Steunpunt Streekproducten promoot Vlaamse terroirkeuken

Verstuur naar een vriend(in) Afdrukken

Vlaams minister-president Kris Peeters lanceerde donderdag het gloednieuwe Steunpunt Streekproducten. Dat gebeurde toepasselijk op het bedrijf van Patrick en Rita Dewinter, die Brussels grondwitloof telen, een Vlaams streekproduct dat ook een Europese erkenning in de wacht sleepte. "Onze Vlaamse terroirkeuken heeft nog heel wat groeimarge", zegt Frans De Wachter, algemeen directeur van VLAM.


Vlaanderen telt 101 erkende streekproducten, gaande van West-Vlaamse sprot en Oost-Vlaams gerookt paardenvlees tot Antwerpse handjes en Brussels grondwitloof. Zeven daarvan, waaronder het Brussels grondwitloof, zijn zelfs Europees erkend. "We doen het als klein land daarmee niet slecht", zegt Diederik De Smedt, Europees beleidsmedewerker. "Er zijn 846 Europees geregistreerde streekproducten en nog eens ruim 300 in aanvraag".

Italië voert het Europees lijstje aan met 182 Europese erkenningen, gevolgd door Frankrijk (165), Spanje (123), Portugal (116) en Griekenland (86). "Duitsland en het Verenigd Koninkrijk zijn aan een inhaalbeweging bezig", zegt De Smedt. "Die landen beseffen ook dat zo'n Europees label een hefboom is voor het platteland, met een positieve impact op tewerkstelling. De producent krijgt een hogere prijs en de consument weet gegarandeerd dat hij een hoog kwalitatief product in handen heeft".

Uit een studie in opdracht van de Europese Commissie blijkt dat de totale omzet van Europees erkende streekproducten in 2007 14,2 miljard euro bedroeg. Zes lidstaten waaronder Italië, Duitsland, Frankrijk en Spanje vertegenwoordigden meer dan 90 procent van de waarde. De belangrijkste sectoren waren kaas, vleeswaren en bieren.

"Streekproducten zijn het perfecte antwoord op de vraag van consumenten naar authentieke voeding", zegt Frans De Wachter, algemeen directeur van VLAM. "Ze zijn ambachtelijk geproduceerd met streekeigen grondstoffen. Bovendien geeft het label de producenten de kans om hun producten te promoten als een stukje Vlaams gastronomisch erfgoed".

Bedoeling is dat het steunpunt hierbij fungeert als katalysator tussen beleid en werkveld. "Het is een centraal aanspreekpunt voor producenten, overheden, scholen, pers, inkopers, horeca en toerisme. Het steunpunt informeert de diverse doelgroepen, verhoogt het economisch potentieel van streekproducten en bewaakt dit stukje uniek cultureel erfgoed", aldus De Wachter.

Toch ziet VLAM nog marge om te groeien. "We willen de Vlaamse terroirkeuken verder uitbouwen", vervolgt De Wachter. "Zuid-Europa, met landen zoals Italië en Spanje, kent daarin een rijke traditie maar ook in Vlaanderen zie ik nog flink wat mogelijkheden, met initiatieven op het vlak van horeca, toerisme en diversificatie in de landbouw".

Vlaamse minister-president, bevoegd voor Landbouw, riep het steunpunt op "pro-actief te zoeken naar afzetmarkten". "Ik heb op de internationale beurs Anuga zelf mogen ervaren hoe nadrukkelijk Vlaanderen aanwezig is op de voedingsmarkt. Maar tegenover die heerlijke producten moet een eerlijke prijs staan voor de producent. Daarom trokken we een extra bedrag van 100.000 euro uit waarmee we het steunpunt lanceren".

 

bron eigen verslaggeving

22/10/2009