nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  


30.09.2007  "Schapensector heeft toekomst met veel gezichten"

Boerenbond raamt het aantal dode schapen door blauwtong op 18.500, goed voor een economische schade van ruim 4,8 miljoen euro. Sinds het fenomeen de media haalde, wordt druk gespeculeerd over maatregelen: een schaderegeling, een vaccinatieprogramma, een erkenning als landbouwramp. Maar hoe belangrijk is de idyllische schapenteelt eigenlijk nog in het verstedelijkte Vlaanderen?

De veehouderijtak met de hoogste aaibaarheidsfactor incasseert flinke klappen. Boerenbond raamt het aantal dode schapen door blauwtong op 18.500, goed voor een economische schade van ruim 4,8 miljoen euro. Sinds het fenomeen massale mediabelangstelling gekregen heeft, wordt er druk gespeculeerd over noodzakelijke maatregelen: een schaderegeling, een vaccinatieprogramma, een erkenning als landbouwramp. Maar hoe belangrijk is de idyllische schapenteelt eigenlijk nog in het verstedelijkte Vlaanderen?

Mocht deze crisis zich voordoen in de varkens- of kippensector, dan zou ze allicht meer aandacht krijgen. In kringen van schapenboeren was dit de voorbije weken een veelgehoorde opmerking. Vlaanderen telt wel 15.686 ‘beslagen’ die schapen huisvesten, maar slechts op een drieduizendtal bedrijven lopen meer dan tien exemplaren rond. Dan heeft men het al vlug over een ‘marginale’ sector. Amper 137 boerderijen huisvesten meer dan honderd schapen. "Je mag rekenen dat we een 50-tal veehouders hebben die een substantieel stuk van hun inkomen uit de schapenteelt halen. Een tiental boeren is er voltijds mee bezig", zegt Guy Vandepoel (36), die de schapenwerking binnen Boerenbond coördineert.

Wie er de statistieken op naslaat, stelt vast dat Vlaanderen ruim 148.000 schapen herbergt. "Dat aantal moet je verdubbelen, want het cijfer slaat enkel op de moederdieren", nuanceert Vandepoel. Het is bovendien een publiek geheim dat niet ieder schaap geteld geraakt. Het Voedselagentschap heeft nog maar eens een oproep gelanceerd om alle dieren te registreren. En hoe zit het met de evolutie? "De groeiende administratie weegt loodzwaar op de sector", zegt de Boerenbond-consulent, die het voorbeeld aanstipt van de jaarlijkse heffing die moet betaald worden aan het Voedselagentschap. "Een grote varkenshouder heeft er allicht geen moeite mee om 187 euro neer te tellen. De economische draagkracht van de schapenboeren is heel wat kleiner, maar ze moeten wel hetzelfde bedrag neertellen. Door dergelijke rompslomp heeft tien procent afgehaakt sinds begin dit jaar". Vandepoel geeft toe dat de teruggang ook wel te wijten is aan de vergrijzing onder de schapenkwekers, een fenomeen dat zich ook voordoet in andere landbouwtakken.

Schapen te huur. Heeft de schapenhouderij op de dure gronden in onze contreien nog wel een toekomst? "Zeker en vast", antwoordt Vandepoel resoluut. "Maar het is wel een nichemarkt waarin elke schapenboer zijn plaats moet proberen te vinden. Velen valoriseren marginale gronden of leegstaande stallen. Toch wordt het steeds moeilijker om een deftig inkomen te puren uit de verkoop van gewoon wat schapenvlees, tenzij die verkoop gebeurt binnen een exclusieve kwaliteitsketen". Terwijl de Vlaamse veehouders de helft van het geproduceerde varkensvlees over de grens moeten slijten, bedraagt de zelfvoorzieningsgraad voor schapenvlees slechts twintig procent. De grootste producenten zijn het Verenigd Koninkrijk en Spanje, die samen ruim de helft van het Europese schapen- en geitenvlees aan de man brengen. Daarnaast wordt jaarlijks 300.000 ton schapenvlees in de Europese Unie ingevoerd, waarvan ongeveer 240.000 ton uit Nieuw-Zeeland. "Vacuümverpakt en tegen een scherpe prijs", beseft Vandepoel maar al te goed.

Voor de doorsnee consument is lamsvlees overigens een delicatesse, die zeker niet elke dag op tafel belandt. Op jaarbasis verorbert de gemiddelde Europeaan slechts 2,9 kilogram en volgens prognoses van de EU-Commissie daalt dit cijfer tot 2,6 kilogram tegen 2014. Ter vergelijking: de doorsnee Belg eet jaarlijks ongeveer 50 kilogram varkensvlees, zonder de groeiende markt van de vleesmengelingen mee te rekenen. Promotie zou de consumptie van lamsvlees misschien kunnen aanzwengelen, maar veel geld is niet voorhanden. Van hun wol moeten de schapenboeren het al lang niet meer hebben: die brengt nog nauwelijks een eurocent in het bakje. Intussen evolueert de sector wel steeds meer naar een dienstverlenende rol: in Nederland verhuren heel wat boerderijen hun schapen aan bijvoorbeeld openbare besturen en natuurvereningingen, met de bedoeling om bepaalde terreinen gericht te begrazen. "Die trend is ook merkbaar bij ons, al staat ze nog in haar kinderschoenen. Helaas zie je nog al te vaak uitheemse runderen zoals Schotse hooglanders grazen in onze natuurgebieden", aldus Vandepoel.

Veel vraagtekens. Op korte termijn hebben de schapen andere katten te geselen, meer bepaald de knutten die sinds vorig jaar een gemuteerde versie van het Afrikaanse blauwtongvirus massaal verspreiden in ons land. "Afgaand op de symptomen kunnen we niet uitsluiten dat het virus zelfs al een jaar eerder de schapenkuddes teisterde". Dit jaar zijn bijna alle schapenbeslagen getroffen, ongeveer de helft van de dieren is ziek geworden, 20 à 25 procent heeft de epidemie niet overleefd. Deze massale sterfte is niet voor herhaling vatbaar. "Dit jaar zullen we wel overleven. Maar deze plaag houden we geen drie jaar vol", bevestigt de 26-jarige schapenfokker Stijn Thijs die samen met zijn vader in Vissenaken een gemengd bedrijf runt. Naast wat akkerbouw en vleesvarkens ontfermt de jonge veeboer zich over 130 fokooien, allemaal zuivere Texelschapen volgens de regels van het stamboek. Een honderdtal zijn de voorbije weken besmet geraakt, tien ervan zijn gestorven. Net zoals een twintigtal lammeren en, erger nog, twee van de drie fokrammen. "Voor die dieren mag je toch een prijs rekenen van 2.000 à 2.500 euro per stuk".

Tegen blauwtong schenkt geen enkele preventieve maatregel bevrediging. Het enige wat getroffen boeren kunnen doen, is de behandeling van secundaire infecties met antibiotica. Vaccinatie lijkt de enige oplossing. Drie farmaceutische bedrijven werken koortsachtig aan een vaccin, dat tegen het voorjaar beschikbaar zou moeten zijn. Momenteel is het nog onzeker of die deadline gehaald wordt en of er voldoende voorraden beschikbaar zullen zijn op het ogenblik dat de knutten in de lente weer actief worden. "En dan moet nog blijken dat het vaccin effectief werkt. Indien het virus muteert, zou dat wel eens kunnen tegenvallen", zegt Thijs. De Europese Commissie heeft zich intussen achter de idee geschaard om te vaccineren, maar het is nog niet duidelijk of die vaccinatie verplicht wordt, hoe het moet gebeuren en hoeveel het allemaal precies zal kosten. Vanaf eind dit jaar zal bij de schapenhouders geld geïnd worden om een sanitair fonds te spijzen. Mogelijk zal dat budget aangewend worden om een deel van de vaccinatiekosten te dekken. Ook de EU denkt eraan om een financieel duwtje in de rug te geven.

Bang afwachten. Stijn Thijs lijdt niet alleen verlies door de dode dieren, ook de verkoop van fokdieren heeft sinds vorig jaar een forse knauw gekregen. "Ondanks mondelinge overeenkomsten komen mensen hun bestelde dieren niet ophalen. Uit vrees dat blauwtong hun investering in een oogwenk vernietigt". Met een bang hartje kijkt de jonge schapenboer uit naar de volgende weken. De dekperiode staat immers voor de deur, en dan moet blijken in welke mate de ooien die blauwtong min of meer uitgeziekt hebben drachtig zullen raken. "Die dieren lopen er mager en wat stijfjes bij, het blijft dus afwachten. Door het verlies van twee fokrammen zullen we alleszins kunstmatige inseminatie moeten toepassen". Gemiddeld is iedere drachtige ooi goed voor anderhalf lam. Of de blauwtongziekte dat cijfer in de war zal sturen, is eveneens koffiedik kijken.

Van opgeven wil Thijs geenszins weten. Voor hem is de schapenbusiness immers een passionele hobby die een kleine tien jaar geleden uit de hand begon te lopen. "Toen we op onze boerderij startten met de hoeveslagerij, kon de schapenteelt samen met de verwerking en de verkoop van het vlees uitbreiden", klinkt het. Naar eigen zeggen heeft hij de voorbije jaren veel leergeld betaald. Klagen over de economische rendabiliteit van de schapenfokkerij doet hij echter allerminst. Om zijn vakkennis bij te spijkeren, gaat Thijs wel eens op bezoek bij Nederlandse collega’s. Professionalisme ten top gedreven. Het zou zonde zijn om zoveel gedreven vakmanschap ten prooi te laten vallen aan een nietig virusje.

 

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via