nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

14.01.2005 Productie gengewassen kent opmars in Derde Wereld

De productie van transgene gewassen is vorig jaar met 20 procent gestegen. Meer en meer arme boeren in de derde wereld grijpen ernaar. De strategie van de biotech-industrie om voet aan de grond te krijgen in ontwikkelingslanden lijkt kwantitatief te lukken want de stijging is daar voor het eerst groter dan in de industrielanden, maar het aantal landen dat ggo's produceert is niet uitgebreid. Zo staat in De Morgen te lezen.

De toename van 20 procent in 2004 is de op een na grootste sprong die opgetekend werd sinds er in 1996 begonnen werd met de commerciële productie van genetisch gemodificeerde organismen. Dat brengt de landbouwoppervlakte die daarvoor gebruikt wordt wereldwijd op 81 miljoen hectare.

Meer dan 8 miljoen boeren in 17 landen zijn er nu bij betrokken, zo blijkt uit het jongste rapport van de ISAAA, een door de biotech-industrie gesponsorde internationale organisatie die de verspreiding van biotechnologie promoot. De productie mag dan wel toegenomen zijn, in aantal landen is er veeleer sprake van een achteruitgang: één, niet nader genoemd land hield er immers mee op.

Het landenaantal moet verder ook gerelativeerd worden omdat afgerond 80 procent van de ggo-productie in twee landen geconcentreerd zit: de VS (59 procent) en Argentinië (20 procent). Daarna komen Canada en Brazilië (ruim 6 procent), China (bijna 5), Paraguay (1,5) en India en Zuid-Afrika met elk 0,6 procent. De rest heeft een nog kleiner aandeel.

Voor het eerst was de toename van ggo-areaal groter in de ontwikkelingslanden dan in de geïndustrialiseerde wereld, waar er respectievelijk 7,2 en 6,1 miljoen hectare bijkwamen. Voor de sector van de biotechnologie in de landbouw is de derde wereld een nieuw wingewest voor ggo's, al wordt vooral het argument uitgespeeld dat die technologie onontbeerlijk zal zijn om de honger in de wereld op te lossen. Die stelling wordt bijgetreden door een deel van de wetenschappelijke wereld en de Wereldvoedselorganisatie FAO maar fel bestreden door milieuorganisaties, die erop wijzen dat er voldoende voedsel wordt geproduceerd om de wereld te voeden maar het niet altijd terechtkomt waar het nodig is.

Gezien de toename in de derde wereld verwacht de ISAAA dat het GGO-areaal tegen 2010 bijna verdubbeld zal zijn. Tegen het eind van het decennium zouden 15 miljoen boeren in 30 landen ggo's telen op 150 miljoen hectare, raamt de lobby-organisatie. Vooral China en India breiden hun productie van transgene gewassen uit.

Het aantal landen dat er meer dan 50.000 hectare van teelt en daarom door de ISAAA als 'megaland' voor GGO's wordt beschouwd, is opgeklommen van tien naar veertien. Ook Paraguay, Mexico, de Filippijnen en Spanje behoren nu tot die club. Spanje is daarmee het enige land in de Europese Unie dat echt voor de GGO-teelt kiest. Sinds het moratorium op de import en kweek van ggo's vorig jaar in de EU werd opgeheven na goedkeuring van een strenge regelgeving voor etikettering en traceerbaarheid, plantte Spanje 58.000 hectare transgene maïs. Bij de kandidaten om tot de EU toe te treden trekt Roemenië de kaart van de ggo's. Het breidde zijn areaal transgene sojabonen uit tot 100.000 hectare.

Het aantal soorten GGO-gewassen blijft intussen beperkt tot soja, maïs (die allebei vooral in het veevoeder gaan) en katoen. Dat zal wellicht nog enige tijd zo blijven. Monsanto, de grootste producent van GGO-zaden, heeft zijn plannen om transgeen graan op de markt te brengen opgeborgen onder druk van het wantrouwen van tarweboeren en (buitenlandse) consumenten.

De sector maakt zich sterk dat de toename van de ggo-teelt het scepticisme omtrent genvoedsel, dat in het weerspannige Europa het etiket 'Frankenstein'-voedsel meekreeg, finaal zal overvleugelen. Zij argumenteren dat de oogst groter is, er door de genetische wijziging minder bestrijdingsmiddelen nodig zijn en de boer een hoger inkomen realiseert. Men beseft dat dit argumenten zijn die voor arme boeren vaak opwegen tegen de risico's voor de voedselveiligheid en het milieu.

Milieuorganisaties plaatsen daar tegenover dat er nog grote onzekerheid bestaat omtrent de langetermijneffecten van genetisch gemanipuleerd voedsel voor mens en natuur, terwijl het nu vaak voorkomt dat gewone landbouwgewassen via kruisbestuiving door GGO's worden besmet.

Bron: De Morgen

Volg VILT ook via