nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

"Technische obstakels remmen energie-investeringen"
30.03.2009  Tine Deheegher - Innovatiesteunpunt

De energiecrisis neemt een adempauze, maar straks wordt het vooral de glastuinders ongetwijfeld weer heet onder de voeten. Dat weten ze ook bij het Innovatiesteunpunt, waar vier van de twaalf werknemers hun hoofd breken over het energiedossier. Daarbij gaat heel veel aandacht naar de serreteelten. Met Tine Deheegher, de coördinator van de energiecel, maakten we een tussenbalans op van energievriendelijke technieken.

Een half jaar geleden zaten de meeste glastuinders in zak en as vanwege de lage marktprijzen en hoge energiekosten. In welke mate is het tij intussen gekeerd?
Tine Deheegher: De voorbije zes maanden is de energiekost gehalveerd. In juli betaalden de telers nog 50 eurocent per kilo zware stookolie, terwijl die prijs vandaag gezakt is tot 22 eurocent. Over de marktprijzen heerst daarentegen minder optimisme. Het productieseizoen moet nog goed en wel op gang komen, maar de economische situatie voorspelt weinig goeds.

Hoe zwaar heeft de aanslepende crisis van de voorbije twee jaar de glastuinbouw getroffen?
Er zijn op dit ogenblik drie groepen glastuinders. Een aantal bedrijven blijft rendabel omdat ze er met behulp van investeringen in geslaagd zijn om de productiekost terug te dringen. Daarnaast hebben nogal wat tuinders hun bedrijfsactiviteit stopgezet. Tot slot is er een categorie die niet geïnvesteerd heeft, veelal om technische redenen. Ze doen toch verder, met alle ongemakken van dien van zodra de energieprijzen straks weer stijgen.

Beschikken de glastuinders nog over voldoende financiële veerkracht om energie-investeringen rond te krijgen?
Op dit ogenblik van het jaar is de grootste financiële nood eventjes gelenigd, omdat de kosten als gevolg van de vriestemperaturen achter de rug zijn. Ik heb ook het gevoel dat niet zozeer het rendement van onze bedrijven het investeringsklimaat voor energievriendelijke technologieën bemoeilijkt. Het zijn eerder technische aspecten die stokken in de wielen steken. Denk aan de noodzakelijke vergunningen voor houtverbrandingsinstallaties of het gebrek aan netcapaciteit voor de plaatsing van wkk-installaties.

In welke mate is de glastuinbouw er de jongste jaren reeds in geslaagd om zijn energieprobleem op te lossen?
Voor ongeveer de helft van het areaal zijn de nodige investeringen gebeurd. In de meeste gevallen gaat het om bedrijven met zware stookteelten zoals tomaten, paprika’s en komkommers. In serres met minder energiebehoeftige teelten zoals sla en aardbeien is de energiekost relatief gezien nog altijd hoog. Het probleem voor dit soort bedrijven is dat de investeringskost voor bijkomende energiebesparing zeer hoog is in vergelijking met de potentiële daling van de energiefactuur.

De ingebruikname van wkk-installaties is met behulp van nogal wat investeringssteun uitgegroeid tot een onverhoopt succesnummer?
In 2004 bedroeg de capaciteit van de geïnstalleerde wkk-installaties 75 megawatt, en bovendien waren die installaties eigendom van de energieleveranciers. Sindsdien werd de capaciteit uitgebreid met 110 megawatt. Interessant om weten, is dat een vermogen van 185 megawatt volstaat om 225.000 gezinnen van stroom te voorzien. Ook belangrijk is dat de glastuinders vandaag zelf eigenaar zijn van hun wkk-infrastructuur. Dat geldt zelfs voor installaties die oorspronkelijk in handen waren van de energiebedrijven.

Hoe zwaar is zo’n investering?
Je mag rekenen dat de doorsnee installatie een vermogen heeft van één megawatt, en die capaciteit vertegenwoordigt een investering van ongeveer een miljoen euro. Zo’n project is rendabel voor glastuinbouwbedrijven met een glasareaal van anderhalve hectare en meer. Omdat diverse temperatuurniveaus en de geproduceerde CO2 in serres gevaloriseerd kunnen worden, halen wkk-installaties in de glastuinbouw een energetisch rendement van 85 à 90 procent. Dat is gigantisch veel als je weet dat bijvoorbeeld een kerncentrale slechts een rendement van zo’n 40 procent haalt.

De glastuinbouwsector dringt aan op bijkomende netcapaciteit voor de plaatsing van wkk-installaties, maar volgens netbeheerder Eandis kweken sommige tuinders liever groenestroomcertificaten dan tomaten. Hoe zit het met dat spanningsveld?
Het klopt dat een paar tuinders de voorbije maanden meer rendement haalden uit hun certificaten dan uit de productie van tomaten. Maar dat kan snel veranderen als de verhouding tussen elektriciteits- en tomatenprijzen straks weer anders ligt. Reken maar dat de tuinders in kwestie veel liever hun inkomen zouden puren uit de verkoop van tomaten. En nog een nuance: de tuinders met wkk-installatie krijgen geen groenestroomcertificaten maar wel warmtekrachtcertificaten, die bijna drie keer minder opbrengen. Het verschil tussen beide is ongeveer zeventig euro per megawattuur. En een warmtekrachtcertificaat krijg je niet omdat je iets produceert, maar omdat je een megawattuur primaire energie hebt bespaard.

Komt er extra netcapaciteit voor de decentrale injectie van groene stroom?
Europa promoot decentrale elektriciteitsproductie, maar helaas is het elektriciteitsnet in Vlaanderen hier niet op voorzien. In de regio van Sint-Katelijne-Waver is men van plan om de netcapaciteit uit te breiden, maar voor de Noorderkempen is er nog helemaal geen uitsluitsel. Het is weinig waarschijnlijk dat de glastuinders in en rond Hoogstraten binnen een termijn van vijf jaar een oplossing voorgeschoteld krijgen. Dat is pijnlijk, omdat die bedrijven tegen een fameus concurrentienadeel aankijken. De toestand is zo nijpend dat sommige tuinders overwegen om de uitbreiding van de netcapaciteit voorlopig zelf te bekostigen met het oog op de plaatsing van een wkk-installatie.

Duwt Boerenbond in dit dossier hard genoeg op het gaspedaal bij minister Crevits?
Dat gebeurt zeker en vast. Maar het is een moeilijke oefening om de maatschappelijke kost af te wegen tegenover het energieverhaal. De beleidsmakers zouden wel alternatieven moeten overwegen: indien men groenewarmtecertificaten in het leven zou roepen, is er misschien veel minder behoefte aan netuitbreidingen. Een vergistingsinstallatie die geen groene stroom produceert, maar enkel het gas naar de ketel transporteert, is op energetisch vlak immers ook een heel efficiënte toepassing.

Enkele jaren geleden had iedereen de mond vol van de gesloten kas. Wat blijft nog over van dat enthousiasme?
In Vlaanderen hebben we één aardbeienteler die enkele jaren geleden geïnvesteerd heeft in een semi-gesloten kas, en dat is het. De eerste ervaringen met gesloten kassen in Nederland hebben ons geleerd dat geen enkel exemplaar een besparing van dertig procent genereert. Het hogere CO2-gehalte in dergelijke serres levert weliswaar een meeropbrengst op van ongeveer tien procent en er is ook sprake van mooiere eindproducten, maar dat is allemaal niet voldoende om de gigantische investering te verantwoorden. Dat betekent niet dat we het kind met het badwater moeten weggooien. Allicht zal het concept van de gesloten kas een aantal afgeleide technieken opleveren die op termijn interessant blijken te zijn, maar het is op dit ogenblik nog onduidelijk over welke componenten of teelten het dan gaat. Feit is dat de proefinstallaties in de proefcentra van Hoogstraten en Sint-Katelijne-Waver geen weggegooid geld zijn.

Kan de warmtepomp voor sommige bedrijven een oplossing bieden?
Enkele pioniers zijn bezig met de installatie van zo’n systeem. Het gaat om een dure investering, die vooral populair is voor gebruik in kantoorgebouwen en ziekenhuizen. Lang niet alle glastuinbouwbedrijven beschikken echter over de juiste grondlagen om de warmte van ondergronds water te kunnen valoriseren. Ook voor bedrijven die hoge temperaturen nodig hebben, is dit geen interessant systeem. Met andere woorden, er komt nogal wat maatwerk aan te pas. De proeftuin van Sint-Katelijne-Waver gaat het potentieel van een warmtepomp in de praktijk bestuderen. We houden dat zeker in de gaten.

Nogal wat glastuinders hebben de voorbije jaren geïnvesteerd in houtverbranding. Zit daar muziek in?
Een dertigtal bedrijven werkt met opgeschoond B-hout. Bij aankoop zijn de branders duurder dan traditionele branders, maar de brandstofkost is heel interessant. Een half jaar geleden bedroeg die ongeveer een vierde van de stookkosten voor gas en extra zware stookolie. Op drie à vier jaar is zo’n investering dan ook terugverdiend. Maar omdat er twijfels rezen over de emissies van dit soort installaties, heeft OVAM een tijdlang geweigerd om de nodige vergunningen te verlenen. Hoewel intussen een code voor goede praktijk werd opgesteld en er opnieuw vergunningen worden uitgereikt, blijven sommigen twijfels uiten over de milieuvriendelijkheid van deze toepassing. Daarom hebben twee bedrijven de voorbije maand geïnvesteerd in bijkomende rookgasreiniging. Momenteel wordt volop getest of er nog normen overschreven worden. Als dat niet het geval is, zit deze technologie goed en wel op de rails. Ook kleinere bedrijven kunnen vlot omschakelen naar houtverbranding.

Er zijn ook tuinders die werken met kleinere installaties op basis van snoeihout?
Dat klopt, al zitten ook hier rare kronkels in de wetgeving. Tuinders mogen eigen snoeihout verbranden, maar dat van hun buurman wordt als afval beschouwd, en mag dus niet verbrand worden. OVAM gaat er in haar afvalbeleid immers principieel vanuit dat snoeihout beter gecomposteerd dan verbrand wordt. Er wordt enkel een uitzondering gemaakt voor hout dat afkomstig is van werken die uitgevoerd worden in het kader van een beheersplan. Tuinders kunnen dus erkende aannemers contacteren, maar voor dat snoeihout betalen ze al gauw 65 à 70 euro per ton.

Korte-omloophout mag wel verbrand worden?
Dat wordt inderdaad niet als afval beschouwd, maar veel korte-omloophout vind je nog niet in Vlaanderen, hé. En als het er komt, is het nog maar de vraag aan welke prijs. Een mogelijke oplossing zou de teelt van bijvoorbeeld populieren zijn in de overstromingsgebieden die momenteel aangelegd worden. Dergelijke teelten hebben nauwelijks bemesting nodig, en dus zou ik niet weten waarom daar tegenkantingen zouden zijn.

Zijn er nog andere technologieën die het energievraagstuk in de glastuinbouw helpen oplossen?
Kleine windturbines kunnen interessant zijn, op voorwaarde dat tuinders de gemiddelde windsnelheid op hun bedrijf eerst meten en dat deze hoog genoeg is. Een verschil van één meter per seconde kan de opbrengst halveren. Zonder enige windmeting investeren in een kleine windturbine is zeker niet verstandig. Andere obstakels zijn momenteel de ruimtelijke ordening, onvoldoende kennis over de prestaties van windturbines, de onderhoudskosten, de levensduur, enzovoort.

Kunnen zonnepanelen geen soelaas bieden?
Om die panelen naast serres te installeren, heb je een bouwvergunning nodig. Uit vrees dat sommige investeerders hele weiden zullen bedekken met zonnepanelen, staat de overheid hier nogal weigerachtig tegenover. Ik hoop dat er een specifieke versoepeling voor glastuinbouwbedrijven kan komen. Het heeft alleszins geen zin zonnepanelen te installeren op de serredaken, om vervolgens de teelten te belichten met energieverslindende lampen. Waar ben je dan mee bezig?

Er schuilen ook kansen in de benutting van industriële restwarmte. Een aantal belangrijke industriezones in Vlaanderen zouden belangstelling laten blijken hebben. Wat is de stand van zaken?
Als het over grotere hoeveelheden restwarmte gaat, moet er een clustering van serres tegenover staan. Intussen zijn 26 projecten voor de inplanting van een glastuinbouwzone opgestart, waarvan ongeveer de helft mikt op de valorisatie van industriële restwarmte.

Voor individuele glastuinbouwbedrijven zijn er geen mogelijkheden om restwarmte te recupereren?
Wanneer men nadenkt over de invulling van de elektriciteitsvoorziening in een bepaald gebied, kan natuurlijk geopteerd worden voor de bouw van een grotere wkk-installatie, waarbij de warmte naar glastuinbouwbedrijven vloeit.

Hoe zit het met de gezamenlijk aankoop van gas en elektriciteit?
Er zijn een aantal groepen van glastuinders die op die manier hun energiefactuur willen verlagen. Bij sommigen is het een succes, voor andere groepen is dat minder het geval. Veel hangt af van het profiel van de groepsleden. Vaak zijn er glastuinders die wat willen speculeren, terwijl anderen meer zekerheid verkiezen. En dus is het niet altijd makkelijk om overeen te komen over het tijdstip waarop een aankoop dient te gebeuren.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via