nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

Aardappel helpt Verenigde Naties uit de puree
10.01.2008  Romain Cools - Belgapom

Misschien eet u hem het liefst onder de vorm van krokante pureerozetjes, diepgevroren friet of huisbereide kroket. Maar de aardappel is ondanks zijn ietwat oubollig imago nog altijd springlevend. Door 2008 uit te roepen tot het Jaar van de Aardappel bombardeert de VN de aardappel zelfs tot geheim wapen om de Millenniumdoelstellingen waar te maken. “Dit initiatief opent voor ons deuren”, zegt Romain Cools van Belgapom.

Hoe zwaar weegt de aardappelteelt op mondiale schaal?
Romain Cools: Met een totale productie van 315 miljoen ton is de aardappel momenteel het vierde belangrijkste landbouwgewas ter wereld, na rijst, tarwe en maïs. Meer dan de helft van dit volume wordt geoogst in ontwikkelingslanden, waar de teelt overigens aan populariteit wint. Voor de hongerige magen in arme landen is de hoge voedingswaarde van de aardappel letterlijk van levensbelang. De knol is rijk aan bijvoorbeeld kalium en vitamine C. Hij bevat verder veel koolhydraten van het trage type. Dat wil zeggen dat ze slechts langzaam door het lichaam opgenomen worden en dus de honger afremmen. Geen enkel basisvoedsel haalt op een perceel grond zo’n hoog rendement aan calorieën als de aardappel, die bovendien geen watervreter is zoals rijst. Het enige nadeel is de complexe teelt in vergelijking met pakweg maïs. Om de ziektedruk op een aardappelperceel te bewaken, heb je veel handen en ogen nodig. Maar die zijn voorradig in de ontwikkelingslanden. Het Internationaal Jaar van de Aardappel wil een platform bieden om de troeven van de aardappel nog beter te valoriseren. En dat is geen initiatief van de Flair, hé. Het werd op voorstel van de FAO goedgekeurd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.

Welke zijn de belangrijkste groeilanden voor de aardappel?
Zonder twijfel China en India. McCain plant er bedrijven en ook de Belgische aardappelverwerkers denken eraan om op die groeimarkten te investeren. Ze zijn er bijna allemaal op bezoek geweest, en dat was niet om vakantie te nemen. De meest frappante indicator voor de groei van de aardappelteelt in ontwikkelingslanden is overigens de aanwezigheid van fastfoodketens. Eenmaal die ergens gevestigd zijn, volgen automatisch de aardappelverwerkende bedrijven. Maar ook in sub-Sahara Afrika heeft de aardappelteelt een groot potentieel. Zo steunt de Ierse aardappelsector een project in Malawi. Het zou mooi zijn indien we dit jaar ook in ons land fondsen kunnen bijeenbrengen.

Hoe moet dat gebeuren?
Onder impuls van Belgapom heeft de ganse aardappelketen samen met de overheid een task force opgericht die activiteiten coördineert in het kader van het Jaar van de Aardappel. Die werkgroep heeft al een oproep gelanceerd naar alle landbouwministers in ons land om de engagementen na te komen die België als lid van de VN heeft aangegaan. Daarnaast gaan de aardappelverwerkers zelf ook een aantal acties organiseren om geld in te zamelen. We hopen dat dit alles een aantal cheques oplevert waarmee ngo’s aardappelprojecten kunnen opzetten in ontwikkelingslanden. Misschien kunnen we daarbij ook de expertise van het Proefcentrum voor de Aardappelteelt gebruiken.

Betekent het Jaar van de Aardappel ook iets voor Vlaanderen?
Daar gaan we met de task force heel hard aan werken. Om te beginnen, willen we onze sector beter promoten. We zijn wereldwijd de derde grootste exporteur van friet en onze aardappeltelers zijn bijna koploper inzake rendement. Maar we mogen niet blind blijven voor de pijnpunten: twintig jaar geleden was ons land de belangrijkste aardappelexporteur, maar intussen zijn we door een gebrek aan investeringen in het aardappelsegment onder de voet gelopen door de Fransen. De aardappel is geen knol meer, de kwaliteitszorg op alle vlakken is van primordiaal belang geworden. Voor de consument komen er extra acties om de grote verscheidenheid aan culinaire toepassingen van de aardappel te promoten. En na vele jaren windstilte gaan we ook weer iets doen voor scholen. In combinatie met een lespakket zullen we hen de kans geven om via aangeleverde pakketjes pootgoed en bijhorende handleiding zelf aardappelen te telen. Het leuke aan het Jaar van de Aardappel is dat we nu langs alle kanten overstelpt worden met voorstellen en ideeën. Bij beleidsmakers krijgen we deuren open die anders gesloten blijven.

Staat het aardappelareaal in Vlaanderen onder druk van de hoge graanprijzen?
De impact van de briobrandstof maakt me op termijn niet bang. Het is dan ook waanzin om zeker in een regio zoals Vlaanderen bieten of graan te telen voor energiedoeleinden. Vanuit ethisch oogpunt is dat een ramp en milieukundig is het niet eens efficiënt. Hoewel de aardappel altijd concurrentie zal ondervinden van andere voedingsgewassen, blijft onze sector een vaste waarde. De boeren beseffen dat ze met de aardappelteelt een goede boterham kunnen verdienen, zolang ze hun rendement niet berekenen over één enkel seizoen. Vergeet ook niet dat de aardappelteelt specialisatie vergt: speciale machines, opslagplaatsen, enzovoort. Die trend heeft een bijkomend voordeel: landbouwers maken bewuste en beredeneerde teeltkeuzes, hetgeen het speculatief karakter en de sterke prijsschommelingen van de aardappelteelt mildert. De aardappeltelers merken verder ook dat de verwerkende industrie nog altijd uitbreidt. Dat schept vertrouwen voor de toekomst.

Nochtans lijken de verwerkende industrie en de boeren permanent op gespannen voet te leven. Na de discussies over de contracten van vorig jaar is er nu weer onenigheid over de prijzen die doorgerekend worden aan de consument.
Wanneer de prijzen op de vrije markt hoog zijn, vinden sommigen de contractprijzen te laag, en vice versa. En als je prijsvergelijkingen maakt van winkelprijzen over een langere periode moet je natuurlijk weten dat in augustus vooral duurdere aardappelen uit onder meer het Middellandse Zeegebied in onze winkelrekken liggen. En het klopt dat de prijs van één kilogram vitelotte hoger is dan die van een jutezak met bintjes. Als het over frituuruitbaters gaat, weet iedereen dat de aardappel niet de enige kostcomponent is. Wat doe je met de frituurolie die in prijs verdubbeld is? Kijk, het is heel moeilijk om hierover te communiceren via de media, maar we beschikken over betrouwbaar cijfermateriaal dat aantoont dat de aardappelprijzen wel degelijk de markt volgen. Geloof trouwens niet dat de fabrikanten staan te roepen voor lage aardappelprijzen. Dan krijgen ze meteen de distributiesector aan hun deur, die er niet voor terugdeinst om zelfs contracten voor bepaalde duur te herzien. En al die kwaliteitseisen in lastenboeken zijn ook geen uitvinding van de verwerkende bedrijven, hé.

Vanaf 1 januari 2009 komen ook de aardappelen in aanmerking om toeslagrechten te activeren. Voor jullie is dat een jaar te laat?
We vormen eigenlijk één teeltgebied met Nederland en Frankrijk, en dus hadden we veel liever gezien dat er geen concurrentievervalsing zou optreden met onze noorderburen. Omdat vooral in Wallonië de vrees bestond dat een uitbreiding van de toeslagrechten hun bieten- en graanproductie zou desorganiseren, is een typisch Belgisch compromis uit de bus gekomen. Aangezien de Nederlandse aardappeltelers dit jaar al toeslagrechten kunnen activeren, zien we de contractteelt een stukje noordwaarts verschuiven.

Hoe sterk staat onze aardappelverwerkende industrie in vergelijking met het buitenland?
Op Europees niveau is Nederland koploper met een productievolume van ongeveer drie miljoen ton, gevolgd door Duitsland. Ons land en het Verenigd Koninkrijk delen de derde plaats, maar de twaalf à dertien aardappelverwerkers in België vormen samen wel de sterkste groeier van dit koppeloton. In 1995 verwerkten ze een half miljoen ton aardappelen, vorig jaar was dat 2,2 miljoen ton. Dat is zo’n zeventig procent van de totale Belgische aardappelproductie. De jongste jaren halen onze bedrijven hun groei vooral uit Noord-Frankrijk, waar met McCain slechts één grote aardappelverwerker is overgebleven. Het gevolg is dat inmiddels bijna duizend Franse boeren deelnemen aan de kwaliteitsborging die Vegaplan orkestreert. In eigen land is het aantal professionele aardappeltelers inmiddels onder de drempel van 10.000 beland, maar het areaal blijft vrij stabiel schommelen rond 65.000 hectare, waarvan ruim zestig procent zich in Vlaanderen bevindt.

De Belgische aardappelverwerkers zijn familiale ondernemingen…
Dat maakt hen uniek. De groep Lutosa is onze grootste aardappelverwerker, maar het blijft een familiebedrijf ondanks de overname door het Univeg-concern. Daarna volgen Clarebout, de groep Mydibel, Agristo en anderen, snelle groeiers maar honderd procent familiaal. Hun sterke troeven zijn flexibiliteit en snelheid. Ook de groep Farm Frites met Belgische vestigingen in Limburg is nog steeds een familiebedrijf. Bij multinationals zoals McCain of Pepsico werken natuurlijk ook erg competente mensen, maar de besluitvorming verloopt er toch anders. Deze grote bedrijven staan wel erg sterk bij de grootdistributie en bepaalde fastfoodketens, terwijl onze aardappelbedrijven goed scoren in de catering, de toeristische sector en op nieuwe markten zoals het Midden-Oosten. Op dit ogenblik staan veel firma’s wel voor een scharniermoment: de opvolging door de tweede generatie bedrijfsleiders zal bepalend zijn voor de toekomst. Dat er in ons land een vorm van consolidatie komt, sluit ik zeker niet uit.

Kan je het profiel van de aardappelmarkt in ons land schetsen?
De Vlaming consumeert op jaarbasis gemiddeld 87 kilogram aardappelen. Daarvan nemen de gezinsaankopen op de versmarkt veertig kilogram voor hun rekening. Op het vlak van variëteiten zien we op deze versmarkt een belangrijke verschuiving naar kleinere aardappelen, met mooie vorm en dunne schil zoals charlotte, nicola of andere variëteiten. We hebben een tien- tot vijftiental professionele verpakkers die zich met deze niche bezighouden. De voorbije jaren importeerden ze meer en meer Franse aardappelen omdat de grondstructuur bij onze zuiderburen beter geschikt is voor deze specifieke variëteiten. Met plezier stel ik vast dat het aandeel van de Belgische aardappelen in dit segment de jongste jaren weer groeit. Het gaat vooral om aardappelen die onder contract en met de nodige begeleiding geteeld worden. We spreken dan ook van opbrengsten die fors lager kunnen liggen dan die van bijvoorbeeld bintjes.

Stilaan consumeren we meer verwerkte dan verse aardappelen?
In Engeland worden gemiddeld al meer chips en frieten geconsumeerd dan verse aardappelen, maar bij ons is het nog niet zover. De Belg koopt gemiddeld 4 à 5 kilogram verwerkte aardappelen in de winkel. Daarnaast is er nog een pak buitenhuisconsumptie, waarover voorlopig nog geen gedetailleerde cijfergegevens bestaan. Zeker is dat onze aardappelverwerkers ongeveer 85 procent van hun totale productie exporteren, met als belangrijkste afzetmarkt Frankrijk. Maar we exporteren over de hele wereld, van Japan tot Zuid-Amerika.

De voorbije jaren werd al meerdere keren de doodsklok geluid voor het bintje.
Nieuwe variëteiten hebben de voorbije jaren een sterke druk gezet op het bintje, maar die nieuwkomers hebben intussen ook bewezen niet feilloos te zijn. Een aardappelras zoal agria bewaart nog moeilijker dan het bintje. In Nederland en Frankrijk is het ras nagenoeg verdwenen, maar bij ons is het bintje nog altijd goed voor bijna driekwart van de knollen die de aardappelverwerkers gebruiken, ook al is het historische recordareaal van 60.000 hectare bijna gehalveerd. De voordelen van dit ras zijn gekend: het is een smaakvolle aardappel die zich makkelijk aanpast aan diverse klimaatomstandigheden. Bovendien is het een vrij ras, waardoor het pootgoed relatief goedkoop is. Een aardappelboer heeft met zijn bintjes de keuze uit drie afzetmarkten: de versmarkt, de verwerking en de export. Wie een ras teelt dat enkel geschikt is voor de frietindustrie, maar door de weersomstandigheden de normen niet haalt, heeft een probleem. Daartegenover staat evenwel dat het bintje zeer ziektegevoelig is, wat de teelt duur kan maken, zoals tijdens het huidige seizoen het geval was. Meer resistente rassen spelen hierop in en winnen beetje bij beetje marktaandeel.

Een aantal boeren hebben de voorbije jaren een eigen schilbedrijf opgestart. Bang voor de concurrentie?
Ik ben er inderdaad bang voor. Niet omdat die landbouwers marktaandeel wegpikken, want het gaat om een marginaal fenomeen. Ik begrijp natuurlijk dat boeren toegevoegde waarde willen creëren na een moeilijk jaar, maar ze moeten zich vooraf heel goed informeren. De investeringsdrempel is zeer hoog, de hygiëne-eisen zijn niet van de poes, de milieukost is zwaar en ook het grondstoffenbeheer en de personeelslast worden vaak onderschat. Remofrit is een mooi voorbeeld van hoe een onteigende boer in de polders er in geslaagd is om een schitterend project uit te bouwen, maar ik heb ook al sociale drama’s meegemaakt. Ooit heeft Belgapom gedurende twee jaar cursussen georganiseerd voor aardappelhandelaars. Van de 35 deelnemers hebben er vijf hun zaak stopgezet, en dat vond ik heel positief. Kwestie van de mogelijke financiële ellende tijdig te ondervangen. Bezint eer ge begint, is de boodschap. Belgapom staat open om alle startende ondernemers zo breed mogelijk te informeren. Daarnaast worden diverse opleidingen voorzien, met een klemtoon op de kmo’s.

In welke mate kijken onze aardappelverwerkers uit naar gemodificeerde variëteiten?
Ruim twintig jaar geleden heeft Belgapom samen met de SERV reeds een project opgestart. Van zodra Greenpeace en later ook de publieke opinie zich tegen genteelten gekeerd hebben, is het enthousiasme in de sector snel uitgedoofd. Maar nu is er een zetmeelaardappel op komst die allicht in het noorden van Nederland zal geteeld worden voor Avebe. In diezelfde grond zullen ook andere aardappelen geteeld worden, en wat dan? Moeten er in onze sector tolerantiedrempels komen? Persoonlijk denk ik dat de terughoudendheid van de Europese beleidsmakers niet zal standhouden onder de economische druk die stilaan toch heel groot wordt. En als er straks een bintje komt dat resistent is tegen de aardappelplaag, dan zit er nog heel wat muziek in dat ras. De overheid moet nu maar eens eerlijk zijn met zichzelf. De Fransen verbieden enerzijds de teelt van transgene maïs maar tegelijkertijd behoudt men de steun aan het onderzoek naar dergelijke teelten. Dit lijkt me een hypocriete houding.

Hoe zie je de aardappelconsumptie evolueren?
Ik ben niet pessimistisch. De voorbije vijftien jaar is de consumptie wel met vijftien procent gedaald, maar de jongste tijd stabiliseren de cijfers zich. En interessant om weten is dat het rijst- en pastaverbruik niet toenemen. De aardappelstatistieken zijn grotendeels gedaald als gevolg van de stijgende buitenhuisconsumptie en het feit dat de consument kleinere porties consumeert dan vroeger het geval was. Met VLAM zouden we in de toekomst nadrukkelijker de cateringsector kunnen bespelen. Belangrijk is verder dat het aantal kopende gezinnen toeneemt. En met de beeldvorming rond de aardappel is ook niks mis: de mensen vinden het een lekker en gezond product. Het komt er op aan de diverse bereidingsmogelijkheden en het gebruiksgemak te promoten. De industrie zal er in elk geval voor zorgen dat heel wat aardappelen onder de vorm van een gemaksproduct op het bord van de consument belanden, waarbij ook de gezondheidsfactor een steeds belangrijker rol zal spelen. Zo komen nu reeds meer vetarme producten op de markt.
 

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via