OESO wil inkomenssteun landbouwers verder zien dalen
Door de hoge prijzen voor landbouwproducten gaven de industrielanden in 2010 minder subsidies aan landbouwers. Vorig jaar bestond gemiddeld 18 procent van het landbouwinkomen uit steun, wat volgens de OESO het laagste peil ooit is. Met 22 procent zitten landbouwers in de EU boven het gemiddelde. De organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling vindt inkomenssteun marktverstorend.
De OESO-landen, 34 vooral rijkere landen, gaven hun land- en tuinbouwsector vorig jaar 172 milard euro financiële steun. De landbouwsubsidies in industrielanden dalen al enige tijd en dat was in 2010 niet anders. OESO ziet de ondersteuning van het landbouwinkomen graag verder dalen omdat het volgens de organisatie de productiviteit en competitiviteit amper verhoogt, het grondstoffengebruik niet verduurzaamt en landbouwbedrijven niet meer risicobestendig maakt.
Met 1 procent van het landbouwinkomen liggen landbouwsubsidies in Nieuw-Zeeland het laagst, gevolgd door Australië (3%), en Chili (4%). Ook de Verenigde Staten (9%), Israël en Mexico (12%) en Canada (16%) geven minder inkomenssteun dan gemiddeld. In Korea (47%), Ijsland (48%), Japan (49%), Zwitserland (56%) en Noorwegen (60%) krijgen landbouwers het meeste steun.
De Europese Unie heeft de landbouwsubsidies tussen 2006 en 2010 teruggeschroefd van 27 naar 22 procent van het landbouwinkomen, maar zit dus nog boven het gemiddelde. De OESO vergeleek ook met enkele andere belangrijke spelers op de landbouwmarkt en stelde vast dat de inkomenssteun voor landbouwers in Brazilië, Zuid-Afrika en Oekraïne een stuk lager is dan 18 procent van het inkomen, terwijl het in China 11 en in Rusland intussen zelfs 22 procent bedraagt.
De groeiende voedselvraag, hogere prijzen voor landbouwproducten, meer volatiele markten en een toenemende schaarste aan grondstoffen, zijn volgens het rapport redenen om het landbouwbeleid over een andere boeg te gooien. "In plaats van marktverstorende landbouwsubsidies te geven, moeten landen de productiviteit en competitiviteit op landbouwbedrijven verhogen en meer investeren in onderzoek, innovatie en onderwijs", luidt het advies. In het licht van de klimaatverandering acht de OESO het ook aangewezen dat overheden marktinstrumenten helpen uitwerken die het risico in hoofde van de landbouwer helpen beheersen.
Meer info: OECD Agricultural Policy Monitoring 2011
bron eigen verslaggeving
22/09/2011
gerelateerde nieuwsberichten
- 17/04/2012 Nederlandse boerengezinnen hebben vaak bijverdienste
- 16/04/2012 OESO: "Arme boeren kunnen heil zoeken in andere sector"
- 29/03/2012 Hoge kosten en slechte prijzen kelderen landbouwinkomen
- 21/03/2012 OESO: "Vraag naar water stijgt met 55% tegen 2050"
- 19/03/2012 Laag landbouwinkomen noopt sector tot schaalvergroting
- 16/02/2012 België moet 2,7 mln euro landbouwsubsidies terugbetalen
- 17/01/2012 Crisis trof boeren in Vlaanderen harder dan in Wallonië
- 12/01/2012 "Vlaanderen moet gaan voor decentrale energieproductie"
- 11/01/2012 Europees landbouwinkomen verschuift van west naar oost
- 09/01/2012 EU claimt grote som landbouwsubsidies van Griekenland

T +32 (0)2 552 81 91 F +32 (0)2 552 81 93