Vangst op tonijn wordt met een derde ingekrompen

Verstuur naar een vriend(in) Afdrukken

Vissers in de Atlantische Oceaan mogen vanaf nu ongeveer een derde minder blauwvintonijn uit de zee halen. Het huidige quotum van 19.950 ton wordt herleid tot 13.500 ton. Dat heeft de ICCAT, de Internationale Commissie voor de Instandhouding van Atlantische Tonijn beslist op een top in Brazilië.


Zo'n 50 landen onderhandelden tien dagen lang over lagere quota. Experts van de ICCAT hadden gepleit voor een volledig vangstverbod, omdat de blauwvintonijn op uitsterven staat in de Atlantische Oceaan, maar zover komt het dus niet. "Ik denk dat het akkoord een hele prestatie is en dat het niet in tegenspraak is met de wetenschappelijke adviezen", reageerde voorzitter Fabio Hazin van het ICCAT.

Hazin benadrukt dat naast de inkrimping van de quota ook beslist werd om het vangstseizoen met een maand in te krimpen en om een herstelplan uit te werken. Daardoor is er een waarschijnlijkheid van zestig procent dat de blauwvintonijn zich de komende vijftien jaar helemaal kan herstellen, luidt het.

Milieuorganisaties hebben al geprotesteerd tegen de beslissing. Volgens hen was een verbod de enige optie om de vis te redden. De voorbije decennia zou de tonijnpopulatie in de Atlantische Oceaan met 82 procent gekrompen zijn. In Europa vissen vooral de Zuid-Europese landen op blauwvintonijn. Het grootste deel wordt geëxporteerd naar Japan, waar de vis vaak gebruikt wordt in sushi.

De voorbije jaren hebben landen als Spanje, Italië, Frankrijk, Cyprus, Griekenland en Malta zich hevig verzet tegen nog scherpere dalingen van de vangstquota. Volgens Greenpeace is na de beslissing van het ICCAT een verbod op de handel in tonijn de enige resterende kans om de blauwvintonijn te vrijwaren van uitroeiing.
 

 

 

 

bron VRT/Reuters

16/11/2009