nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

17.11.2010 "Overstromingspreventie vergroot het landbouwinkomen"

Afgelopen weekend is gebleken dat in ons land, met een bebouwde oppervlakte van meer dan 30 procent, waterbeheersing geen sinecure is. “Zorg dat voldoende water in de grond kan sijpelen”, suggereert leefmilieuminister Joke Schauvliege. “Alleen een gezonde bodem, met voldoende humus en een goed bodemleven, kan water zowel stockeren als doorlaten”, luidt het bij Wervel en Bioforum Vlaanderen.

De grote bebouwde oppervlakte in Vlaanderen en het jarenlange gedoogbeleid in de ruimtelijke ordening bemoeilijken waterbeheersing. Bij piekdebieten is het, ondanks grote investeringen in infrastructuur, dweilen met de kraan open. "Het is van groot belang dat de grootste oppervlaktes - die ingenomen worden door de landbouwsector – beter het water doorlaten", zeggen Jeroen Watté van Wervel, directeur van Bioforum Vlaanderen Leen Laenens en UGent-doctorandus Bram Moeskops van de Vakgroep Bodembeheer.

Zij stellen vast dat onze landbouwbodems daar steeds minder toe in staat zijn omdat het humusgehalte in de bodem stelselmatig verminderd is en steeds zwaardere machines de ondergrond vastrijden. “Meer humus in de bodem krijgen zodat die water zowel kan stockeren als doorlaten, creëert een win-win situatie”, zegt Watté. Samen met Laenens en Moeskops pleit hij voor een brongerichte aanpak - zorgen dat het water op de akkers zelf doorsijpelt - in plaats van aan dure symptoombestrijding te doen zoals met waterbekkens.

Zij merken op dat eenzijdige bemesting en het veelvuldig gebruik van pesticiden niet bijdragen aan de gezonde bodem die nagestreefd moet worden. “Veel beter is om het bodemleven te voeden met compost of houtsnippers en bodems minder om te ploegen. Daarnaast is ook een goede bodembedekking van belang, gecombineerd met de aanwezigheid van bomen op de akkers, om water nog meer tegen te houden en te laten insijpelen”, klinkt het.

Om de win voor de landbouw kracht bij te zetten, verwijzen ze naar de Zweedse universiteit van Lund die de evolutie onderzocht van de gewasopbrengst en het landbouwinkomen bij een af- en toename van het humusgehalte. Als de humusafname van 1 procent per jaar zich doorzet tot 2035, zal de gewasproductie verminderen met 6 procent en het landbouwinkomen met minstens 27 procent. Als het humuspeil daarentegen jaarlijks toeneemt met 1 procent, stijgt de gewasproductie in 2035 met 8 procent en het landbouwinkomen met minstens 34 procent.

Frans onderzoek toont volgens hen aan dat in landbouwsystemen waarbij bomen tussen de gewassen groeien (agroforestry, nvdr) de percelen tot 50 procent meer opbrengen dan de monoculturen die nu overheersen. Bovendien varen ook het klimaat, de biodiversiteit en de waterbuffering wel bij deze ingrepen, zowel in droge als in natte tijden. Als de watertafel immers voldoende wordt aangevuld, zullen ook bij droogte de problemen verminderen”, besluiten zij.

Ook Wim Van Gils van Natuurpunt vraagt kritisch te kijken waarom het waterprobleem maar blijft aanmodderen. “Dankzij de overstromingsvoorspellers van de Vlaamse Milieu Maatschappij weten we nu beter dan ooit waar en wanneer er wateroverlast te verwachten valt”, zegt Van Gils, “maar het waterbeleid moet de problemen niet enkel zien komen, maar ze vooral zien te vóórkomen.”

Van Gils stelt vast dat we vandaag de prijs betalen voor de politieke inertie van de vorige jaren. De veelbelovende initiatieven na de vorige zware overstromingen in 2002-2003 kregen geen vervolg in een daadkrachtig waterbeleid. Het gaat onder meer om de watertoets die zou voorkomen dat er nog gebouwd wordt in overstromingsgebied, de stedenbouwkundige verordening hemelwater die zou zorgen dat er minder water in de riolen terechtkomt, en het decreet integraal waterbeleid dat de problemen aan de bron ging aanpakken en alle waterbeheerders op elkaar afstemmen en overstromingsgebieden afbakenen en vrijwaren.

“Het politieke geheugen is echter kort en het enthousiasme voor waterbeleid bleek al tijdens de vorige legislatuur bekoeld”, zegt Van Gils. “Door de klimaatverandering stijgt echter de inzet zodat de wateroverlast geen éénmalig nieuwsfeit wordt als het beleid zo voortdoet.” Om de klimaatuitdaging het hoofd te bieden, moeten volgens Van Gils twee sporen gevolgd worden.

Een aanpak aan de bron moet ervoor zorgen dat we meer water vasthouden in landbouwgebied én in verstedelijkte gebieden. Tegelijkertijd moet er meer ruimte voor water komen in de beek- en riviervalleien, wat neerkomt op het herstellen van de winterbedding van waterlopen. “Die broodnodige ruimte voor water biedt meteen ook enorme kansen voor de bedreigde natuur in Vlaanderen”, aldus Van Gils.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via