nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

Hebben boeren interesse in waterkansen?
02.11.2009  Sylvie Danckaert - Departement Landbouw en Visserij

De landbouwer van de toekomst wordt in toenemende mate een dienstenleverancier. Een soort makelaar in natuurzorg en plattelandsbeleving. Ook waterbeheer is een maatschappelijk terrein waar de landbouw zich kan profileren. Het Departement Landbouw en Visserij knutselde een rapport in elkaar om het debat over de zogeheten ‘blauwe diensten’ op gang te trekken. Hierover voelden we beleidsondersteuner Sylvie Danckaert aan de tand.

Welke definitie van ‘blauwe diensten’ hebben jullie gehanteerd in het rapport?
Sylvie Danckaert: We hebben een lange omschrijving uitgewerkt, maar alles draait rond maatregelen die boeren en tuinders willen uitvoeren om het waterbeleid een duwtje in de rug te geven. Dat kan gaan van waterberging en –conservering over het leveren van kwalitatief goed water en het versterken van het watergerelateerde landschap tot de behandeling van afvalwater. Belangrijk in ons concept is dat land- en tuinbouwers deze diensten op vrijwillige basis aanbieden, waarbij de gemaakte afspraken met een waterbeheerder weliswaar vastgelegd worden in een contract. Het concept is ook sterk vraaggedreven: eerst moet er een concrete vraag opborrelen vanuit één of meerdere waterbeheerders. Dat de boeren daarna vergoed zullen moeten worden om meer te doen dan hetgeen de wetgever hen opdraagt, lijkt me vanzelfsprekend.

Jullie spreken in het rapport van gebiedsgericht maatwerk dat gebaseerd moet zijn op vertrouwen. De implementatie van zo’n concept lijkt niet erg eenvoudig.
Elke waterloop stroomt in een bepaald bekken, dat specifieke karakteristieken heeft. De knelpunten en remedies die toegepast kunnen worden om de doelstellingen van het waterbeleid te halen, zijn in ieder bekken dan ook verschillend. De aard en de ernst van de problemen in een bepaald gebied vergen dus oplossingen op maat. Maar dat mag geïntegreerde beleidsprocessen niet in de weg staan: blauwe diensten kunnen samen met groene en recreatieve maatregelen gebundeld worden in gebiedsgerichte projecten, zoals bijvoorbeeld landinrichting of Leader-initiatieven.

De waterbeheerder moet in jullie concept niet per definitie een overheidsinstelling zijn.
Mogelijke waterbeheerders zijn provincies, polders en wateringen, enzovoort. Maar het kan evengoed een brouwerij zijn, om maar iets te zeggen. Het belangrijkste om tot een goed werkbare maatregel te komen is een vertrouwensband tussen de waterbeheerder en de boer of groep van boeren. Indien de vrager een bepaalde maatregel voorstelt aan de landbouwers, is het belangrijk dat ze begrijpen waarom hij dit vraagt. Anderzijds moeten vragers er zich ook van bewust zijn dat niet alle maatregelen haalbaar zijn in het kader van de agrarische bedrijfsvoering. Dat klinkt erg vanzelfsprekend, maar uit buitenlandse casestudies is gebleken dat het soms erg veel tijd en onderhandelingen vergt vooraleer er voldoende vertrouwen is tussen enerzijds de waterbeheerder en anderzijds de boeren.

Kan u daar een concreet voorbeeld van geven?
In 1988 stelde Vittel stijgende nitraatgehaltes vast in het grondwater, en voor een producent van mineraalwater is dat geen prettig vooruitzicht. De groep Nestlé-Waters heeft meerdere oplossingen overwogen zoals het aanboren van nieuwe bronnen, de aankoop van landbouwgronden rond de vervuilde bronnen en gerechtelijke actie tegen de vervuilers, waaronder de boeren in de directe omgeving. Maar toen bleek dat die oplossingen weinig kosteneffectief waren of ertoe leidden dat het label ‘natuurlijk mineraalwater’ niet meer gebruikt kon worden, koos Vittel voor een heel andere piste: samenwerking met de landbouwers. Dat leek haalbaar omdat het aantal boeren waarmee men diende te onderhandelen relatief beperkt was.

Hoe zat de overeenkomst tussen beide partijen precies in elkaar?
Een cruciale rol was weggelegd voor de Franse onderzoeksinstelling INRA. Bij Vittel wist niemand welke concrete maatregelen de landbouwers moesten nemen en welke de economische gevolgen daarvan zouden zijn. De boeren van hun kant verdedigden waarom bepaalde maatregelen niet haalbaar waren in hun bedrijfsvoering en vonden dat een degelijke vergoedingsbasis voor een multinational als Vittel geen probleem mocht zijn. Het INRA is erin geslaagd om op basis van concrete voorstellen alle vooroordelen uit de weg te ruimen. De boeren verklaarden zich akkoord om de melkveehouderij en het weidebeheer te extensiveren. De maïsteelt werd geweerd, pesticiden waren niet meer toegelaten, de veebezetting werd herleid tot één grootvee-eenheid per hectare, enkel uitgebalanceerd veevoeder was nog toegestaan en de stallen voor mestopslag moesten gemoderniseerd worden.

Wat kregen de boeren in ruil voor deze ingrijpende maatregelen?
De landbouwers kregen een vergoeding voor hun inkomstenderving van gemiddeld 200 euro per hectare en per jaar. Daarnaast voorzag Vittel in steun voor de aankoop van machines, tot 150.000 euro per landbouwbedrijf. De waterproducent leverde ook diensten aan de boeren, zoals het spreiden van mest. Tot slot kregen de landbouwers ook gratis technische bijstand aangeboden. Wel was de vergoeding niet voor alle landbouwers even hoog. Vittel hield rekening met de afstand tot de bronnen en de hoeveelheid grond van de boeren in het waterbekken. Maar om alle boeren rechtszekerheid te geven, werd uitsluitend gewerkt met langlopende contracten van 18 tot 30 jaar.

Zijn er nog andere casestudies die jullie bij het opstellen van het rapport geïnspireerd hebben?
Het Interreg-project Benelux-Middengebied is ook een leerrijk voorbeeld. Landbouwers uit de Nederlandse provincie Brabant, de Belgische en Nederlandse provincie Limburg en Antwerpen hebben een duizendtal stuwtjes gebouwd. Op die manier zorgen ze ervoor dat de neerslag rustig de tijd krijgt om te penetreren in de diepere grondlagen. Door waterconservering raken grondwatervoorraden op lange termijn weer aangevuld en de boeren kunnen zelf ook van deze maatregel profiteren, want de kans op droogteschade in de zomerperiode wordt hierdoor sterk gereduceerd. Met het oog op de klimaatverandering is dat geen overbodige luxe.

Op welke terreinen kan de Vlaamse landbouwsector een meerwaarde bieden voor het waterbeleid?
Precies omdat de landbouw een groot deel van de open ruimte beheert, biedt waterconservering als blauwe dienst heel veel mogelijkheden. Maar buiten het project Benelux-Middengebied hebben we hier nog niet veel ervaring mee. Een andere toepassing is waterberging, het tijdelijk parkeren van gebiedsvreemd oppervlaktewater in noodsituaties, met de bedoeling om wateroverlast in lager gelegen gebieden te vermijden. Landbouwers zouden poelen kunnen vergroten of hele percelen inschakelen om in geval van dreigende overstromingen water te bergen. Misschien is zo’n systeem kosteneffectiever dan het onteigenen van landbouwgronden voor overstromingsgebieden.

Met het project van Vittel in het achterhoofd zouden boeren ook de waterkwaliteit kunnen beheren in opdracht van drinkwatermaatschappijen?
Voor dergelijke bedrijven is het in elk geval van belang dat ze voldoende kwaliteitswater ter beschikking krijgen, zodat ze zelf minder moeten zuiveren. Door vrijwillige samenwerkingsovereenkomsten met landbouwers af te sluiten, zouden er tegen vergoeding maatregelen kunnen opgelegd worden zoals een verminderde bemesting, een beperkt gebruik van pesticiden, de omzetting van akkers in weilanden, omschakeling naar biologische landbouw, enzovoort. In Duitsland wordt dit veelvuldig toegepast. Die aanpak rendeert, want in sommige gevallen is de kostprijs van een samenwerkingsproject met boeren tot een half miljoen euro goedkoper dan achteraf te moeten zuiveren.

Landbouwers kunnen in principe ook een handje toesteken bij de waterafvoer. Zelfs waterzuivering behoort tot de mogelijkheden?
Als alle boeren in een bepaald gebied stuwen beheren, kan het water geleidelijk in de tijd en dus op een vlotte en veilige manier stroomafwaarts afgevoerd worden. Daarnaast is het voor de afvoerfunctie ook van belang dat waterlopen open gehouden worden, en ook op dat vlak kunnen land- en tuinbouwers zich verdienstelijk maken door bijvoorbeeld het baggeren van waterlopen, het maaien van water- en oeverplanten of het plaatsen van sedimentvangen op hun terrein. Via de aanleg van rietvelden kunnen ze water zuiveren, en het geoogste riet kan eventueel vergist worden in een biogasinstallatie. Zo kunnen boeren meerdere vliegen in één klap vangen.

In welke mate leveren de Vlaamse boeren en tuinders vandaag eigenlijk al blauwe diensten?
De huidige beheerovereenkomsten die een positieve impact hebben op het watersysteem kunnen eigenlijk als een blauwe dienst beschouwd worden. Uit een recente evaluatie blijkt dat de agromilieuverbintenissen rond water, erosiebestrijding en perceelsrandenbeheer een significant positieve invloed hebben op de waterkwaliteit. Maar ook de overeenkomsten inzake botanisch beheer en biologische landbouw doen een duit in het zakje. Voor de rest heb ik niet of nauwelijks weet van andere projecten die als blauwe dienst bestempeld kunnen worden.

Vandaag zijn de landbouwers dan ook nog helemaal niet vertrouwd met hun rol in het waterbeheer van de toekomst?
Nee, maar het gaat dan ook om een nieuw concept. In het regeerakkoord zit trouwens een passage over de blauwe diensten, en daar zijn we bij de landbouwadministratie op dit ogenblik al erg blij mee. Zopas werd ook een oproep gelanceerd naar praktijkcentra om demoprojecten rond blauwe diensten in te dienen. En zelf ben ik het concept al gaan promoten bij de bekkencoördinatoren, want ook de waterbeheerders zijn nog niet vertrouwd met de mogelijke rol die landbouwers kunnen spelen bij de realisatie van hun taken. Daarbij mogen we niet uit het oog verliezen dat blauwe diensten slechts een middel zijn om een bepaald doel te bereiken. Vandaag maken waterbeheerders vooral gebruik van instrumenten zoals recht van voorkoop, onteigening of schadevergoedingen. Wij denken dat een blauwe dienst in termen van kosteneffectiviteit mogelijks interessanter is, maar dan moeten beide partijen natuurlijk willen meestappen in het verhaal.

Waar liggen voor de Vlaamse landbouwers volgens u de grootste kansen?
Dat is niet of nauwelijks te voorspellen. Per bekken zullen specifieke oplossingen gezocht moeten worden. Feit is dat de blauwe diensten het maatschappelijk draagvlak van de land- en tuinbouw kunnen ondersteunen. Door zich in te schakelen in het waterbeheer krijgen landbouwers het imago van een actieve ondernemer, die duurzaam produceert en rekening houdt met de noden van de maatschappij.

Op welke manier moeten blauwe diensten vergoed worden?
Bij de klassieke beheerovereenkomsten die mee gefinancierd worden door Europa is er op basis van de reglementering weinig speelruimte. Er wordt geopteerd om de uitvoeringskosten, het inkomstenverlies of de productiederving te compenseren. Maar voor andere blauwe diensten zouden marktsystemen ingeschakeld kunnen worden, zoals open inschrijvingen of virtuele veilingen.

Wanneer verwacht u dat de blauwe diensten in Vlaanderen zullen doorbreken?
Daar durf ik geen timing op kleven. Om geen tijd te verliezen hoop ik dat de praktijkcentra binnen enkele maanden met voorstellen tot concrete demoprojecten voor de pinnen komen. Daarna kan men met alle betrokken partijen de knelpunten voor de implementatie van ons concept in het Vlaamse waterbeleid oplijsten en voor de nodige omkadering zorgen.

 

Meer informatie: Blauwe diensten door de Vlaamse land- en tuinbouw

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via