nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

Groot, groter, grootst?
13.05.2013  Schaalvergroting

Wat vinden Vlaamse boeren en tuinders zelf van schaalvergroting? Met die vraag nodigden we hen vorig jaar uit om een enquête van de Universiteit Gent in te vullen. De resultaten weerspiegelen de diversiteit van de Vlaamse land- en tuinbouw. “Schaalvergroting maakt onze bedrijven efficiënter”, vinden landbouwers die voor een meer grootschalige aanpak opteren. Zij vragen de overheid om geen (bijkomende) grenzen aan de groei te stellen. Maar de studie laat ook een ander geluid horen. “Zorg voor het behoud van kleine familiebedrijven”, klinkt het bij kleinere, verbrede en gespecialiseerde landbouwbedrijven die zich bedreigd voelen door de schaalvergroting. In vrijwel alle deelsectoren ambiëren landbouwers groei om in de toekomst te ‘overleven’. Toch verwacht bijna de helft van de 580 landbouwers die de enquête volledig invulden dat hun bedrijfsgrootte de komende tien jaar onveranderd blijft. Dat kan te maken hebben met de vele obstakels die het pad van een groeier kruisen: dure en vooral schaarse grond, hoge kosten, lage prijzen voor landbouwproducten, enz. Het gezinsbedrijf geniet veel vertrouwen als garantie voor de toekomst.

De online bevraging van alle geregistreerde land- en tuinbouwers in Vlaanderen leverde 580 bruikbare antwoorden op. Bij het interpreteren van de antwoorden mag dus niet uit het oog verloren worden dat maar 2,3 procent van de Vlaamse boeren en tuinders een half uur van zijn kostbare tijd in de enquête heeft geïnvesteerd. Bovendien is er niet gewerkt met een steekproef maar met een via de landbouwmedia verspreidde oproep naar alle landbouwers.

44 procent denkt dat schaalvergroting noodzakelijk is

Vlaamse land- en tuinbouwers zijn zich bewust van de schaalvergroting in hun sector. Vooral de grotere bedrijven zien schaalvergroting als een positieve zaak, terwijl kleine bedrijven en landbouwers zonder opvolger dit eerder als negatief ervaren. 44 procent van de respondenten denkt dat schaalvergroting op lange termijn noodzakelijk is op het eigen bedrijf. Anderzijds heeft 38 procent van de landbouwers ook zonder groeiplannen vertrouwen in de toekomst.

kalf.stal.2.jpgOndanks het grote aantal landbouwers dat van mening is dat hun bedrijf moet groeien om over tien jaar nog te bestaan, wordt schaalvergroting niet als zaligmakende strategie gezien. Grote bedrijven zien vaker heil in schaalvergroting omdat het tot meer efficiëntie leidt. Maar een ruime meerderheid is er ook van overtuigd dat schaalvergroting de boer dwingt tot het nemen van “onverantwoorde risico’s” in een sector die steeds kapitaalsintensiever wordt. Zo voelen kleine en gespecialiseerde bedrijven zich bedreigd door schaalvergroting en wensen zij meer maatregelen van de overheid voor het behoud van kleine familiebedrijven.

Alternatieven voor schaalvergroting?
Landbouwers zijn van mening dat nevenactiviteiten zoals hoeveverkoop of -toerisme op een stijgend aantal bedrijven voor een extra inkomen zullen zorgen. Maar dat betekent niet dat de toekomst van de Vlaamse landbouw eerder ligt in de rechtstreekse verkoop aan de consument dan in de productie voor verwerkende industrie en groothandel. Beide verkoopskanalen hebben hun bestaansrecht, zo wordt benadrukt in de studie. Investeren in nieuwe technologieën en milieuvriendelijke productiesystemen is volgens veel landbouwers belangrijker om te overleven, dan enkel investeren met het oog op schaalvergroting.

77 procent gelooft in meer samenwerking

De kosten verlagen en de efficiëntie verhogen, kan behalve door schaalvergroting ook via samenwerking. Het delen van machines is daar een goed voorbeeld van. Ook om meer marktmacht te verwerven tegenover grootdistributie en multinationals, kan samenwerking tussen individuele landbouwers en binnen de keten voor een ruime meerderheid van de boeren (77%) een alternatief voor schaalvergroting zijn.

Nog eens 77 procent van de landbouwers gelooft enkel in groei als er aan afzetzijde extra mogelijkheden worden gecreëerd. Vier op de tien landbouwers denken dat het afsluiten van contracten voor de oogst belangrijker wordt in de toekomst. De helft van de landbouwers heeft er geen moeite mee dat boeren en tuinders rechtstreeks contracten afsluiten met grootwarenhuizen. Een minderheid van de landbouwers vindt dat zijn ‘traditionele’ deelsector dringend nood heeft aan vernieuwing om te overleven.

Groeien met de handrem op
Buurtprotesten zetten volgens 64 procent van de landbouwers een rem op de schaalvergroting in de land- en tuinbouw. Maar zij kijken ook kritisch naar zichzelf, “een uitbreiding vergt meer managementvaardigheden van mij”, en naar hun bedrijf. De voornaamste hinderpalen voor bedrijfsuitbreiding zijn de grondprijs (voor 87% van de landbouwers een belemmering), stijgende kosten (83%), de beschikbaarheid van grond (78%), lage prijzen voor hun producten (72%), de macht die grootwarenhuizen (71%) en directe afnemers (53%) hebben en de evoluties op de wereldmarkt (58%). Door de ‘grondproblematiek’ ziet het merendeel van de boeren de noodzaak in van een soepelere pachtwetgeving die eigenaars stimuleert om hun gronden te verpachten.

varkensstal_ILVO.2.pngDe helft van de respondenten ervaart ook de verplichte nutriëntenemissierechten (NER’s), stedenbouwkundige en milieuvergunning als een obstakel voor zijn bedrijfsvoering. De dierenwelzijnsregels zijn voor 46 procent van de landbouwers een belemmerende factor. Telkens is er een groep landbouwers die uit deze belemmeringen kansen put. In het laatste geval weet bijvoorbeeld 11 procent van de landbouwers dierenwelzijn om te buigen tot een stimulans.

Elementen die de groei van land- of tuinbouwbedrijven in mindere mate fnuiken, zijn de lastige zoektocht naar bekwaam personeel en het verkrijgen van een lening bij de bank. Hoewel het Landbouwrapport 2012 leert dat slechts 14 procent van de Vlaamse boeren en tuinders een opvolger heeft klaarstaan, komt dat opmerkelijk genoeg niet voor in het lijstje van belangrijke belemmeringen. De helft van de boeren kan er nog geen uitspraak over doen. Bij de anderen is de groep die spreekt van een stimulans even groot als de groep die het voortbestaan van zijn bedrijf somber inziet. Mogelijk hebben die bedrijfsleiders geen uitzicht op een opvolger.

42 procent beschouwt VLIF-steun als een stimulans voor bedrijfsuitbreiding

De investeringssteun van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) is voor vier op de tien landbouwers een stimulans om hun bedrijf te laten groeien. Toch vindt een meerderheid (60%) van de boeren dat VLIF-steun beperkt moet worden tot een bepaalde bedrijfsgrootte en dat de overheid investeringssteun moet afbouwen die enkel gericht is op schaalvergroting (47%). Alle steun die door de overheid wordt gegeven, moet volgens 62 procent van de landbouwers gericht zijn op het duurzamer maken van de sector.

Grenzen aan de groei?
melkveestal.zonnepanelen.2.jpgOver de zin of onzin van wettelijke beperkingen aan de groei van landbouwbedrijven verschillen de landbouwers ernstig van mening. 38 procent vindt dat het hoog tijd wordt dat Vlaanderen in zijn milieubeleid maximumnormen voor de bedrijfsgrootte vastlegt, terwijl 35 procent daar niet van wil weten. “Zolang ze hun mest op een verantwoorde manier afzetten of verwerken, zouden veebedrijven zonder enige beperking moeten kunnnen groeien”, zegt 51 procent van de landbouwers. Weet dat 34 procent van hen het daar niet mee eens is. Wanneer we vragen of de overheid “oneindige groei” moet toelaten, antwoorden maar twee op de tien landbouwers bevestigend. Grote bedrijven zijn sneller de mening toegedaan dat de overheid geen maatregelen mag treffen om schaalvergroting tegen te gaan.

Voornamelijk kleine bedrijven en middelgrote bedrijven met verbrede activiteiten vinden dat de overheid schaalvergroting in de landbouw moet afremmen. Kleinere bedrijven, hoger opgeleide landbouwers en landbouwers in bijberoep hebben meer oog voor de marktkansen die diversificatie en lokale landbouw bieden. Op de verbrede bedrijven is vooral de verkoop van eigen producten op de hoeve populair.

48 procent vindt aparte zones voor grondloze veebedrijven geen goed idee

Een kwart van de landbouwers verlangt van de overheid dat zij in de toekomst aparte gebieden aanduidt voor nieuwe, grondloze veebedrijven. Zij krijgen wel tegenkanting van een twee keer zo grote groep landbouwers, die dat geen goed idee vindt. De helft van de landbouwers vindt dat we er alles aan moeten doen om zo veel mogelijk land- en tuinbouwbedrijven te behouden. Maar ze willen niet dat jongeren zich door een bedrijfsopvolging in hun ongeluk storten. “Verbied jongeren om te starten op een bedrijf met onvoldoende toekomstperspectief”, is het opmerkelijke advies van één op vier landbouwers. De meerderheid denkt daar anders over en dringt vooral aan op een specifiek ondersteunend overheidsbeleid voor jonge boeren.

Toekomstplannen
In bijna alle deelsectoren zijn landbouwers van mening dat de omvang van hun bedrijf op dit moment te klein is om te overleven. Binnen tien jaar mikken ze dan ook op een hogere productie op hun bedrijf. Dit is voornamelijk het geval op bedrijven met melkkoeien, vleesvee, akkerbouw, zeugen, vleesvarkens en pluimvee. Enkel bij glasgroenten willen de meeste landbouwers hun productie afbouwen en investeren in andere zaken. Landbouwers zonder bedrijfsopvolging hebben de voorbije vijf jaar minder geïnvesteerd en zullen ook minder investeren in de toekomst dan landbouwers die wel een opvolger voor hun bedrijf hebben.

39 procent wil minder toekomstgerichte bedrijven stimuleren om uit de sector te stappen

Vooral de grotere bedrijven zijn van mening dat de overheid de minder toekomstgerichte land- en tuinbouwers moet stimuleren uit de sector te stappen. Zo wordt meer ruimte gecreëerd voor de blijvers. Maar liefst driekwart van de landbouwers vindt dat pensioenboeren geen subsidies meer mogen krijgen. Grote bedrijven overwegen de komende tien jaar meer belangrijke veranderingen dan kleine bedrijven.

tractor.NewHollandb.2.jpgMaar het ziet er niet naar uit dat de sector overhaaste stappen zet: bijna de helft van de 580 landbouwers die de enquête volledig invulden, wil de huidige bedrijfstakken en -grootte gewoon aanhouden de komende tien jaar. Gemengde bedrijven hebben volgens de enquête meer nood aan bijkomende gronden dan gespecialiseerde bedrijven. Door de versnippering van het Vlaamse platteland vrezen landbouwers dat akkerbouw in de toekomst niet meer rendabel is.

Uit de ondervraging blijkt nog dat de bedrijfsleiders van gemengde en verbrede bedrijven meer te maken hebben met stress dan de andere landbouwers. Maar ook wie een klein of (middel)groot gespecialiseerd land- of tuinbouwbedrijf runt, werd het voorbije jaar al geconfronteerd met stress.

Aanbevelingen voor het beleid
De onderzoekster, masterstudente Communicatiewetenschappen Bo Zenner, besluit met een aantal aanbevelingen voor de beleidsmakers. Naarmate landbouwbedrijven groter worden, is er meer nood aan echte managementvaardigheden, economische en financiële kennis bij de bedrijfsleider. Land- en tuinbouwonderwijs, bijscholing en voorlichting zouden deze vaardigheden moeten bijbrengen. Het productiemiddel ‘grond’ baart landbouwers grote zorgen, een duidelijk signaal naar het beleid om een lange termijnvisie te ontwikkelen op de afbakening, beschikbaarheid en onwenselijke versnippering van landbouwgrond.

varkenshouderij_ILVO.1.pngDoor de steeds verder doorgedreven liberalisering van de landbouwmarkten snakt de sector naar oplossingen om de prijsvolatiliteit onder controle te krijgen. De overheid kan een kader scheppen waarbinnen systemen van risicobeheersing uitgebouwd kunnen worden. De overheid zou ook samenwerking tussen landbouwers kunnen faciliteren. Bovendien moet ze een waakhondfunctie vervullen in de keten, waar landbouwers de laatste en vaak zwakste schakel zijn. Bijna driekwart van de landbouwers ziet het gezinsbedrijf als de beste garantie voor een toekomstgerichte landbouw in Vlaanderen. De financiële draagkracht van zulke gezinsbedrijven zou dus een belangrijke toetssteen moeten zijn bij beleidsbeslissingen.

Dit rapport bevat heel wat stof tot zelfreflectie voor de landbouwsector. De resultaten van deze bevraging kunnen een breed debat over schaalvergroting in de landbouw en de rol van de overheid in gang zetten. Schaalvergroting is slechts één van de mogelijke pistes om een land- of tuinbouwbedrijf leefbaar te houden. Gelet op de kapitaalsintensiteit van de landbouw is het een piste waarbij voorzichtigheid geen overbodige luxe is. Verbreding van de activiteiten of samenwerking tussen landbouwbedrijven zijn evenwaardige keuzes. Binnen de landbouwsector ligt de nadruk vaak op schaalvergroting, terwijl buiten de sector verbreding meer sympathie oproept. “Door in het beleid en in de communicatie evenveel aandacht te besteden aan al deze strategieën kan er een landbouw ontstaan met vele gezichten, zowel naar identiteit als naar perceptie bij de burger”, besluit de onderzoekster. 

Mits vermelding van VILT.be als bron mag dit artikel overgenomen worden.
Meer info: Masterproef ‘Schaalvergroting in land- en tuinbouw’

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: VILT / ILVO

Volg VILT ook via