nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

"De ambitie is enkel nog maatschappelijk verantwoorde soja in te voeren"
20.09.2010  Patrick Vanden Avenne (FEFAC) & Yvan Dejaegher (BEMEFA)

Om de kritiek op de grootschalige sojaproductie de mond te snoeren, heeft de mengvoedersector zich samen met een heleboel andere stakeholders verenigd in de Round Table on Responsible Soy (RTRS). Bedoeling is om tegen 2015 een internationale standaard te implementeren die de sojateelt moet verduurzamen. Ondanks alle goede bedoelingen, is de kritiek van heel wat ngo’s niet mals. Ze vinden het nieuwe label geen oplossing voor de ontbossing en andere uitwassen van de sojateelt. VILT polste bij kersvers voorzitter van de Europese mengvoedersector, Patrick Vanden Avenne, en bij directeur-generaal van de Belgische mengvoederfederatie BEMEFA, Yvan Dejaegher, naar een reactie.

Wat is de Round Table on Responsible Soy?
Patrick Vanden Avenne: De Round Table is een in 2001 opgericht platform waar alle stakeholders die rechtstreeks of onrechtstreeks met soja te maken hebben, rond de tafel zitten: landbouwers, handelaars, verwerkers, veevoederfabrikanten en retailers, maar ook ngo’s, bankiers en wetenschappers zijn volwaardige gesprekspartners. Meer dan 140 partijen hebben in se één gemeenschappelijk doel, met name een maatschappelijk verantwoorde sojaproductie bevorderen door met elkaar in dialoog te treden en tot een consensus te komen. Door de ontwikkeling en implementatie van een standaard waaraan de soja moet voldoen, streeft men naar een vermindering van de impact van sojateelt op het milieu en op de lokale gemeenschappen, terwijl het economisch belang voor de producent en de rest van de keten gevrijwaard wordt.

Aan welke criteria moet soja voldoen om in aanmerking te komen voor een RTRS-certificaat?
Yvan Dejaegher: In totaal gaat het om wel 95 controleerbare indicatoren, maar die kunnen gevat worden in vijf basisprincipes. In de eerste plaats mag de soja niet afkomstig zijn uit recent ontboste gebieden in het Amazonewoud of elders. Ten tweede moet de sojaproducent zijn teeltwijze schikken naar de goede landbouwpraktijken. Kunstmest en pesticiden moeten met de nodige voorzorgen worden gebruikt zodat de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater op zijn minst behouden blijft. De bodem mag evenmin uitgeput worden en maatregelen zoals soja telen zonder ploegen, moeten erosie van de vruchtbare bovenlaag tegengaan. Met een minimum aan hulpstoffen een maximaal rendement behalen, zo kan je het best samenvatten. Ten derde eist de RTRS goede arbeidspraktijken voor de werknemers van de sojaproducent. Kinderarbeid, discriminatie en arbeid onder dwang zijn uitdrukkelijk verboden. In het algemeen hebben werknemers recht op een veilige en gezonde werkplek. Ten vierde vraagt de RTRS dat de soja in overeenstemming met de lokale wetgeving wordt geproduceerd. Lokale arbeids- en milieuwetgeving zitten best goed in elkaar, alleen ontbreekt het de autoriteiten aan slagkracht om de naleving af te dwingen. Het vijfde basisprincipe, en meteen ook het moeilijkste, is respect voor lokale gemeenschappen. Dat betekent dat de productie van soja de sociale cohesie in de regio niet mag ondergraven. Concreet moet de sojaproducent goede contacten onderhouden met de lokale gemeenschap, open staan voor hun klachten en een oplossing zoeken voor conflicterend landgebruik met traditionele boeren.

Maakt de Europese mengvoederfederatie FEFAC deel uit van de RTRS? Is de bewogenheid in alle lidstaten even groot of ligt men in de nieuwe lidstaten niet wakker van de productiewijze van soja?
Patrick Vanden Avenne: Als voorzitter van FEFAC is het één van mijn objectieven dat de Europese mengvoederfederatie zich zou scharen achter alle duurzame grondstofinitiatieven. Soja is wat dat betreft het eerste project, maar ook de andere diervoederstromen zullen aan de duurzaamheidseis moeten beantwoorden. FEFAC is dus lid van de RTRS, maar het is de Belgische mengvoederfederatie BEMEFA die ons vertegenwoordigd in de werkgroepen van de RTRS. Dat mag evenwel niet verwonderen in de wetenschap dat het Belgisch platform ‘Maatschappelijk Verantwoorde Diervoederstromen’ een voorbeeldfunctie in Europa heeft. De missie van het Platform is om de diervoederstromen stapsgewijs te laten beantwoorden aan bepaalde duurzaamheidscriteria. Het Belgisch voorbeeld werd integraal overgenomen en opgewaardeerd tot een Europese tussenstandaard die gemeenschappelijk is voor alle lidstaten. De 20 indicatoren uit de tussenstandaard moeten geleidelijk groeien tot de 95 criteria uit de RTRS, met als ultieme einddatum de inwerkingtreding ervan in 2015. Het klopt dat niet alle lidstaten daar even makkelijk in meegaan. Duurzame voedsel- of voederproductie is voor landen uit het voormalig Oostblok nog een ‘luxeprobleem’. Landen evolueren van een eerste bekommernis om voedselzekerheid, naar aandacht voor voedselveiligheid en pas in een derde stadium komt duurzame productie op de politieke agenda. In Oost-Europa ligt de belangrijkste focus momenteel op voedselveiligheid.

Kunnen kleine boeren hun soja laten certificeren of gaat de interesse alleen uit naar grootschalige sojabedrijven?
Yvan Dejaegher: Zowel groot- als kleinschalige sojaproductie is verankerd in de RTRS-standaard. Het doel is om alle sojaproducenten mee te krijgen. Kleine coöperatieven zoals die in het zuiden van Brazilië zitten mee aan tafel, net zoals de miljoenen boeren die in India op erg kleine schaal soja produceren, vertegenwoordigd worden. Familiale landbouwbedrijven worden binnen de RTRS maximaal begeleid en opgeleid en ngo’s als Solidaridad en WWF waken over hun belangen. Een kleinschalig landbouwbedrijf kan even makkelijk aan de criteria voldoen als een grote producent van 1.000 of meer hectare. Speciaal voor de kleinere coöperaties hebben we gezorgd dat de kostprijs voor toetreding betaalbaar blijft. Wanneer een coöperatie van 1.000 kleinschalige sojaboeren een audit krijgt, zal dit door middel van een steekproef zijn en niet bij elk van de aangesloten boeren. Op die manier wordt de drempel voor kleinere bedrijven laag gehouden.

Soja mag niet geteeld worden in recent ontboste gebieden, maar recent zou volgens Luc Vankrunkelsven vanaf juni 2009 inhouden en het verbod zou enkel slaan op het Amazonegebied, terwijl in de Cerrado in hartje Brazilië twee tot drie keer meer ontbost wordt. Legt Wervel, de werkgroep die zich inzet voor rechtvaardige en verantwoorde landbouw, hiermee een pijnpunt van de RTRS bloot?
Yvan Dejaegher: In België en in de EU wordt de lat wat ontbossing betreft hoger gelegd: wij ondersteunen het ‘Amazone Moratorium’ waarin met de Braziliaanse soja-industrie werd afgesproken om geen soja meer te kopen uit gebieden die na juli 2006 werden ontbost. In de RTRS-standaard ligt de zogenaamde ‘cut off date’ inderdaad bijna drie jaar later, maar toch kan dit tellen als criterium en als verwezenlijking binnen de RTRS. De weerstand bij de sojaboeren was immers groot en boerenorganisatie APROSOJA, die landbouwers uit de Matto Grosso verenigt (de provincie waar de soja-uitbreiding het verst staat), stapte zelfs uit de RTRS omdat geen compensatie werd uitgetrokken voor Braziliaanse boeren die legaal bos kochten maar dat niet langer mogen kappen. Het verbod om RTRS-soja te telen in recent ontboste gebieden geldt wel degelijk ook voor andere regio’s dan het Amazonewoud. Wat sluipende ontbossing betreft, mogen we stellen dat er een continue verbetering is en de mazen van het net kleiner worden. Al kunnen we natuurlijk niet persoonlijk naast elke boom gaan staan en is fraude nooit volledig uit te sluiten. Wat wel kan, is met behulp van satellietbeelden illegale ontbossingen opsporen. Naast de satellietmethode is het de bedoeling om voor gans Brazilië een systeem van HCVA-kaarten uit te tekenen die kwetsbare regio’s in kaart brengen. Uitbreiding van de sojateelt zou enkel mogelijk zijn in gebieden waarvan zo’n HCVA voorhanden is zodat controle mogelijk is.

De RTRS is een initiatief waarbij producenten, verwerkers en gebruikers van soja vrijwillig toetreden. Gaan de cowboys onder de sojaproducenten zich niet afzijdig houden?
Yvan Dejaegher: In een eerste fase zijn het de pioniers inzake verduurzaming die meestappen in dergelijk project. Maar ook de andere sojaboeren kunnen overtuigd worden door aan te tonen dat zij een kostenbesparing kunnen realiseren. Het telen van gecertificeerde soja betekent immers dat boeren onderricht worden in goede landbouwpraktijken en tijdens een audit gewezen worden op de efficiëntieverbeteringen die ze kunnen realiseren. Bij de kleine telers in India zorgden begeleiding en het toepassen van goede landbouwpraktijken voor een rendementsverhoging van maar liefst 20 tot 50 procent. Dat is ook elders mogelijk. Wanneer de groep gecertificeerde producenten vergroot, neemt ook het risico toe dat daar ‘cowboys’ tussen zitten. Enerzijds kunnen ze beter binnen dan buiten de standaard zitten want dan worden ze tenminste gecontroleerd. Anderzijds is het belangrijk om in dat geval als organisatie waakzaam te zijn zodat het systeem niet onderuit gehaald wordt.

Is het de bedoeling om enkel nog RTRS-gecertificeerde soja aan te bieden in Europa? Gaat de landbouwer meer geld op tafel moeten leggen voor die maatschappelijk verantwoorde soja?
Patrick Vanden Avenne: Het is mijn ambitie om te streven naar 100 procent RTRS-gecertificeerde soja in Europa. Gecertificeerde soja mag zeker niet verwateren tot een nicheproduct, daarom ook dat ggo-soja toegelaten is in de RTRS-standaard. In Argentinië is 99 procent van de sojaproductie genetisch gemodificeerd en de VS volgt met 70 procent. Dat lijkt me een onomkeerbaar proces zodat ‘niet-ggo’ een criterium zou zijn waarop alle grote sojaproducenten zouden afhaken aangezien ook in Brazilië het aandeel ggo-soja toeneemt. Een meevaller voor de RTRS is dat de biobrandstofsector mee aan de kar trekt sinds de EU RED (Renewable Energy Directive) van toepassing is, een Europese richtlijn die bepaalt dat de grondstoffen voor biobrandstof ook moeten verduurzamen. Aangezien de biobrandstofsector sojaolie als grondstof gebruikt, terwijl de sojaschroot naar de veevoederfirma’s verscheept wordt, kan de RTRS-standaard uitgroeien tot een gemeenschappelijk instrument. De aanvraag is ingediend en de Europese Commissie hoeft alleen haar fiat nog te geven opdat RTRS-gecertificeerde soja zou voldoen aan de RED mits daar een vijftal criteria op geënt worden. Slagen we er in om van gecertificeerde soja de hoofdstroom te maken, dan betekent veevoeder op basis van maatschappelijk verantwoorde soja amper een meerkost voor de landbouwer omdat bij grote volumes de additionele kosten beperkt zijn.

Waarom zou een sojaboer zich engageren om gecertificeerde soja af te leveren als een grote afnemer als China niet moeilijk doet over de productiewijze van de soja?
Patrick Vanden Avenne: Veel landbouwers zullen zich laten overtuigen door de verbetering van hun opbrengsten dankzij begeleiding, het toepassen van goede landbouwpraktijken en de feedback bij audits. Los daarvan is de EU een belangrijke afnemer voor sojaboeren in Brazilië en Argentinië. Op een wereldhandel van 120 miljoen ton, importeert de EU jaarlijks toch zo’n 35 miljoen ton soja. Al verkleint onze import wel, terwijl het aandeel van China groeit. En China, dat jaarlijks 30 miljoen ton soja invoert en over tien jaar 80 procent van de Braziliaanse productie opkoopt, stelt inderdaad geen enkele eis op het vlak van voedselveiligheid en maatschappelijk verantwoorde productie. Daarom is het ook zo belangrijk dat de EU in één blok kiest voor gecertificeerde soja zodat de onderhandelingsmacht ten aanzien van de producenten groot is.

235 ngo’s schreven in juni een open brief waarin ze de RTRS in vraag stellen. Waarom zijn zij gekant tegen het maatschappelijk verantwoord verklaren van ggo-soja?
Patrick Vanden Avenne: Er is om te beginnen die algemene angst van ngo’s om samen te werken met de industrie uit schrik hun ‘zieltje te verbranden’. Maar wat schiet je op met prachtige principes als de verwezenlijking ervan aan je neus voorbij gaat? Af en toe moet je als ngo je nek durven uitsteken om samen te werken met de bedrijfswereld. De toetreding van agrochemieconcern Monsanto was een discussiepunt binnen de RTRS, dus zal het zeker een doorn in het oog zijn van veel ngo’s. Zij hebben immers kritiek op het certificeren van genetisch gemodificeerde soja en tegelijk ook op de marktmacht van enkele agrochemiereuzen voor wat die ggo's betreft. Persoonlijk is mijn enige bezwaar tegen ggo’s dat een handvol spelers een erg dominante positie op de markt inneemt. Het lijkt mij een taak voor de autoriteiten om de concurrentie te bevorderen. Ggo-soja weren uit de RTRS-standaard, zoals de ngo’s vragen, is zeker niet de juiste oplossing. Vanwege de omvang van de ggo-productie zou RTRS-gecertificeerde soja zichzelf degraderen tot een duur nicheproduct. Bovendien is de ggo-discussie minder zwart-wit dan in de perceptie van veel ngo’s. Zo blijken de percelen met niet-ggo soja zich het dichtst bij het Amazonewoud te bevinden omdat de ziekte-, onkruid- en contaminatiedruk daar het laagst is. De RTRS besliste trouwens recent dat zodra alle soja maatschappelijk verantwoord is, er bijkomende eisen zoals niet-ggo of biologische soja geënt kunnen worden op de RTRS-standaard.

Hoe verloopt de samenwerking met de ngo’s binnen de RTRS? Waarom sparen andere ngo’s hun kritiek niet op de deelname van WWF en Solidaridad aan de RTRS?
Yvan Dejaegher: Elke beslissing binnen de RTRS wordt altijd unaniem genomen. Dat maakt het proces zeer traag zodat bijvoorbeeld twee jaar werd besteed aan het uitschrijven van de standaard. Noem het langzaam maar zeker vooruitgaan. Ook de ngo’s, meer bepaald WWF en Solidaridad, moeten zich dus achter elke beslissing van de RTRS scharen. Soms verloopt die samenwerking op het scherp van de snee, maar we blijven altijd discussiëren om tot een oplossing te komen. Doorheen dat proces heb ik veel respect en bewondering gekregen voor WWF en Solidaridad. Ze koppelen een gezonde dosis pragmatisme aan veel idealisme en willen echt tot een oplossing in het veld komen. Daardoor onderscheiden ze zich van andere ngo’s die de dialoog met de industrie niet durven aangaan. Nochtans bereikt men niets met op een eiland het eigen ideaal te blijven uitroepen. WWF Brazilië krijgt bakken kritiek van andere ngo’s omdat zij het RTRS-verhaal steunen. Maar de andere ngo’s gaan daarmee wel voorbij aan het feit dat WWF Brazilië de situatie op het terrein veruit het best kent.

Zal de RTRS haar naam van internationale standaard kunnen waarmaken?
Patrick Vanden Avenne: Ik denk en hoop alvast dat de ambitie van FEFAC waarheid wordt en RTRS-gecertificeerde soja de belangrijkste, als het kan zelfs de enige, sojastroom voor veevoeder wordt. Er is immers geen waardig alternatief zodat het jammer is dat organisaties als Wervel en Greenpeace niet ingingen op onze vraag om deel te nemen. De partners om het RTRS-verhaal tot een goed einde te brengen, zijn vandaag al verzameld. Het uitschrijven van de standaard is gebeurd, maar dat was in feite het makkelijkste deel van het werk. De standaard implementeren, dat zal pas een uitdaging worden. Over elke stap zal goed nagedacht moeten worden om de geloofwaardigheid niet te ondergraven.

test

Volg VILT ook via