nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

Grondstoffenschaarste vergt duurzaam voedselsysteem
20.06.2011  Toekomstverkenning voedselconsumptie en -productie

De manier waarop we voedsel produceren, heeft een grote impact op biodiversiteit, klimaat, water, energie, nutriënten en vervuiling. Het gecombineerd effect van klimaatverandering en verlies aan biodiversiteit maakt het voedselproductiesysteem extra kwetsbaar. “De sleutel van het probleem, maar evenzeer van de oplossing heeft te maken met het managen van hulpbronnen op globaal niveau”, zegt professor Erik Mathijs. Als landbouweconoom aan de K.U.Leuven maakte hij deel uit van een selecte groep van acht experts die in opdracht van de Europese Commissie een toekomstverkenning uitvoerde naar een duurzame voedselconsumptie en -productie in een context van schaarse grondstoffen. In een veelomvattende meta-analyse van bestaande studies kijken de wetenschappers zowel vanuit het productiviteits- als het sufficiëntieparadigma naar het voedselsysteem.

DirkVanGijseghem1.jpgHet Standing Committee on Agricultural Research (SCAR) is een adviescomité van de Europese Commissie dat als voornaamste doel de coördinatie van het landbouwonderzoek in Europa heeft. SCAR hecht veel belang aan thema’s die in de toekomst verder onderzoek verdienen. Daarom werd voor de derde keer een expertgroep aan het werk gezet die op basis van bestaande wetenschappelijke literatuur een synthese maakte van de analyses en oplossingen omtrent duurzame voedselconsumptie en -productie in een wereld waar grondstoffen schaars zijn. Voor het eerst maakte een Vlaming deel uit van de expertgroep, met name professor Erik Mathijs, afdelingshoofd Landbouw- en Voedseleconomie aan de K.U.Leuven. “Het werk van de expertgroep resulteerde in een rapport dat als boodschap meegeeft dat de landbouwproductie in de EU behouden moet worden, zelfs moet toenemen, maar tegelijk meer duurzaam moet worden”, opent Dirk Van Gijseghem, afdelingshoofd Monitoring en Studie, de discussie.

ErikMathijs1.jpg“Onze voedselvoorziening wordt geconfronteerd met uitdagingen die veranderingen vergen in de wijze waarop voedsel wordt geproduceerd, opgeslagen, verwerkt, gedistribueerd en toegankelijk gemaakt. Die veranderingen zijn even radicaal als de grote stappen die gezet zijn in de 18e, 19e en 20e eeuw.” Professor Mathijs citeert deze stelling van een Britse wetenschapper om duidelijk te maken voor welke uitdagingen ons voedselsysteem staat. Opdat de Europese Unie hier het hoofd zou kunnen aan bieden, formuleert de expertgroep zeven belangrijke boodschappen voor de beleidsmakers. De wetenschappers kregen immers de opdracht van SCAR en het directoraat-generaal Onderzoek en Innovatie van de Europese Commissie om bouwstenen aan te leveren voor een perspectief op lange termijn (2050) omtrent een geleidelijke transitie naar een wereld met beperkingen in natuurlijke grondstoffen.

“De eerste boodschap die wij willen geven, is de waarschuwing dat de schaarste van hulpbronnen versnelt door tot op heden weinig onderzochte interacties tussen bijvoorbeeld klimaatverandering en verlies aan biodiversiteit”, zegt Mathijs. Samen met zijn collega’s kwam hij ook tot de vaststelling dat de manier waarop we naar problemen en oplossingen kijken, fundamenteel verschilt naargelang we productiviteits- of sufficiëntiegericht denken. In het verlengde daarvan blijkt het denkkader dat georiënteerd is op groei nog steeds het meest gebruikte. “Dat betekent dat veelal technische oplossingen naar voor geschoven worden, maar nu blijken die in Europa onvoldoende om de grote uitdagingen aan te pakken aangezien dat ook sociale verandering vergt”, legt Mathijs uit.

kunstmest2.jpgOm een transitie te bekomen naar een echt efficiënt en veerkrachtig landbouw- en voedselsysteem is een “gemeenschappelijke en gecoördineerde inzet nodig in de EU”. “Dat heeft te maken met de afstemming tussen beleidsniveaus als landbouw, energie en milieu zodat zij op een coherente manier samenwerken”, verklaart de landbouweconoom. Als belangrijke hefboom ziet de expertgroep een radicale toename van de gebruiksefficiëntie van inputs, wat neerkomt op het elimineren van verliezen op elk niveau in de voedselketen. Het ontwikkelen van nieuwe businessmodellen en de consument die overstapt op een gezond en klimaatvriendelijk dieet, maken de twee andere hefbomen uit.

Als zesde boodschap herhaalt Mathijs de vaststelling dat alle benaderingen, dus zowel het productiviteits- als het sufficiëntieparadigma, nodig zijn om een antwoord te formuleren op de uitdagingen voor het voedselsysteem. “Het eerste is het dominante paradigma dat we omschrijven als ‘more with less’ oftewel meer voedsel produceren met minder inputs omdat een stijging van de voedselvraag onafwendbaar is maar botst met beperkingen in hulpbronnen en met de klimaatverandering”, zegt Mathijs. “Om een voedselcrisis af te wenden, gelooft dit denkkader in wetenschap, investeringen in onderzoek en ontwikkeling en in de introductie van nieuwe technieken.”

agroforestrybbb.jpgHet sufficiëntieparadigma vertrekt van dezelfde realiteit, maar meent dat wetenschap agro-ecosystemen kan voortbrengen die zowel productief zijn, ecosystemen respecteren als inputs uitsparen. Anders dan in het productiviteitsparadigma wordt een toename van de voedselvraag niet als onafwendbaar beschouwd, maar is men overtuigd dat de vraag afgezwakt kan worden door gedragsverandering. “De slogan zou hier ‘less is more’ kunnen zijn, wat duidelijker wordt wanneer we het bijvoorbeeld toepassen op vleesconsumptie”, verklaart Mathijs, die oproept om niet blind te zijn voor dit andere discours.

“De meeste middelen gaan naar onderzoek dat past binnen het productiviteitsparadigma”, stelt de landbouweconoom vast, “zodat een beter evenwicht in de besteding van middelen nodig is om alle opties open te houden.” In de nieuwe onderzoeksaanpak moet de focus ook op eco-efficiëntie liggen. “Moderne tools zoals biotechnologie moeten geïntegreerd worden in geavanceerde kennis over ecologische processen en in meer traditionele kennis over de plantaardige en dierlijke productie”, adviseert Mathijs. “We mogen niets uitsluiten want we hebben alle mogelijke kennis nodig om in de toekomst de voedselvoorziening veilig te stellen”, concludeert hij.

LudwigLauwers1.jpgDe toekomstverkenning vraagt ook aandacht voor meer coördinatie en echte interdisciplinariteit in onderzoek en een grotere betrokkenheid van de eindgebruiker bij het onderzoek. Ludwig Lauwers, wetenschappelijk directeur van het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO), maakt hiervan gebruik om na te gaan wat dit concreet kan betekenen. “Een andersoortige samenwerking dringt zich op”, meent Lauwers, “om écht interdisciplinair te kunnen werken aan een probleem.” De competitie waar onderzoek niet vrij van is, ziet Lauwers als een obstakel voor het samenbrengen van onderzoekers uit verschillende disciplines. Wanneer onderzoek gedragen wordt door de sector, schuilt volgens hem het gevaar om de hoek dat het onderzoek het dominante paradigma in stand houdt.

WimHaentjens1.jpgMet de kennis van de derde SCAR-toekomstverkenning op zak, keek Wim Haentjens, beleidsmedewerker bij het Departement Landbouw en Visserij, naar de hervorming van het Europees landbouwbeleid voor de periode na 2013. “Het landbouwbeleid heeft nood aan dit soort rapporten om beleidsbeslissingen een grondslag op lange termijn te geven”, zegt Haentjens. In dat opzicht onthoudt hij dat ‘business as usual’ geen optie is en systeeminnovaties noodzakelijk zijn. “Het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) zal moeten helpen om dit te realiseren”, aldus Haentjens. “De Europese Commissie duwt het GLB alleszins naar een groenere en meer duurzame toekomst na 2013”, stelt hij vast. “Een aantal elementen uit de SCAR-studie zitten met andere woorden ingebouwd in de krijtlijnen van het toekomstige GLB, al wordt er meestal teruggegrepen naar het productiviteitsnarratief ‘more with less’.”

AnneMarieVangeenberghe1.jpgAls voornaamste uitdaging voor het beleid noemt Haentjens het overtuigen van de sector van de ‘sense of urgency’ wat experimentele systeeminnovaties betreft. “Een sector meekrijgen die enigszins in het defensief zit wanneer men spreekt over duurzame productie, is een hele opdracht”, beseft Haentjens. “Om land- en tuinbouwers te motiveren, moet het beleid in ons geloven en dat ook tonen”, repliceert Boerenbondwoordvoerster Anne-Marie Vangeenberghe. “In dat geval is een boer bereid te veranderen, maar besef als beleidsmaker dat hij opereert in een wereldmarkt en dat de eisen die een burger aan voedselproductie stelt zich in de winkel niet vertalen in de bereidheid om meer te betalen.” Ze hamert daarom op een “geleidelijke transitie, een evolutie en geen revolutie want dan redt de boer het niet”. Vangeenberghe besluit met een oproep aan bedrijfsleiders en onderzoekers om geen maxima na te streven, maar optima. In dat opzicht pleit ze ook voor onafhankelijk onderzoek en voorlichting onder het waakzaam oog van de overheid.

Meer info: Sustainable food consumption and production in a resource-constrained world

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Sofie Van Holle & Wim Fobelets

Volg VILT ook via