasgewicht te komen, betekent een voederconversie van 2.77 in Nederland dan een voederconversie van 2.82 in Vlaanderen.”

Naast het slachtgewicht, wordt de voederconversie ook bepaald door de genetische capaciteit van de dieren. “Onze Belgische varkensvleessector beschikt over zorgvuldig geselecteerde rassen en kruisingen die een uitstekend slachtrendement opleveren omdat de zware karkassen een hoog aandeel mager vlees hebben. Dit zorgt enerzijds voor een tragere groei, maar anderzijds plaatst dit product ons in een unieke positie op de internationale markt”, zegt de minister-president.

Het ontbreekt in ons land alleszins niet aan de capaciteit om een lage voederconversie te halen. Zo wordt in de selectiemesterij aangetoond dat de gemiddelde voederconversie onder 2,4 ligt. Het is zo dat er grote verschillen zijn tussen eindberen, waardoor de keuze van de eindbeer van groot belang kan zijn.

“Voederconversie is een belangrijk kengetal, maar zeker niet het enige dat de rendabiliteit bepaalt.” De keuze voor een bepaald voeder, een eindbeer en het beoogde slachtgewicht moet volgens Peeters gebaseerd zijn op de genetische capaciteit van het dier, de kostprijs van het voeder, de gemiddelde vleesvarkensprijs en de financiële meer- of minderwaarde in functie van de karkaskwaliteit.

Onderzoek, onder meer op het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO), naar een verbetering van de voederconversieratio moet op termijn bijdragen tot een betere kennis en beheer bij de varkenshouders.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via