"Ruimte voor vooruitgang op vlak van biodiversiteit"

Verstuur naar een vriend(in) Afdrukken

De VN hebben 2010 uitgeroepen tot het Internationaal Jaar van de Biodiversiteit, maar veel reden tot feesten is er niet, ook niet in Vlaanderen. "Een vergelijking met buurlanden leert dat we zwak presteren", zegt INBO-onderzoeker Maarten Hens, die benadrukt dat ook de landbouwsector extra inspanningen moet leveren om de milieudruk verder te doen dalen.


Bij de laatste update eind vorig jaar van de rode lijst van de International Union for Conservation of Nature (IUCN) werden 47.677 plant- en diersoorten onderzocht, waarvan er 17.291 bedreigd zijn. "Telkens wanneer een nieuwe rode lijst verschijnt, is het aandeel van bedreigde soorten beduidend toegenomen. Ook in Vlaanderen is ongeveer een derde van de plant- en diersoorten in zijn voortbestaan bedreigd", zegt Hens in geVILT.

De INBO-onderzoeker erkent dat rekening moet gehouden worden met het feit dat Vlaanderen een van de meest dichtbevolkte regio’s ter wereld is. "Maar ook in een vergelijking met economische topregio’s komen we er op het vlak van bijvoorbeeld de oppervlakte bos- en natuurgebied redelijk bekaaid vanaf", luidt het. Vlaanderen kan dus zeker nog vooruitgang boeken, en dat geldt volgens Hens ook voor de agrarische sector.

"Buiten landbouwgebieden zorgt de landbouw vooral voor milieudruk door vermesting. Daarnaast mag ook de impact van verdroging en verontreiniging met pesticiden niet onderschat worden. Binnen de landbouwgebieden is het verhaal complexer. Ooit heeft het in cultuur nemen van gronden geleid tot een verhoging van de biodiversiteit in Europa. Maar door de intensivering en schaalvergroting is de soortenrijkdom de jongste decennia sterk achteruitgegaan", aldus Hens.

Zo is de populatie van de veldleeuwerik sinds 1970 met negentig procent achteruitgegaan. Van de grauwe gors werden in de periode tussen 2000 en 2002 nog 850 à 1.000 broedparen aangetroffen in Vlaanderen. In 2008 vonden de onderzoekers amper nog een 200-tal broedparen. "Dat betekent een achteruitgang van bijna tachtig procent in amper acht jaar tijd", legt Hens de vinger op de wonde.

Op het vlak van de milieudruk kan niemand ontkennen dat de land- en tuinbouwers de voorbije jaren zware inspanningen geleverd hebben, en met succes. Maar de eindstreep is nog niet in zicht. "In de Kaderrichtlijn Water is sprake van nitraatgehaltes van 10 à 15 milligram per liter in plaats van 50 milligram. Het nutriëntenmanagement op bedrijfsniveau zal dus nog moeten aangescherpt worden. Daar is ook ruimte voor aangezien het gemiddelde bemestingsniveau nog altijd boven de nutriëntenbehoefte van de gewassen ligt", besluit Hens.

Lees ook: "Vermesting blijft biodiversiteit parten spelen"

Meer informatie: Internationaal Jaar van de Biodiversiteit


 

 

bron eigen verslaggeving

25/01/2010