nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

28.06.2011 Uitkijken naar voorstel Commissie meerjarenbegroting EU

Woensdag presenteert de Europese Commissie haar voorstellen voor de meerjarenbegroting van de Europese Unie van 2014 tot 2020. Belangrijke lidstaten willen de Europese uitgaven bevriezen, terwijl het Europees Parlement pleit voor een ruimere begroting. Wat de inkomsten betreft, woedt het debat over de creatie van eigen middelen en de afbouw van de kortingen die sommige lidstaten genieten op hun nationale bijdrage.

Volgens persagentschap Belga is de mededeling van de Europese Commissie het startschot van een krachtmeting die zeker in tijden van financiële schaarste op het scherpst van de snee zal uitgevochten worden. Aan het eind van de discussie over de meerjarenbegroting wordt niet enkel de bestemming van miljarden euro's beslecht, maar moet ook duidelijk worden wat de politieke prioriteiten van Europa tot het einde van het decennium zijn. Makkelijk is de besluitvorming rond de Europese centen nooit. Eerst moet er onder de 27 lidstaten een akkoord bereikt worden, en vervolgens moet ook het almaar ambitieuzer wordende Europees Parlement het licht op groen zetten. Het debat zal dan ook minstens tot eind 2012 aanslepen.

Bovendien speelt de context niet in het voordeel. De onderhandelingen worden gevoerd op een moment dat de regeringen volop aan het besparen zijn en onder druk van succesvolle populistische partijen en een toenemend eurosceptisme steeds minder hun liefde voor Europa willen belijden. De grootmachten Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië gooiden in december alvast een knuppel in het hoenderhok. Samen met Nederland en Finland betoogden de nettobetalers dat ook de Europese instellingen de broeksriem moeten aanhalen en de uitgaven tot en met 2020 moeten bevriezen.

Een ander geluid weerklinkt in het Europees Parlement. Begin deze maand eiste het Parlement een verhoging van de begroting na 2013 met minstens vijf procent. De europarlementsleden wijzen erop dat de Europese Unie steeds meer opdrachten moet uitvoeren en koken kost nu eenmaal geld. Voor de regeringsleiders wegen de nationale belangen echter sterk door. Zo plooien de Fransen zich steevast dubbel voor het behoud van de landbouwfondsen. De Britten willen minder geld voor landbouw en meer geld voor onderzoek en ontwikkeling en andere domeinen die de economische groei kunnen stimuleren. Voor de leiders uit Centraal- en Oost-Europa komt het er dan weer op aan de cohesiefondsen - die de ontwikkelingskloof tussen de armste en de rijkste regio's op het continent verkleinen - zo genereus mogelijk te houden.

De politieke strijd wordt mogelijk nog groter aan de andere kant van de begroting: de inkomsten, en dan meer bepaald de mogelijkheid van meer eigen Europese inkomsten. De Europese begroting wordt momenteel gevoed door douanerechten en suikerheffingen (13%), een deel van de btw-inkomsten van de lidstaten (11%), bijdrages van de lidstaten (75%) en andere inkomstenbronnen zoals boetes die bedrijven betalen voor kartelvorming (1%). Waar de nationale bijdrages in het begin amper tien procent bedroegen, zijn ze nu goed voor 75 procent van de begroting, met alle politieke gevolgen vandien. Het maakt de greep van de lidstaten op Europa sterker en voedt de discussie tussen nettobetalers en -ontvangers. Nauwgezet wordt in de hoofdsteden berekend hoeveel geld er aan Europa wordt betaald en hoeveel er terugvloeit in de vorm van landbouwfondsen, cohesiefondsen, enz.

Margaret Thatcher liet zich op een Europese top in 1984 de legendarische uitspraak "I want my money back!" ontvallen. De toenmalige Britse premier had er genoeg van om Brits geld te pompen in Europese landbouwfondsen. Die waren destijds goed voor 70 procent van de totale begroting en landen als Frankrijk profiteerden er veel meer van dan Groot-Brittannië. Zo ontstond de Britse korting en die bestaat nog steeds, hoewel het landbouwbudget inmiddels flink geslonken is. Van de uitgaven op de Europese begroting gaat nog 42,5 procent naar het gemeenschappelijk landbouwbeleid en visserijbeleid, naar plattelandsontwikkeling en milieubescherming. Het cohesiebeleid is met 35,6 procent van de uitgaven de tweede grootste slokop.

Geïnspireerd door het Britse precedent bedongen later ook andere nettobetalers als Duitsland, Zweden, Oostenrijk en Nederland jaarlijkse compensaties voor hun negatieve nettosaldo. Om die logica te doorbreken, zal de Europese Commissie voorstellen om terug te keren naar de principes van de begindagen van de Europese integratie: een gestage vervanging van nationale bijdrages door financieringsbronnen die enkel en alleen de Europese begroting ten goede komen.

Bron: Belga

Volg VILT ook via