nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

28.09.2011 Varkensbedrijf met WKK zet klimaatengagement in de verf

Nadat studiebureau VITO in mei verklaarde dat in Limburg 40.000 hectare landbouwgrond ingepalmd kan worden voor biomassa, bedankte Boerenbond voor de ondertekening van het klimaatneutraal plan. Boerenbond engageert zich nu toch en liet gedeputeerde voor Leefmilieu Frank Smeets op het eerste varkensbedrijf in Limburg met een WKK-installatie alvast kennis maken met de verduurzaming van de veehouderij.

Op 20 mei kwam in het provinciehuis van Limburg het eerste 'klimaatparlement' samen. Diverse bedrijven, milieuverenigingen, instellingen en sociale partners ondertekenden het engagement voor een klimaatneutraal Limburg tegen 2020. Boerenbond besliste in laatste instantie om niet te ondertekenen. De land- en tuinbouwers waren namelijk niet opgezet met een aantal uitspraken van het studiebureau dat aan het klimaatneutraal plan werkte.

VITO ging uit van een lagere consumptie van dierlijke eiwitten, veronderstelde daarom een aanzienlijke daling van de veestapel en concludeerde hieruit dat de landbouwsector in de toekomst 40.000 hectare op overschot zal hebben in Limburg. "Die uitspraak was bijzonder kort door de bocht en vindt in onze sector geen enkel draagvlak", vindt Chris Coenegrachts, voorzitter van Boerenbond-Limburg, ook vandaag nog. "De voedselproductie terugschroeven, kan niet zonder de voedselzekerheid in gevaar te brengen. Wel hebben we in het licht van de klimaatproblematiek de verantwoordelijkheid om zo duurzaam mogelijk voedsel te produceren."

Zich daarvan bewust schuift Boerenbond terug mee aan tafel om na te denken over mogelijke initiatieven. Die verkenning gebeurt in twaalf verschillende werkgroepen, waaronder een werkgroep land- en tuinbouw, die woensdagnamiddag een eerste keer samen kwam. In de voormiddag nodigde Boerenbond gedeputeerde Frank Smeets uit op het varkensbedrijf van Patrick Horten en Rika Derwa in Millen (Riemst). Het gesloten bedrijf met 240 zeugen en afmesting van biggen is een toonbeeld van hoe de veehouderij zijn klimaatimpact kan verkleinen.

Horten en Derwa hebben hun bedrijf uitgebreid van 140 naar 240 zeugen. De nieuwe stallen die daarvoor gebouwd werden, zijn uitgerust met een biologische luchtwasser om de uitstoot van ammoniak te verminderen en de geurhinder met 90 procent terug te dringen. "We hebben bovendien zwaar geïnvesteerd in zonnepalen en een WKK oftewel warmtekrachtkoppeling", zegt Horten, "zodat we overdag én 's nachts in onze eigen elektriciteit voorzien." Naast elektriciteit, nodig voor de stalventilatoren en de schermen, wekt de WKK-installatie ook warmte op die gebruikt wordt voor de verwarming van de stallen.

De techniek van warmtekrachtkoppeling zit op varkensbedrijven nog in de ontwikkelingsfase. Als eerste Limburgse varkenshouder met een WKK is Horten een pionier op dat vlak. "Een WKK-installatie is maar rendabel wanneer zij voldoende uren kan presteren en de elektriciteit en warmte nuttig gebruikt kan worden", vertelt ingenieur Robbe Ottoy van Solarcompany. De techniek was lang voorbehouden aan grote glastuinbouwbedrijven, maar een mini-WKK kan dus ook voor andere land- en tuinbouwbedrijven een rendabele oplossing betekenen.

Als brandstof gebruikt de WKK-installatie op het varkensbedrijf in Millen koolzaadolie. "Momenteel koop ik die aan bij de coöperatie Beauvent die koolzaadtelers in West-Vlaanderen verenigt, maar op termijn is het de bedoeling om op eigen gronden koolzaad te telen", vertelt Horten. Al die investeringen samen maken zijn bedrijf energie-onafhankelijk en hij hoopt er een besparing op het energieverbruik mee te realiseren van 20.000 euro per jaar.

"De land- en tuinbouwsector steekt niet weg dat zij, net als alle andere maatschappelijke sectoren, mee verantwoordelijk is voor de emissie van broeikasgassen", zegt Koen Vanheukelom, provinciaal verantwoordelijke bij Boerenbond. "We willen geen ecologisch paradijs op een economisch kerkhof", stelt Frank Smeets gerust. "Klimaatneutraal zijn, betekent bovendien lokaal voedsel produceren", erkent de gedeputeerde. "Door samen te werken met de landbouwers en hen net als andere sectoren te stimuleren tot een vermindering van de broeikasgasuitstoot, willen we er voor zorgen dat dat op een duurzame manier kan gebeuren."

Coenegrachts laat optekenen dat de land- en tuinbouw fier is op de reeds geleverde inspanningen - een reductie van meer dan 20 procent in 20 jaar - maar tevens gemotiveerd is om het aandeel in de uitstoot verder naar beneden te halen. Dat kan volgens Coenegrachts door de productiviteit per dier verder te verhogen zodat er minder broeikasgassen uitgestoten worden per liter melk of per kilo vlees. Ook het  verhogen van de voederefficiëntie, optimalisatie van het rantsoen en het  toevoegen van voederadditieven kunnen de uitstoot verminderen. Maatregelen met betrekking tot het opslaan, het toedienen en verwerken van mest  zullen de broeikasgasuitstoot in de toekomst verder reduceren. Andere initiatieven in ontwikkeling zijn niet-kerende grondbewerking, zonnepanelen en de installatie van warmtekrachtkoppeling.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via