Populieren- en wilgenbos voor energiewinning aangeplant

Verstuur naar een vriend(in) Afdrukken

In het Oost-Vlaamse Lochristi loopt een proefproject om hernieuwbare energie te halen uit de verbranding en vergassing van houtachtige gewassen. “Na vier jaar moet duidelijk worden hoe efficiënt populieren en wilgen zijn als hernieuwbare bio-energiebron en of de kosten de baten niet overtreffen”, zegt Reinhart Ceulemans, hoogleraar plantenecologie aan de universiteit van Antwerpen.


De komende dagen gaan er 180.000 stekken van wilgen en populieren in de rond, verspreid over een oppervlakte van 20 ha. Het gaat om dertien populierenklonen en vijf wilgensoorten. “Het gaat hier allemaal om materiaal uit België en Nederland en Euramerikaanse kruisingen. Voor alle duidelijkheid: we werken niet met genetisch gemanipuleerde bomen en ons project mag dus niet verward worden met een project met ggo-populieren dat loopt aan de Gentse universiteit”, aldus Ceulemans.

“Na twee jaar worden de bomen gerooid en daarna verbrand of vergast, om zo via turbines stroom op te wekken. Nog eens twee jaar later gebeurt dit voor een tweede keer”, licht Ceulemans , behalve hoogleraar ook directeur van het onderzoeksexcellentiecentrum Eco, het project toe. Na die tweede fase loopt het project af. “Dan zal moeten blijken hoe efficiënt die houtige gewassen zijn voor energieproductie”, aldus Ceulemans.

Voor hem zal het project pas geslaagd zijn als het hele proces broeikasneutraal is. “Dat wil zeggen dat het niet meer koolstofdioxide uitstoot dan het opslorpt. Ook de rekening van andere broeikasgassen, onder meer methaan en lachgas, wordt gemaakt”. Dat maakt het hele onderzoek tot pionierswerk, want volgens Ceulemans is het de eerste keer in de wereld dat op operationele schaal onderzoek wordt verricht naar het belang van houtachtige gewassen.

“De hele input wordt opgelijst en vergeleken met wat het ons uiteindelijk zal opleveren. We zijn daarin heel correct: behalve alle uitstoot lijsten we ook de hoeveelheid koolstof op die in de bodem wordt gestockeerd. De tractoren die het terrein bewerken, zijn zelfs uitgerust met een zender waardoor we de afgelegde afstand en hun verbruik meten”, stelt de hoogleraar die naar eigen zeggen gelooft in de positieve resultaten die het onderzoek zal opleveren.

Het project loopt samen met het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO). INBO zal advies geven en krijgt een hectare van het terrein ter beschikking om te experimenteren met eigen variëteiten. Het prijskaartje van het onderzoek bedraagt 3 miljoen euro, dat wordt betaald door de European Research Council en de Vlaamse regering.

 

bron De Standaard

12/04/2010

Delen op facebook