nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

14.07.2010 Varkens rendabeler maar agressiever bij niet-castreren

Het stoppen met castreren van biggen levert 4,40 euro per afgeleverd vleesvarken op, al zijn de verschillen tussen varkensbedrijven groot en vraagt dit een optimalisatie van de voeder- en afleverstrategie. Dat blijkt uit onderzoek van het Nederlands landbouweconomisch instituut LEI. Het financiële voordeel wordt vooral geboekt door een afname van de voederkosten. Het agressieve gedrag van beren bleek een minpunt.

Het onderzoek van LEI verliep in samenwerking met productenvereniging De Hoeve en heeft als doel de varkenshouders meer inzicht te geven in het houden van niet-gecastreerde varkens zodat de kansen op succes stijgen. Enerzijds verzamelde het LEI cijfers om meer inzicht te krijgen in de technische en economische effecten en de invloed op het dierenwelzijn. Anderzijds werden ervaringen uitgewisseld tussen varkenshouders.

In het onderzoek werden twaalf bedrijven met vleesvarkens onderzocht. Hierbij zijn de technische resultaten van een productiejaar waarin beren (volwassen mannelijke varkens, nvdr) en gelten (zeugen die nog nooit een big kregen, nvdr) vergeleken met een productiejaar waarin gelten en borgen, gecastreerde mannelijke varkens, werden afgeleverd.

Stoppen met castreren levert de in het onderzoek opgenomen bedrijven gemiddeld een positief effect van 4,40 euro per afgeleverd vleesvarken op. Dit effect van het houden van beren wordt voornamelijk veroorzaakt door een afname van de voederkosten. Uit analyse van de slachtgegevens blijkt dat er veel verschillen bestaan tussen de bedrijven onderling. Om het rendement te optimaliseren dienen de voeder- en afleverstrategie te worden aangepast.

De groei bij beren en gelten lag met 787 gram per dier per dag lager dan de 800 gram die gemeten werd bij bedrijven die naast gelten gecastreerde borgen afleverden. Anderzijds was de voederconversie van niet-gecastreerde dieren beter: zij hadden nood aan 2,61 kg voeder per kg gewichtstoename terwijl borgen voor dezelfde groei 2,67 kg voeder nuttigen. Ook de voederopname per dag lag bij beren (2,05 kg) lager dan bij borgen (2,13 kg). Het vleespercentage bij beren is met 57,6 procent iets hoger dan de 56,7 procent bij borgen. Ook bij spekdikte werd een verbetering gezien bij het houden van beren in plaats van borgen.

De verschillen tussen de varkensbedrijven zijn echter groot. Zo blijkt de groei per dier per dag bij zes bedrijven te dalen en bij zes bedrijven te stijgen. De voederconversie blijft bij vijf bedrijven gelijk en daalt bij zeven bedrijven. Het vleespercentage stijgt bij alle onderzochte bedrijven als er beren in plaats van borgen worden afgeleverd. Ook wat het probleem van berengeur bij het bakken van het vlees betreft, zijn de resultaten niet gelijklopend. Gemiddeld stelt het probleem zich bij 2,4 procent van de varkens. Maar dat loopt tussen de bedrijven uiteen van 5,8 tot 0,9 procent van de afgeleverde varkens.

Van de geïnterviewde varkenshouders is 90 procent positief over het houden van beren en zal hier ook mee doorgaan. Het stoppen met castreren resulteert volgens de varkenshouders in een verbetering van de voederbenutting en van de slachtkwaliteit. Wel geven zij aan moeite te hebben met het agressieve gedrag van niet-gecastreerde varkens.

Bron: Agrarisch Dagblad/AgriHolland

Volg VILT ook via