nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

"Halfslachtige liberalisering zuivelsector uit den boze"
24.04.2007  Patric Buggenhout - Milcobel

Over de afschaffing van de melkquota heeft intussen iedereen wel zijn zegje gedaan, met op kop de Arla’s en Campina’s van deze wereld. De coöperatieve zuivelbedrijven in ons land doen harder hun best om niet met het achterste van de tong over de straat te paraderen. “Hoe noordelijker in Europa, hoe groter de vervlechting tussen landbouworganisaties en zuivelfabrieken”, legt Milcobel-directeur Patric Buggenhout uit. Toch trokken we met een aantal prangende vragen naar Kallo.

Jullie hebben geen reden tot klagen. De huidige wereldmarktprijzen voor melkpoeder zijn historisch hoog.
Patric Buggenhout: Het huidige prijsniveau is goed nieuws voor de hele zuivelbranche. Melkpoeder fungeert immers als hoeksteen van de zuivelmarkt. Als de prijs ervan stijgt, volgen wat later ook de andere zuivelproducten, eerst boter en dan kaas en consumptiemelk. In minder dan een jaar tijd zijn de prijzen van melkpoeder in Europa met dertig procent gestegen, wat nooit eerder vertoond is. Zelf had ik wel prijsfluctuaties verwacht, maar dan wel pas binnen enkele jaren.

Uitgerekend melkpoeder is een belangrijke kernactiviteit van Milcobel?
Het klopt dat melkpoeder belangrijk is voor Belgomilk, en dat is toch nog altijd de dochtervennootschap van Milcobel die de meeste ledenmelk valoriseert. (ontwijkend) Maar ook kaas is erg belangrijk. Vorig jaar is in elk geval meer melk dan voorheen de kaasbak ingegaan. Maar voorlopig hebben de kaasprijzen dezelfde opwaartse beweging van het melkpoeder nog niet gemaakt. De euforische stemming op de zuivelmarkt heeft op dit ogenblik enkel te maken met de prijzen van melkpoeder en weiproducten.

Wat zijn de oorzaken van het hoge prijsniveau?
Het gaat om een samenloop van een hele reeks omstandigheden. Door de hete zomer is de melkaanvoer onder de verwachtingen gebleven. Er is bovendien heel wat melk weggevloeid naar de kaasproductie, en dus in mindere mate naar het melkpoeder. Verder kampt Australië voor het tweede jaar op rij met een verschrikkelijke droogte en Nieuw-Zeeland beschikt momenteel niet over stockvoorraden om dat gat op de markt in te vullen. In Zuid-Amerika is de consumptie zodanig toegenomen dat de groeiende Argentijnse melkplas grotendeels in de Mercosur geabsorbeerd wordt. President Kirchner heeft overigens de exportheffingen voor melk verhoogd om de inflatie onder controle te houden. Dat heeft onze traditionele afzetmarkten in het Midden-Oosten en Noord-Afrika aanzienlijk ontlast. Opmerkelijk is ook dat de markt zich helemaal niet heeft laten afschrikken door die hogere prijzen, waardoor de prijs van het melkpoeder in Europa bijna opnieuw aan het hoge niveau zit van een zevental jaar geleden, en nu zonder exportsubsidies. De mondiale zuivelconsumptie blijft intussen stijgen met ongeveer twee procent op jaarbasis. Vooral China en India zijn groeimarkten met een groot potentieel.

In China is de lokale zuivelproductie de voorbije vijf jaar verdubbeld, maar ook interessant om weten is dat de zuivelconsumptie van de 1,3 miljard Chinezen de komende jaren telkens met vier procent zou toenemen.
Je moet wel de juiste context voor ogen blijven houden. De totale zuivelconsumptie in China ligt momenteel op het niveau van Nederland, en als die de komende vijftien jaar nog eens verdubbelt, zullen alle Chinezen samen nog altijd maar evenveel consumeren als de Duitsers. Maar de kaasconsumptie staat in China nog nergens, en dat terwijl voor één kilogram kaas tien liter melk nodig is. De Chinezen zullen in de toekomst in elk geval zuivel ofwel veevoeder moeten inkopen. In beide gevallen is dat gunstig voor de mondiale zuivelmarkt. Je hoort de zuivelindustrie trouwens ook niet klagen over de prijsstijgingen voor energiegewassen: hoe groter het wereldwijde soja- en graanareaal, hoe kleiner het zuivelaanbod. Er gaan zeker nog prijsschommelingen komen, maar op langere termijn ben ik vrij optimistisch over de evolutie van de zuivelmarkt. Er bestaat trouwens een agrarisch axioma dat zegt dat bij stijgende welvaart de zuivelconsumptie sneller toeneemt dan bijvoorbeeld het verbruik van vlees of andere producten. En met meer dan een kwart van de wereldproductie blijft Europa toch nog altijd een heel belangrijk productiegebied in de wereld als het om melk gaat.

En dus zegt de Europese Commissie dat de recente afbouw van de marktondersteuning nu al zijn nut bewezen heeft.
Dat is wat kort door de bocht. Ik herinner me dat de graanprijzen meteen na de MacSherry-hervorming ook erg hoog bleven als gevolg van externe omstandigheden. Maar daarna zijn ze wel erg diep weggezakt. Daarmee wil ik echter niet zeggen dat Europa zich in onze veranderende wereld moest blijven wegstoppen achter zware beschermingsmechanismen. Dan zouden we op een blauwe maandag nog veel hardere klappen riskeren dan nu het geval is. Maar wie A zegt, moet natuurlijk ook B zeggen.

Hoe bedoelt u?
Tot hiertoe was de wereldmarkt de optelsom van productieoverschotten uit sterk gereguleerde markten. De WTO staat voor de uitdaging om een globale markt te maken waar vraag en aanbod zich op transparante wijze ontmoeten. Het enige wat we voor de rest vragen, is dat de nodige overgangstermijnen voorzien worden om ons aan te passen. Dat aanpassingsproces is trouwens nu al aan de gang. Omdat de boterproductie onder toenemende concurrentiedruk staat, betalen de Belgische zuivelbedrijven sinds september vorig jaar relatief meer voor de eiwitfractie dan voor het botervet in de melk. Uit analyses van de aangevoerde melk leren we dat de melkveehouders de boodschap duidelijk begrepen hebben.

Als er een WTO-akkoord komt, impliceert dat het einde van de exportsubsidies in 2013. Welke impact heeft die beslissing voor Milcobel?
De exportrestituties voor volle en afgeroomde melkpoeder staan momenteel op nul. Voor boter en kaas zijn ze drastisch naar beneden gegaan. Van een impact is geen sprake door de goede marktprijzen. Maar in de overgangsfase naar de definitieve afschaffing van exportsubsidies kan dit beleidsinstrument ons nog wel diensten bewijzen om aanwezig te blijven op bepaalde afzetmarkten. Je hoort me niet beweren dat de datum van 2013 te vroeg komt, maar het parcours voor de geleidelijke afbouw naar die deadline moet door de EU omzichtig worden uitgestippeld. En dan moet de WTO praktijken zoals prijsdiscriminatie, kruissubsidiëring en andere exportbevorderende subsidiestromen elders in de wereld consequent aanpakken.

De hoge wereldmarktprijzen voor zuivel staan in schril contrast met de prikacties waarmee melkveehouders dreigen indien de supermarkten de afgesproken minimumprijs van 0,44 euro voor halfvolle melk niet willen optrekken. Hoe rijm je het ene met het andere?
In Nederland kan je diezelfde melk overigens kopen aan 0,29 euro. Maar je moet toch een onderscheid maken tussen de prijzen die supermarkten aanrekenen aan de consumenten en de prijzen die bij de grootwarenhuizen bedongen worden door de zuivelfabrieken. Ik stel vast dat er niet altijd een verband is tussen beide. En vergeet niet dat de consumptiemelk slechts een kwart van de totale melkplas vertegenwoordigt.

Krijgen de melkveehouders te weinig geld uitbetaald voor hun melk?
Bij Milcobel hebben we de vergelijking gemaakt tussen de tien jaren vóór de jongste landbouwhervorming en de drie voorbije jaren. Daaruit blijkt dat het gemiddelde inkomen van de melkveehouders toegenomen is, bijna tot op het niveau van de uitstekende campagne 2000-2001. Sommige melkveehouders vergeten wel eens om de melkpremie bij hun inkomsten te rekenen.

De Belgische melkveehouders slagen er dit jaar wel niet in om hun quotum vol te melken. Vanwaar de historisch lage aanvoercijfers?
Opgelet, de definitieve cijfers zijn nog niet bekend. In de afsluitende maand maart is nog een spectaculaire inhaalbeweging gebeurd. En mocht straks effectief blijken dat het Belgisch quotum niet vol gemolken werd, zal dat niet te wijten zijn aan de leden van Milcobel. Zij zitten met hun melkaanvoer netjes in de buurt van het beschikbare quotum.

Maar er moet toch een reden zijn waarom ons land nu al twee campagnes na elkaar tijdens de eerste helft van het melkjaar behoorlijk achterop raakt met zijn aanvoercijfers?
De extreme weersomstandigheden van de voorbije zomer hebben de melkproductie niet vooruitgeholpen. En heel belangrijk was ook de versoepeling van de quotaregeling aan het begin van het melkjaar. Veel melkveehouders hebben toen beslist om hun melkquotum te verkopen, bij Milcobel ging het om twaalf procent van ons ledenaantal. Veel melkveehouders die op dat ogenblik quotum aankochten, zijn er blijkbaar niet in geslaagd om die aankoop meteen vol te melken. Dat is slechts een tijdelijk fenomeen, niks om ons ongerust over te maken.

Voor een coöperatie moet het nochtans hard aankomen om in één melkjaar twaalf procent van de leden kwijt te spelen.
Dat is zo. Natuurlijk zie ik graag veel producenten hun brood verdienen met de melkproductie. Anderzijds heeft Vlaanderen de voorbije jaren al te lang geaarzeld om in te spelen op de veranderende marktomstandigheden. Dat onze leden meer dan gemiddeld inspelen op de mogelijkheden tot quotumuitbreiding geeft dan weer een goed gevoel. Hoewel het aantal leden gedaald is, nam de melkplas van onze leden vorig jaar toe met zes miljoen liter.

Houden jullie nog rekening met de mogelijkheid dat de melkquota na 2015 alsnog blijven bestaan?
Een recente ontmoeting met Fischer Boel heeft me geleerd dat die discussie voorbij is. Het komt er op aan om de melkquota tegen 2015 langzaam te laten verdampen. Persoonlijk geloof ik niet dat de Commissie het zal aandurven om de quota vóór 2015 af te schaffen. Bij de invoering van de quota in 1984 is gebleken dat bij dergelijke operaties snel juridische problemen opduiken.

Milcobel heeft onder zijn bestuursleden en melkveehouders een enquête georganiseerd over de gevolgen van een eventuele afschaffing van het melkquotum. Welke lessen trekken jullie hieruit?
Een gewijzigde melkaanvoer beïnvloedt de industriële en commerciële bedrijfsstrategie, en dus wilden we wel eens weten wat onze leden van plan zijn op het ogenblik dat de quota verdwijnen. Een duizendtal melkveehouders hebben deelgenomen aan de enquête. Velen onder hen hebben de intentie geuit om in de toekomst hun melkproductie verder uit te breiden, met gemiddeld twintig tot veertig procent. Milcobel is zeker niet van plan om een melkerijquotum in te voeren. Om de groeikansen van de huidige leden te vrijwaren, hebben we wel de financiële toetredingsvoorwaarden voor nieuwe leden strenger moeten maken. Wanneer we dan ook nog de stoppende melkveehouders in rekening brengen, blijkt volgens onze prognoses dat we na de afschaffing van de quota ongeveer dezelfde melkaanvoer zullen hebben. In sommige streken van Europa zal de aanvoer allicht sterk dalen of stijgen, maar in onze regio zal dat dus niet het geval zijn. We zullen het stramien van onze organisatie zeker niet halsoverkop moeten omgooien.

Ruim twee jaar geleden is Milcobel ontstaan als een fusie tussen Belgomilk en BZU. Hoe blik je terug op die operatie?
De fusie is volledig volgens plan verlopen. In het bestuur van de coöperatie is helemaal geen sprake van een scheidslijn tussen het vroegere Belgomilk en BZU. Ook de geografisch georganiseerde ledenkringen en hun besturen scharen zich eendrachtig achter de vlag en belangen van Milcobel. De commerciële en industriële integratie zitten ook op schema. Belgomilk was voorheen hard bezig met de commercialisering van zijn eigen producten, en die trend zet zich door. In vergelijking met 2005 is de omzet vorig jaar overigens lichtjes toegenomen tot 689 miljoen euro. Het bedrijf is met honderd werknemers afgeslankt tot 1.800 medewerkers, maar de fusie was zeker geen verdoken sanering. Belangrijk is ook dat in het productgamma een goed evenwicht tot stand is gekomen tussen het B2B-segement en consumentenproducten.

Heeft Milcobel een bredere basis gecreëerd die toelaat om meer te investeren in de zoektocht naar nieuwe producten, in bijvoorbeeld het lucratieve segment van de functionele zuivel?
Zo mag je dat niet bekijken. Onze coöperatie heeft vier werkmaatschappijen met vijf totaal verschillende activiteiten. Voor de ijsroom van Ysco is andere technologie vereist dan voor het verpakken en versnijden van kaas bij Jan Dupont. En de productie van consumptiemelk bij Inza is nog iets anders dan de kaasbereiding voor industriële toepassingen in mozzarella of cheddar. Elke werkmaatschappij heeft dus een eigen onderzoeksafdeling met eigen budgetten. Maar dat betekent niet dat we de functionele voedingsmarkt links moeten laten liggen. Zo heeft Inza een melkdrankje op de markt gebracht dat dienst doet als maaltijdvervanger: één glas vervangt een volledig ontbijt met een broodje kaas, een glas melk en een banaan. Inza is trouwens ook actief op het vlak van klinische voeding, in samenwerking met gespecialiseerde bedrijven.

Slotvraag: zou je zelf als melkveehouder bang zijn van de liberalisering van de zuivelmarkt?
Neen. We beschikken in Vlaanderen over goede troeven om melk te produceren: een gunstig klimaat, een vruchtbare bodem, een hoogstaande knowhow met hoge kwaliteitsstandaarden. Zoveel gunstige productiegebieden zijn er buiten West-Europa niet in de wereld. De zuivelindustrie moet alleen de kans krijgen om zich structureel aan te passen aan de nieuwe situatie, zodat de Vlaamse melkveehouders met gelijke wapens kunnen wedijveren.
 

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via